Een ronde óm het stadion

Er zijn twee soorten sportgeschiedenis. De ene is eigenlijk een voortzetting van de sportjournalistiek met andere middelen: uitgaand van een vaststaande belangstelling voor sportzaken, anekdotisch van aanpak en licht van toon. De andere is eigenlijk een vorm van maatschappijgeschiedenis, waarbij de sport min of meer toevallig het onderwerp blijkt te zijn, zoals in de boeken van Simon Kuper (Voetbal als oorlog) of het vorig jaar verschenen The meaning of sports van Michael Mandelbaum.

De stukjes van historicus Jurryt van de Vooren in En toen was er sport (waarvan de meeste eerder verschenen op de sportpagina van deze krant) bewandelen een middenweg: ze zijn over het algemeen kort en gericht op wetenswaardigheden, maar op hun beste momenten raken ze aan een bredere werkelijkheid. Bijvoorbeeld wanneer hij schrijft over Stamatis Rovithi, die onder de naam Melpomene faam verwierf als de eerste vrouw die in 1896 in Athene de marathon voltooide. Tweemaal zelfs: eerst in maart, om te oefenen voor de Olympische marathon later dat jaar. En eenmaal op de dag van de wedstrijd zelf, maar buiten mededinging. Ze was immers een vrouw. Ze startte een paar minuten na de vijftien mannen in de wedstrijd. Onderweg werd ze `beschimpt, bespuugd en bekogeld'. Na viereneenhalf uur kwam ze aan bij het Olympisch Stadion om er een gesloten deur te vinden. Ze was immers geen officiële deelnemer. Dus rende ze een rondje óm het stadion in plaats van ín het stadion. De zaak zou nog tot een korte internationale polemiek leiden, waaraan je een beschouwing over de positie van de vrouw in de slotfase van de negentiende eeuw zou kunnen ophangen.

Iets vergelijkbaars geldt voor Van de Voorens speurtocht naar de eerste zwarte voetballer in Nederland. Die kan hij niet vinden, of althans, niet met zekerheid indentificeren. Was het Davidson, de zwarte held uit de Zaanstreek? Of toch iemand anders? De moeilijkheid om de man te vinden is een mooi contrast met de halve boekenkast die er in de Verenigde Staten is volgeschreven over Jackie Robinson, de eerste zwarte honkballer op het hoogste niveau in 1947.

Bizar-fascinerend is Van de Voorens interview met de ándere automobilist die in april 1984 betrokken was bij het auto-ongeluk dat de legendarische sportcommentator Theo Koomen het leven kostte. Deze André Selders lijdt aan tegengestelde gevoelens over Koomen (die schuldig was aan het ongeluk), waar Van de Vooren helaas nét niet genoeg de vinger op kan leggen.

Dat overkomt hem wel vaker. Van de Vooren lijkt soms wat snel tevreden, en ook wat nonchalant – bijvoorbeeld als hij het heeft over `een boek over de Nederlandse sportjournalistiek' waarin Ad van Emmenes het heeft over de eerste Nederlandse radioverslaggevers. Namen! Rugnummers! Maar belangrijker is dat En toen was er sport zeker tien mooie uitgangspunten voor een uitstekende sporthistorische studie bevat. Van de Vooren moet alleen nog even kiezen.

Jurryt van de Vooren: En toen was er sport. Verhalen uit de geschiedenis. Kinmerc, 160 blz. €9,95