`Verschillen moeten helder zijn'

Aanstaande studenten moeten er nog aan wennen: het vergelijken van universiteiten en hogescholen. Staatssecretaris Rutte gelooft er heilig in.

Wie heeft de beste wiskundestudie? Wie heeft de meeste vrouwelijke hoogleraren? Het ministerie van OCW publiceerde gisteren Kennis in Kaart 2005, een vergelijkend onderzoek naar prestaties van hogescholen en universiteiten. Wil staatssecretaris Rutte (Onderwijs, VVD) de concurrentie tussen onderwijsinstellingen aanwakkeren? ,,Concurrentie vind ik een rotwoord. Waar het mij om gaat is dat mensen die hard gewerkt hebben om iets te bereiken, hun prestaties kunnen afmeten aan de prestaties van anderen.''

Ranglijstjes voor het hoger onderwijs – rankings – zijn sinds kort even populair als omstreden. Voor Nederland zijn er de Keuzegids Hoger Onderwijs en Elsevier, die sterk leunen op studentenoordelen. Internationaal maken de Jiao Tong University uit Shanghai en het Times Higher Education Supplement uit Londen rankings van de beste universiteiten ter wereld. Middenin het debat over zin en onzin van rankings kwam OCW vorig jaar met een eigen onderzoek. Geen ranglijst, maar een bundeling van gegevens in tabellen en figuren. Dat kranten daar vorig jaar uit concludeerden dat Leiden de slechtste universiteit was, leidde tot veel ophef.

Enerzijds noemt u Kennis in Kaart een neutraal beleidsdocument, anderzijds vindt u het prima als er ranglijsten uit worden gedestilleerd. U laat de pers conclusies trekken die u niet voor eigen rekening neemt.

,,Als ministerie bieden we een overzicht van feiten. Dat mensen op grond van hun eigen prioriteiten daarmee aan de slag gaan, is logisch en goed. Het risico dat men bepaalde conclusies trekt uit ons materiaal is onvermijdelijk. Dat heet persvrijheid.''

Welke uitkomst heeft u verrast?

,,Ik was verrast om te zien dat we met onze uitgaven per student op de vierde plaats staan in de EU, na België, Engeland en Denemarken. Dat botst met het gangbare beeld.''

Wat is het zorgwekkendst?

,,Dat ons rendement zo laag is. 44 procent van de jongeren begint aan het hoger onderwijs, maar slechts 29 procent haalt een diploma. Zorgelijk vind ik ook dat het aantal allochtone studenten afneemt, ondanks al onze inspanningen. Hoe dat komt, weten we nog niet.''

Waarom hecht u zo aan openbaarheid over de instellingen?

,,Eigenlijk zijn we hier vijftig jaar te laat mee, omdat we heel lang hebben vastgehouden aan één Nederlandse universiteit op dertien locaties. De onderlinge verschillen en specialisaties moeten helder worden. Ik wil het hoger onderwijs verbeteren en ik heb twee middelen om instellingen te stimuleren om beter hun best te doen. Via de financiering moeten ze studenten aan zich binden, via openbaarheid kan hun reputatie worden geschaad of geprezen.''

Als voorbeeld van dat mechanisme noemt u graag de rechtenfaculteit in Leiden. Maar volgens Kennis in Kaart presteert die faculteit nog steeds slecht.

,,Dat klopt, maar bij een recent bezoek heb ik gemerkt dat docenten en studenten wel degelijk tevreden zijn over ingezette verbeteringen. Er zijn nu meer docenten. Maar er zit nu eenmaal een vertraging in het verwerken van de gegevens. Wij gebruiken de meest recente, publiekelijk bekende inzichten.''

Kennis in Kaart is ook bedoeld om studenten te helpen bij hun studiekeuze. Maar hun keuze voor een instelling wordt bepaald door stad en vrienden, niet door kwaliteit van het onderwijs of onderzoek.

,,Omdat ze nu nog geen goed overzicht hebben, spelen andere criteria een rol. De Keuzegids is niet compleet, Kennis in Kaart ook nog niet. De echte schatkamers moeten nog open. Dat komt allemaal op de website Studiekeuze, die binnenkort de lucht in gaat en gaandeweg zal worden uitgebreid. De kansen op de arbeidsmarkt moeten daar bijvoorbeeld ook op. Ik ben er zeker van dat studenten die website gaan gebruiken om hun keuze te bepalen.''