De chef-kok doet in rattengif

John Berendt behoort tot de gelukkige mensensoort die geen behoefte heeft aan klassieke opera. De New-Yorkse recensent, redacteur en columnist wilde begin 1996 buiten het toeristenseizoen een paar weken in Venetië verblijven om de stad te zien zoals de lokale bevolking haar ervaart. Maar toen brandde kort na zijn komst het laatste van de oorspronkelijke twaalf operagebouwen af en kwam zijn bezoek in het teken van die verwoesting te staan.

Het is een ramp voor de Venetianen, aldus Berendt in The City of Falling Angels, zijn non-fictieverslag van de gebeurtenissen. Het was namelijk een van de weinige plekken in de stad waar de Venetianen niet gek werden van de toeristen. En bovendien was het verlies symptomatisch voor het verval van de stad die al sinds Napoleon haar glorie stukje bij beetje ziet vergaan. Berendt legt uitvoerig uit hoe bijzonder de Fenice was. Hier gingen immers Verdi's La Traviata en Rigoletto in première, als ook The Rake's Progress van Stravinsky, The Turn of the Screw van Britten. Maar als het gebouw met alle erin opgeslagen oorspronkelijke partituren vergaat, laat hij er geen traan om. Voor iemand met Berendts oog voor het absurde, het kleurrijke, het drama en de dingen achter de dingen is het hele leven immers opera.

In 1994 debuteerde Berendt met Midnight in the Garden of Good and Evil, een formidabel tableau van het door racisme en klasseverschillen gekenmerkte stadje Savannah in het zuiden van de Verenigde Staten. Het boek zou hem wereldberoemd maken, het werd verfilmd door Clint Eastwood met acteurs als Kevin Spacey en John Cusack en het maakte Savannah tot een trekpleister voor toeristen.

The City of Falling Angels is veel meer dan `een geslaagde mengeling van reisboek en misdaadreportage', zoals Bas Heijne in deze krant Berendts eersteling typeerde, het is ook een aangenaam leesbare sociologische en kunsthistorische studie, die bij vlagen ontaardt in slapstick-light. Wat te denken van de hilarische erfgenaam van de Amerikaanse familie Curtis die het Palazzo Barbaro waaruit zijn familie na ruim honderd jaar lijkt te moeten vertrekken tot ambassade heeft verklaard van de Democratische Republiek van de Planeet Mars? Of van de man die zich tijdens een banket voorstelt als chef-kok om vervolgens toe te lichten dat hij directeur is van een fabriek die dertig procent van de wereldmarkt in rattengif in handen heeft. Met geur en kleur vertelt deze signore Donadon over de idealistische start van zijn bedrijf, de principes die schuilgaan achter effectieve toepassing van rattengif en de fysieke uitwerking van zijn product, terwijl een van zijn tafelgenoten hem smeekt om op te houden.

De eerste helft van het boek is een grote optocht van personages die zodra Berendt over hen begint te schrijven stuk voor stuk een interessante geschiedenis of bizarre levenshouding blijken te hebben. Zoals Olga Rudge, de weduwe van Ezra Pound die op zeer hoge leeftijd in één keer haar hele verzameling Poundiana voor een spotprijs van de hand doet en vervolgens gruwelijke spijt krijgt. Of de geniale glasblazer Archimede Seguso, die weigert uit zijn stoel te komen tijdens de verwoestende brand, ook al zijn alle gebouwen rondom zijn woonhuis dan al ontruimd. Maandenlang zal hij vervolgens de vernietigende kleurenpracht waarin de Fenice ten onder ging vastleggen in glazen kunstwerken die voordien onbestaanbaar waren.

Het is verleidelijk om verder te gaan met navertellen over de Britse ex-politicus die zijn waardevolle kunstverzameling verkocht om over te gaan op een stropdassencollectie, over de Venetianen waarop Henry James romanpersonages van The Aspern Papers baseerde en over al die andere figuren die de straten, palazzi en vaartuigen van Berendts Venetië vullen alsof de stad één groot operatoneel vormt.

Gaandeweg al die aangenaam vertelde verhalen en met natuurlijke dialogen doorspekte ontmoetingen begint toch op te vallen dat de rode draad van de reconstructie van de brand en de herbouw nogal slap hangt. Pas ver over de helft van het boek zet Berendt zich aan het thrillerachtige deel van zijn boek. En het hoeft geen betoog dat in deze stad vol theatrale leugenaars ook het gerechtelijk onderzoek naar de toedracht een spektakelstuk wordt dat geen enkele oplossing biedt. Neem alleen al het feit dat in de beklaagdenbank een ferme afvaardiging van het stadsbestuur komt te zitten. Ze waren allemaal verantwoordelijk voor de veiligheid, de brandweer, het politieoptreden of het gebouw en dus aansprakelijk in deze juridische procedure. Maar nalatigheid is nog iets anders dan brand stichten.

Berendt blijft zich als buitenstaander verbazen over hoe de rechtsgang verloopt. Gelukkig maar, want het leverde andermaal een prachtboek op. Wanneer hij een hoge ambtenaar ontlokt dat de in de stad geldende wetgeving `tegenstrijdig, hypocriet, onverantwoordelijk, gevaarlijk, oneerlijk, corrupt, onrechtvaardig en volstrekt waanzinnig' is, sluit die man zijn tirade af met: `Welkom in Venetië'. Dat zegt Berendt hem feitelijk 414 bladzijden lang na.

John Berendt: The City of Falling Angels. Penguin, 414 blz. €16,99. Vertaald door Gert-Jan Kramer en Marga Blankestijn als Stad der vallende engelen, A.W. Bruna, 412 blz. €19,95

Op vrijdag 11 november geeft John Berendt een lezing in de Amstelkerk in Amsterdam, Amstelveld 10. Aanvang 20.00 uur. Toegang €12,50. www.britlit.info