Friends of Wim

Je kunt niet vroeg genoeg vriendschap sluiten met mensen die later beroemd zullen worden. Zorg dat je er over de vloer komt. Thuis vlug aantekeningen maken voor je het vergeet; ook over allerlei kleinigheden die nu niet de moeite waard lijken. Een correspondentie ontwikkelen. Let op wat er gebeurt. In het midden van de jaren negentig begon het storm te lopen in de omgeving van president Clinton. Hij kreeg zoveel vrienden dat er een afkorting voor het gezelschap in omloop kwam. FoB, Friend of Bill. Als je tot de FoBs hoorde, was het bijna onvermijdelijk dat je op de televisie kwam. En wie op de televisie komt, wordt vanzelf beroemd, ook in Amerika.

Ook toen het niet zo goed meer met hem ging, toen Monica uit de coulissen werd getrokken, toen de speciale aanklager Kenneth Starr op zoek ging naar alle onderste stenen en de naadjes van de kousen, bleef het Fob-zijn waardevast. Er kwam zelfs een nieuwe loot aan de stam: de FotFoB, Friend of the Friends of Bill. Bij president George W.Bush is het op een enigszins andere manier van hetzelfde laken een pak. Voor een echte FoG is het onvermijdelijk dat hij een mooie carrière maakt, zoals nu weer wordt bewezen door Roland Arnall die, als de laatste tekenen niet bedriegen, ambassadeur in Den Haag zal worden.

Deze week hebben in Nederland de vrienden van Theo de media beheerst. Dan waren er de vrienden van prins Bernard. En nu is het niet uitgesloten dat het de beurt is aan de vrienden van Wim, zoals Willem Frederik Hermans door zijn vrienden werd genoemd. Vandaag verschijnt het eerste deel van zijn verzameld werk, waarvan het eerste exemplaar door kroonprins Willem Alexander in ontvangst wordt genomen. In de documentaire van Max Pam en Jan Bosdriesz, W.F.Hermans, een overgevoelige natuur, – een prachtige film vind ik het – spelen de vrienden van WFH een rol. Ze zijn nu eenmaal de getuigen. Vandaar dat ook schrijver dezes even met zijn toelichtingen in beeld verschijnt. Dat is in Haren, aan de Julianalaan 11, waar de held gewoond heeft.

Alle verdiensten van W.F. Hermans worden de komende dagen ruimschoots toegelicht. Ik wil het nu hebben over zijn energieke, niet aflatende zorgvuldigheid. Daarvan een voor mij onvergetelijk voorbeeld dat ik voor deze gelegenheid maar eens opschrijf.

In Wallonië verscheen destijds het socialistische dagblad Le Peuple, met daarin een uitstekende strip, bestaande uit vier tekeningen met een clou. Tot mijn verdriet is de naam van de auteur me niet bijgebleven. Onzorgvuldig. Een paar van die strips had ik uitgeknipt. Eén daarvan behandelt een avontuur op de snelweg. In een open auto rijdt iemand met waanzinnige vaart van A naar B. Naast hem zit een goede bekende, misschien zijn beste vriend. Onvermijdelijk komt de motoragent langszij.

,,Weet u wel dat u de maximumsnelheid overtreedt?'' Zo'n soort politievraag.

,,Uh. Hm. Nee,'' zegt de delinquent. ,,Ik moet u een proces-verbaal geven.'' De agent haalt zijn boekje tevoorschijn, zoekt in alle zakken naar zijn pen. Vergeefs. Hij heeft het schrijfgerei op het bureau laten liggen. Dan pakt de passagier van de overtreder zijn eigen pen en reikt die met een gedienstig gebaar aan de agent.

Dit knipsel liet ik W.F. Hermans zien. Een week of wat later kreeg ik een brief. Vind je het goed, vroeg hij, dat ik deze gebeurtenis in een verhaal gebruik? Vanzelfsprekend. Weer wat later stuurde hij het manuscript van Een wonderkind of een total loss. Daar wordt in een andere context dit geval van serviel verraad opnieuw gebruikt.

Waarschijnlijk had ik er geen seconde bij stilgestaan als hij er geen correspondentie aan vooraf had laten gaan. Ik was in stilte verbluft over zijn niet aarzelende punctualiteit. Hoe vaak maak je dat mee? Overigens is het wel te begrijpen dat dit incident op de snelweg hem heeft getroffen. Van iedereen is altijd alles te verwachten, heeft hij eens geschreven.