`Geen land hebben wij, alleen elkaar'

Morgen wordt in Glane de Syrisch-orthodoxe aartsbisschop Çiçek begraven, de man die in Europa een geloofsgemeenschap stichtte om de verspreid levende gelovigen `bij elkaar te houden'.

Het is dringen geblazen bij het klooster van St. Ephrem de Syriër in Glane, een dorp nabij de Nederlands-Duitse grens in Twente. Gestoken in het zwart, zoals de traditie vereist, verzamelen Syrisch-orthodoxe gelovigen zich op de trappen van de Mariakerk om afscheid te kunnen nemen van aartsbisschop Çiçek, die afgelopen zaterdag op 63-jarige leeftijd overleed.

Als de klokken hebben geluid en de kerkdeuren zich openen, schuifelen de gelovigen één voor één langs de kist waarin Çiçek met zijn staf ligt opgebaard. ,,We zijn onze herder kwijt'', zegt gelovige Johan Onsal uit Hengelo, als hij met een bedrukt gezicht de kerk uitloopt. Op het kerkplein groeperen mensen zich rond de bisschoppen, die onder meer vanuit Libanon, Zweden en Irak naar Glane zijn gekomen om hun overleden collega de laatste eer te bewijzen. De gouden kruisen die de kerkelijk leiders in hun handen klemmen, worden veelvuldig gekust.

Om hen heen wordt op verschillende plaatsen op het kloostercomplex hard gewerkt om alles in gereedheid te brengen voor de uitvaartplechtigheid van morgen. Er worden 15- tot 20.000 gelovigen uit de hele wereld verwacht. Er worden tenten gebouwd en beeldschermen geplaatst, zodat de kerkdienst ook buiten de Mariakerk gevolgd kan worden.

Bijzonder is dat het stoffelijk overschot van de aartsbisschop zittend wordt opgebaard, als symbool van een koning die nog altijd op de troon zit. Het opbaren zal gebeuren tijdens een besloten bijeenkomst, waarbij alleen de patriarch – de geestelijk leider van de Syrisch-orthodoxe kerk – de bisschoppen en enkele vertrouwelingen welkom zijn. Na de drie uur durende dienst, die geleid wordt door de patriarch, wordt het lichaam bijgezet in het mausoleum onder het altaar in de Mariakerk.

Julius Yeshu Çiçek wordt gezien als de grondlegger van de Syrisch-orthodoxe kerk in Europa. Gedwongen door de slechte economische omstandigheden en de gewelddadige conflicten tussen christenen en moslims in Turkije, zijn sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw veel Syrisch-orthodoxe christenen uitgezwermd over Europa en andere werelddelen. In Nederland waren eerder al Syrisch-orthodoxe christenen als gastarbeider aan het werk.

Om de geloofsgemeenschap bij elkaar te houden zijn er, mede door de bezielende leiding van Çiçek, in Midden-Europa 51 Syrisch-orthodoxe kerken en drie kloosters gesticht en tientallen nieuwe priesters aangesteld. ,,Met al zijn werk heeft hij onze gemeenschap op de kaart gezet, aanzien gegeven'', verklaart Johny Messo uit Hengelo. In alle kerken worden boeken en tijdschriften gebruikt die door Çiçek persoonlijk zijn geschreven. Ook gaf hij oude manuscripten opnieuw uit en gold hij als een vakman op het gebied van kalligrafie. ,,Dit is echt monnikenwerk'', zegt Messo als hij in het klooster een boek laat zien dat door de aartsbisschop is gekalligrafeerd.

Çiçek was sinds 1979 aartsbisschop voor de Benelux, Frankrijk en de Alpenlanden. Aanvankelijk behoorde ook Duitsland tot zijn bisdom maar dit land heeft een eigen bisschop gekregen. Het kloostercomplex in Glane, in 1981 met behulp van giften gekocht en uitgebreid met onder meer een bibliotheek, kerk en begraafplaats, geldt als het geestelijk centrum.

Aan een wand in het klooster hangt een lange lijst met namen van donateurs uit heel Europa; de bijdragen variëren van enkele tientjes tot duizenden guldens. De grote offerbereidheid is één van de kenmerken van de Syrisch-orthodoxe geloofsgemeenschap, naast de sterke onderlinge band. Als een lid van de gemeenschap geld nodig heeft, wordt er snel een inzameling georganiseerd. ,,Wij hebben geen land, het enige dat wij hebben is onszelf. Vandaar dat wij elkaar opzoeken en elkaar alles gunnen'', verklaart Messo de grote onderlinge solidariteit. In Nederland geldt de Syrisch-orthodoxe bevolkingsgroep, die geschat wordt op 15.000 mensen, als goed geïntegreerd. Onsal: ,,De meeste mensen weten dat er geen weg terug is.''

In Tur Abdin, de streek in Zuid-Oost Turkije die beschouwd wordt als de bakermat van het Syrisch-orthodoxe geloof, leven nog circa 2.000 Syrisch-orthodoxe christenen. Nog geen halve eeuw geleden waren dat zo'n 20- tot 25.000. De zetel van de patriarch is in de jaren dertig al verplaatst naar Syrië. Maar nog altijd oefent Tur Abdin met de eeuwenoude kerken, of overblijfselen daarvan, een grote aantrekkingskracht uit. Veel Syrisch-orthodoxe christenen uit Nederland bezoeken de regio, of doneren geld voor de restauratie van kerken.

Johan Onsal (35) was onlangs na 27 jaar terug, onder meer om een bezoek te brengen aan zijn oude dorp, dat door veel van zijn familieleden noodgedwongen is verlaten. ,,Al die jaren hoor je de verhalen van je ouders, dat trekt. Ik kan het moeilijk onder woorden brengen maar het voelt als onze Heimat.'' Isa Gulten, leraar in het klooster van de Heilige Gabriël in Tur Abdin, spreekt in Glane de hoop uit dat veel geloofsgenoten terug zullen keren als Turkije lid wordt van de Europese Unie. ,,Dan zal het met de mensenrechten beter gaan, en zullen we onze tradities en monumenten kunnen behouden.''