D66-leden willen niet meer dat partijtop alles bedisselt

Morgen houdt D66, de kleinste coalitiepartner, een congres in Delft. Daar wordt het `koerspamflet' van leider Boris Dittrich besproken. De leden zijn ontevreden.

In Noord-Brabant vinden D66-leden het vervelend dat hun partij meedoet aan het kabinet-Balkenende. En dan krijg je, zegt bestuursvoorzitter Marcel Prop van Noord-Brabant, dat ze over hun eigen Tweede-Kamerfractie en hun eigen landelijk bestuur denken: ,,Mensen, wat zitten jullie gadverdamme toch te doen in Den Haag?'' De voorzitter van D66 in de Noordoostpolder, Job Leber, zegt dat de leden van zijn afdeling ,,een gevoel van onbehagen'' hebben. ,,Ze zijn niet gelukkig met D66 in dit kabinet en dus wordt er op ieder wondje zout gelegd.'' Hij heeft het zelf ook als hij ,,het frisse geluid'' van Peter R. de Vries hoort. ,,Dan denk ik: wat jammer dat D66 dat frisse geluid niet al veel eerder heeft laten horen.''

De kritiek op D66 in Den Haag is ,,landsbreed'', zegt regiobestuurder Niels Abcouwer van Flevoland. De partij heeft tijdens congressen twee keer zelf gekozen voor deelname aan het kabinet, maar dat was volgens Abcouwer ,,kiezen tussen de duivel en Beëlzebub''. ,,Het was: doorgaan en je ziel verkopen of de bush in worden gestuurd.''

Partijvoorzitter Frank Dales van D66 begint er uit zichzelf over. Er is, zegt hij, argwaan bij de leden in het land. ,,Er heerst het gevoel dat heel veel wordt geregeld door Den Haag, door de fractie en het bestuur, waar zij niet bij betrokken zijn.'' Het gesprek met Dales, en met vier D66-bestuurders van afdelingen en twee voorzitters van D66-platforms, ging over het pamflet `Nieuwe Solidariteit' van fractievoorzitter Boris Dittrich. Hij schreef dat stuk in mei en daarna zouden de leden van D66 tot begin september de tijd krijgen om er commentaar op te geven – per e-mail, in brieven en op speciale bijeenkomsten.

Van het pamflet en de reacties daarop zou een manifest worden gemaakt, een `toekomstvisie' van de partij. Op het najaarscongres van D66, morgen in Delft, zou die visie aan de leden worden gepresenteerd.

Maar het manifest komt er morgen niet. Partijvoorzitter Dales zegt dat er vanaf mei honderden reacties waren binnengekomen op het pamflet – veel meer dan het bestuur had verwacht. Maar er waren ook leden, zegt hij, die meer tijd wilden hebben om te reageren. En dan noemt hij de argwaan. ,,Er waren leden die dachten: wedden dat ze het concept voor het manifest al klaar hebben liggen in Den Haag?'' Het bestuur was ook bang dat er tijdens het congres zoveel amendementen werden ingediend dat het manifest ,,onherkenbaar'' zou worden. ,,Toen zeiden we: we maken er een discussiecongres van.'' Het manifest komt nu in het voorjaar.

De leden zullen morgen in groepjes praten over de onderwerpen uit het pamflet: opvoeding, veiligheid, milieu, internationale samenwerking, economie en arbeidsmarkt, democratische vernieuwing. Dittrich heeft daar een discussienota over gemaakt. De reacties van D66-leden van de afgelopen maanden staan er niet in. Henk de Vries, voorzitter van het D66-platform kenniseconomie, zegt dat één van de eerste vragen aan het bestuur morgen zal zijn: ,,Gaan jullie met de discussie nu wél wat doen? Anders kunnen we beter bij de ingang omkeren.''

Politicoloog Menno van der Land, die het manifest van de partij zou schrijven, had al in de zomer reacties op het pamflet van Dittrich verzameld en verwerkt in een eerste versie van het manifest. Volgens hem vonden de leden net als Dittrich dat de partij zich moest heroriënteren. Maar ze vonden zijn ideeën niet radicaal genoeg. In de eerste versie, die volgens Van der Land nog te lang was, stond niet dat 1 procent van de rijksbegroting besteed zou moeten worden aan cultuur, en ook niet dat gymles verplicht zou moeten worden op school – Dittrich wilde dat, maar veel D66-leden vonden het niet nodig. Er stond wel in dat de sociale zekerheid ingrijpend veranderd moest worden.

Alleen het partijbestuur, de platforms in de partij, Dittrich en de D66-ministers Brinkhorst (Economische Zaken) en Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing) kregen die versie te lezen. Van der Land: ,,Opeens zijn er dan mensen die het niet eens zijn met wat er staat. Ze willen dingen veranderen. Ze hebben stokpaardjes. En de vraag was: hoe krijg je 12.000 partijleden op één lijn?'' Van der Land dacht zelf dat hij een manifest zou kunnen maken dat een afspiegeling was van de opvattingen in de partij, en dat radicaal en vernieuwend zou zijn.

Een week voordat hij klaar zou zijn met de tweede versie, hoorde hij dat hij kon ophouden met schrijven. In het discussiestuk voor het congres zouden keuzes staan die aan de leden werden voorgelegd. Van der Land: ,,Mijn persoonlijke mening is dat in het stuk de keuzes al zijn gemaakt. Het is een herhaling van het pamflet.'' En hij zegt: ,,Ik ben bang dat de fractie met dit stuk zijn stempel probeert te zetten op het manifest.''

De Vries van het D66-platform kenniseconomie denkt dat het ,,zou kunnen'' dat de fractie dit wil. ,,Het is nogal wat om te zeggen, maar ik geloof niet dat de fractie de kennis in huis heeft om een stuk te maken dat onderscheidend is.'' Dat moet het wel worden, vinden de leden. Volgens Van der Land willen die graag dat D66 laat zien dat de partij niet kritiekloos achter CDA en VVD aanloopt. Hij denkt ook dat D66-kiezers de naam van Dittrich ,,in verband brengen'' met dit kabinet. Dat zou bij de volgende Tweede-Kamerverkiezingen niet gunstig zijn voor D66.

Dittrich zelf snapt wel, zegt hij, dat D66-leden hem associëren met dit kabinet. ,,Op beslissende momenten heb ík ervoor gekozen om door te gaan. En dan staat er weer een foto in de krant van coalitiepartners die mij in de Kamer een schouderklopje geven.'' Het gevoel van onvrede bij D66 over dit kabinet noemt hij ,,een permanent iets''. ,,Maar ik merk nu dat er een zekere mate van tevredenheid ontstaat. Met name door Alexander Pechtold. Leden genieten ervan dat hij uitspraken doet.'' Dittrich gaat er zelf ,,rustig over nadenken'' of hij bij de volgende Tweede-Kamerverkiezingen lijsttrekker wil zijn. ,,Ik doe dit werk graag. Maar ik ben vijftig. Het is een aanlokkelijk idee om, nu het nog kan, andere dingen te gaan doen.''

Partijvoorzitter Dales zegt dat hij tot nu toe ,,positieve dingen'' hoort over Pechtold én over Dittrich. ,,Men vindt de stijl van Alexander aansprekend en de inhoud van Boris vertrouwenwekkend.''