Bankiers in Frankfurt houden hun kruit droog

De Europese Centrale Bank ziet nog steeds af van het verhogen van de rente. Op de financiële markten doen beleggers inmiddels voor hoe het moet.

De Britten doen het, de Amerikanen doen het, de Noren doen het, de Canadezen. En de Japanners denken er heel hard over na. Wereldwijd maken centrale banken een einde aan het tijdperk van extreem lage geldmarktrente. De reden is duidelijk: niet alleen drijven de grondstoffenprijzen, en dan vooral de prijs van ruwe olie, de inflatie op. De wereldeconomie blijkt behoorlijk op stoom te liggen. Het economisch herstel in Japan, inmiddels de vierde poging sinds de malaise die begin jaren negentig begon, lijkt nu echt door te zetten. De Amerikaanse economie lijkt, met een groei van 3,8 procent over het derde kwartaal, merkwaardig weinig last te hebben van de gevolgen van de hoge olieprijs en van de orkaan Katrina. En zelfs de eurozone is nu bezig met een heuse opleving. Gisteren kwam de index voor inkoopmanagers in de dienstensector, een maatstaf voor de economische activiteit, binnen op de hoogste stand in meer dan een jaar.

De combinatie van hoge grondstoffenprijzen en toenemende economische activiteit is wel ongunstig voor de inflatievooruitzichten. Dat komt vooral door de vrees voor tweedeorde-effecten: als ondernemingen hun hogere energierekening doorrekenen aan hun klanten, en als werknemers meer loon eisen om hun koopkracht op peil te houden, dan ligt een stijging van het algemene prijspeil al snel in het verschiet. Een bestuurder van de Amerikaanse centrale banken, Roger Ferguson, zei gisteren dan ook dat ,,een centrale bank al tegendruk moet geven voordat de inflatie zelf zich manifesteert''. Ook Jean-Claude Trichet, de president van de Europese Centrale Bank, zei gisteren iets soortgelijks: ,,Elke centrale bank zou het niet raadzaam achten om te wachten totdat de inflatie materialiseert.''

Trichet sprak na de tweewekelijkse bestuursvergadering van de ECB. Niemand op de financiële markten verwachtte dat de ECB gisteren al de internationale trend van renteverhogingen zou volgen. Maar de tijd dat ook de ECB haar rente opschroeft komt sneller dichterbij dan een paar maanden geleden nog werd gedacht. De officiële geldmarktrente in de eurozone staat nu al 29 maanden roerloos op 2 procent. Dat is laag: de inflatie in de eurozone is inmiddels opgelopen tot 2,5 procent, zodat de ECB een negatieve reële rente hanteert.

Trichet bleek bij nader inzien niet zó hard als verwacht. Hij herhaalde dat de ECB ,,sterk waakzaam'' is, dat de inflatierisico's opwaarts zijn, en dat de bank ,,elk moment'' kon reageren. Maar die taal week niet af van een maand geleden. Een toenemend aantal analisten verwacht een renteverhoging in december, maar de meesten rekenen toch nog steeds op het eerste kwartaal van volgend jaar. Tussen nu en de volgende ECB-vergadering komt er meer informatie over de euro-economie, met als belangrijkste gegeven de economische groei over het derde kwartaal. Die informatie moet tonen dat het huidige voorzichtige herstel van de economische groei in de eurozone inderdaad doorzet.

Het gevaar is wel dat de ECB te lang wacht. Op de obligatiemarkt, waar beleggers door de koersvorming van obligaties de langlopende rente bepalen, stijgen de rentes al. Het rendement op de toonaangevende Duitse tienjarige staatsobligatie bereikte eind september nog een dieptepunt van 3,02 procent. Maar vooral de laatste twee weken is het hard gegaan: deze langlopende rentevoet is inmiddels gestegen naar 3,48 procent. De markt lijkt al vast te doen wat de ECB nalaat, en verhoogt zelf zijn rentes al.

Voor de Europese centralebankiers wordt het de komende tijd zaak uit te maken wat de markt beweegt. Het kan zijn dat er simpelweg wordt geanticipeerd op een verhoging van de korte rente op de geldmarkt, waar de ECB de dienst uitmaakt. Tot nu toe konden beleggers en banken goedkoop lenen op de geldmarkt, voor iets meer dan 2 procent, en dat geld wegzetten op de obligatiemarkt tegen een hogere rente. Deze carry trades worden minder aantrekkelijk als de ECB de korte rente ophoogt, zodat obligaties hun aantrekkingskracht verliezen, in koers dalen en hun effectieve rente dus oploopt. Zo bezien is de rentestijging een teken van vertrouwen dat de ECB binnenkort tot actie overgaat.

Maar het kan ook zijn dat de markt ongeduldig is, inflatierisico's ziet, en vindt dat de ECB aan de late kant is. Dan is de stijging van de langlopende rente juist een blijk van wantrouwen. En een stevige hint dat december maar beter de maand kan zijn waarin de centrale bank na 2,5 jaar een eind maakt aan het `gratis geld'.