`Waar China belangen heeft zijn spionnen'

Australië was dit voorjaar in rep en roer door het overlopen van een Chinese diplomaat en een Chinese politieman. Beiden waren belast met de vervolging van Falun Gong.

Politieagent Hao Fengjun (32) joeg in de Chinese havenstad Tianjin op criminelen toen hij vijf jaar geleden tegen zijn zin werd overgeplaatst naar het lokale `bureau 610' van de staatsveiligheidsdienst. Bureau 610 is belast met de vervolging van de `duivelse sekte' Falun Gong, zoals de Chinese autoriteiten de verboden spirituele beweging aanduiden. ,,Niemand wil daar graag werken'', zegt Hao. Boeven vangen is een echte politietaak, het oppakken, mishandelen en detineren van ,,onschuldige'' mensen is dat niet, meent hij.

Als consul in Sydney verzamelde Chen Yonglin (37) jarenlang gegevens over Chinese pro-democratieactivisten en aanhangers van Falun Gong in Australië. Zijn weerzin groeide met de dag. De communistische machthebbers zijn slechts geïnteresseerd in het bestendigen van hun eigen machtspositie, zegt hij. ,,Als diplomaat kreeg ik de kans om democratie en Westerse denkbeelden te leren kennen. Ik werd me steeds meer bewust van het corrupte karakter van het Chinese regime.''

Politieagent Hao en diplomaat Chen zorgden afgelopen voorjaar voor veel ophef door (los van elkaar) politiek asiel aan te vragen in Australië. Vooral Chens onthulling dat in Australië zo'n duizend spionnen voor China operen, trok aandacht. De Australische regering reageerde ongemakkelijk: eerst werd het asielverzoek geweigerd, in juli kregen beide `overlopers' een permanente verblijfsvergunning.

Hao en Chen, dezer dagen in Brussel voor onder andere een symposium over mensenrechten, zeggen dat de wrede vervolging van de sekteleden hen aan het denken zette over het karakter van het regime in China.

Chen uit zich het felst: hij kan putten uit een traumatische ervaring in zijn vroege jeugd. Tijdens de Culturele Revolutie werd zijn vader doodgeslagen door Rode Gardisten. In 1989 zag hij van nabij hoe het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking bloedig werd neergeslagen. Toch trad hij veertien jaar geleden na zijn studie in de diplomatieke dienst. Vier jaar geleden kreeg hij zijn post in Sydney.

Het netwerk van ,,duizend'' spionnen in Australië bestaat volgens Chen uit professionele agenten maar ook uit lokale informanten. Dat het netwerk zo omvangrijk is, komt voort uit het obsessieve streven van de partij naar volledige controle, zegt hij.

,,Je kunt er van uit gaan dat overal spionnen opereren waar Chinese belangen in het geding zijn.'' Ze worden gebruikt in politieke en economische contacten, ze winnen informatie in over dissidenten en ze lobbyen bij lokale overheden om bijvoorbeeld anti-Chinese demonstraties te verhinderen bij bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders.

Chen zegt dat hij aansluiting wil zoeken met andere dissidenten in de diaspora om ,,de waarheid'' over China te onthullen. ,,De jeugd die in de jaren tachtig is geboren, heeft geen enkel historisch besef meer. Het is de generatie van het één-kind-beleid, die nergens meer in gelooft en alleen is geïnteresseerd in materiële zaken. Verwende jongens en meisjes die luisteren naar popmuziek en computerspelletjes spelen'', zegt hij. ,,Het is tijd voor een culturele revival. Meer dan vijftig jaar communistische indoctrinatie heeft de Chinese beschaving vernietigd. Basiswaarden als eerlijkheid, mededogen en respect hebben plaatsgemaakt voor eigenbelang en zakken vullen op alle niveau's. Alleen democratie kan die waarden weer doen herleven.''

Ex-politieagent Hao was op `Bureau 610' belast met het in kaart brengen van Falun Gong. Hij zegt niet te weten of de beweging nog steeds groeit. ,,In de media mag er niet over worden geschreven. In denk dat de meeste aanhangers in werkkampen zitten. Maar zelfs als politieagenten begrepen we niet welke bedreiging ze eigenlijk vormden. Volgens mijn waarneming waren de meeste leden van Falun Gong die werden opgepakt, oudere en geschoolde mensen die absoluut niet de indruk wekten gewelddadig te zijn en het land schade te willen berokkenen.''

Hao, zegt hij, ging zijn werk echt tegenstaan nadat hij begin 2002 had gezien hoe een aanhangster van Falun Gong tijdens haar verhoor in een gevangenis in Tianjin was toegetakeld met een ijzeren staaf. Hij moest de vrouw naar het ziekenhuis brengen en was geschokt.

Hij vroeg om overplaatsing, maar die werd geweigerd. De enige manier om met zijn geweten in het reine te komen, zegt Hao, was door uit te wijken naar het buitenland. In februari ging hij met een toeristengezelschap naar Australië. Enkele dagen na zijn aankomst vroeg hij asiel aan.

Hao hoopt dat hij nog eens als politieagent aan de slag kan in Melbourne, waar hij nu woont. Maar dan moet hij wel beter Engels leren, zegt hij. Politieke ambities heeft hij niet. Voordat hij besloot China te verlaten, kopieerde hij een groot aantal bestanden van zijn politiecomputer en heeft die informatie overhandigd aan de Australische autoriteiten en aan mensenrechtenorganisaties. Zo heeft hij zijn bijdrage geleverd aan de strijd voor verbetering van de mensenrechten in China, zegt hij.