Apologiewet verdeelt coalitie

Het kabinet spreekt weer met één mond over de bestrijding van terrorisme. Nu de coalitiepartijen in de Kamer nog. Het wachten is op de apologiewet.

Terrorisme, zei fractievoorzitter André Rouvoet (ChristenUnie) gisteravond, is steeds meer een onderwerp geworden dat coalitiepartijen gebruiken om zich tegen elkaar af te zetten. ,,En daarmee wordt het een strijdpunt binnen die coalitie. Ik vind dat wij op zo'n belangrijk punt niet met vuur mogen spelen.''

Met verbazing heeft de oppositie de afgelopen weken toegekeken hoe de coalitiepartijen CDA, VVD en D66 zowel binnen als buiten het kabinet verdeeld raakten over het terrorismebeleid. Gisteravond debatteerde de Tweede Kamer, op verzoek van Geert Wilders (Groep Wilders), over de tegenstrijdige uitspraken die kabinetsleden hebben gedaan over dit beleid.

Minister Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) had onlangs in een interview met het tijdschrift Ons Contact gezegd dat premier Balkenende niet zo moest ,,kakelen'' over terreurdreiging. Telkens weer daarvoor waarschuwen ,,draagt bij aan het doemdenken'', aldus Pechtold in het interview.

Maar tot een lang debat leidde dat gisteren niet. Voor zijn uitlatingen had Pechtold excuses aangeboden aan de premier, en daarmee was de kwestie volgens de kabinetsleden uit de wereld. Peter van Heemst (PvdA) vroeg zich hardop af of een minister die ,,zorgen van heel veel mensen in het land zo afdoet'', wel geschikt is voor een ministerspost. En Kamerlid Weekers (VVD) berispte de minister nogmaals door hem op te roepen ,,zich te concentreren op de eigen portefeuille''. Het kabinet moet ,,met één mond spreken''.

Diezelfde Weekers had de Tweede Kamer echter zelf ook wat uit te leggen. Zijn fractievoorzitter, Jozias van Aartsen, had maandag gezegd dat hij tegen een voorstel van minister Donner (Justitie, CDA) is dat het ,,openbaar verheerlijken, vergoelijken, bagatelliseren of ontkennen'' van terrorisme strafbaar moet stellen. Dat raakt, zei Van Aartsen op een partijbijeenkomst in Katwijk, te zeer aan het liberale principe van vrije meningsuiting. De VVD zou, mocht er een voorstel komen, tegen stemmen.

Maar was het niet juist de VVD die het kabinet had opgeroepen met harde maatregelen te komen die het zaaien van haat moest tegengaan? Geert Wilders, toen nog Kamerlid voor de VVD, had in april 2004 nog een motie ingediend die het kabinet opriep met wetswijzigingen te komen om het verspreiden van opruiende lectuur in moskeeën tegen te gaan.

CDA en D66 zagen dan ook een ommezwaai in de houding van hun coalitiegenoot. Kamerlid Van der Laan (D66) verwelkomde de VVD in het kamp van tegenstanders van het zogeheten apologieverbod, terwijl CDA'er Van Haersma Buma zich juist geïrriteerd toonde. Weekers ontkende dat zijn fractie van gedachten was veranderd. Tot nu toe, zei hij, had de VVD er nog geen mening over.

Een tikje voorbarig, vond minister Donner de discussie rondom zijn plannen. Er ís nog niet eens een voorstel naar de Kamer gestuurd, zei hij: ,,We zijn adviezen aan het inwinnen om te kijken wat de meerwaarde van zo'n verbod is ten opzichte van bestaande bepalingen. Daar moeten we nog over beslissen.'' Donner zei verder dat hij niet van plan is een verbod in te stellen dat ,,de verheerlijking van wat dan ook'' wil verbieden. ,,Mijn wetsontwerp gaat over de mogelijkheid om op te treden tegen mensen die de openbare orde willen verstoren.'' Een maatregel waar de Tweede Kamer hem trouwens zelf om gevraagd had, voegde Donner daar nog aan toe. Na een televisieoptreden van internet-imam Abdul-Jabbar van de Ven, die Geert Wilders dood wenste, had de Kamer om actie gevraagd. Het nu omstreden wetsontwerp is daar een gevolg van.

Minister Donner en premier Balkenende (CDA) beloofden de Kamer gisteren eenheid van beleid. Minister Pechtold sloot zich daarbij aan door te zeggen dat hij het terrorismebeleid van het kabinet steunt.

In de Kamer ligt dat anders. De fracties van VVD en CDA blijven van mening verschillen over de manier waarop het verheerlijken van terrorisme moet worden aangepakt. En misschien nog wel zorgelijker voor de coalitieverhoudingen is D66. De kleinste regeringspartij heeft grote problemen met het terrorismebeleid van het kabinet, dat zich volgens D66 alleen maar op repressie richt. Vorige week kwam D66 met een eigen notitie: betere samenwerking tussen inlichtingendiensten en meer aandacht voor het tegengaan van radicalisering zijn belangrijker dan harde maatregelen waarvan het nut niet bewezen is.

Zodra Donner met voorstellen komt om de mogelijkheden te verruimen om het verheerlijken van terreur aan te pakken, kunnen de coalitiefracties weer gemakkelijk in conflict raken.