Taalunie heeft goede consensus bereikt

Met het nieuwe Groene Boekje heeft de Taalunie een goede consensus bereikt. De geschreven taal wordt door heel verschillende mensen gebruikt. Het is onmogelijk een spelling te maken die iedereen past. De historicus heeft heel andere wensen dan diegene die een beleidsnota opstelt of snel een e-mailtje aan zijn/haar collega stuurt. Door het verminderen van de uitzonderingsregels kunnen de leraren meer tijd besteden aan het correct formuleren van de gedachten i.p.v. het correct opvolgen van al die uitzonderingsregels. Diaconie is nog onlogisch naast diaken; sexy naast seksclub, maar akkoord. Nicolaas Matsier schrijft (20 oktober): ,,Er is geen enkel bewijs dat kinderen gebaat zouden zijn bij een `eenvoudiger' of `consequentere' of `actuelere' spelling. Kinderen leren gewoon de spelling die er is, en dat hebben ze altijd al gedaan.'' Die bewijzen zijn er wel. Bijvoorbeeld in Finland met een tamelijk fonetische spelling is een veel lager percentage kinderen met last van dyslexie dan in Engeland. Welke ouder vindt niet zo nu en dan een briefje met: ,,Die meneer met die moeilike naam van het burau van Papa heeft gebelt over het kado.'' Maar ook van volwassenen krijg ik vaak stukken met een twijfelachtige spelling. De Woordenlijst is alleen voor onderwijs en overheid verplicht en voor de rest slechts een advies.