Regionale autonomie in Spanje leidt tot schisma

Voor het eerst in de democratie na de dood van dictator Franco zijn links en rechts in Spanje diep verdeeld over de verdeling van bevoegdheden tussen regionale en nationale overheid.

De twee Spanjes zijn helemaal terug van weggeweest. Voor het eerst in de democratie na de dood van dictator Franco wisten links en rechts afgelopen nacht in het parlement geen overeenstemming te bereiken om zelfs maar te praten over de manier waarop het landsbestuur moet worden geregeld.

De conservatieve oppositiepartij Partido Popular stemde tegen behandeling in het parlement van een nieuw ontwerpstatuut voor de belangrijke regio Catalonië. De overige partijen stemden voor, waarmee het omstreden voorstel alsnog zal worden behandeld.

Het debat, dat tien uur duurde en bijna geschorst dreigde te worden wegens het luidruchtige gedrag van de conservatieve parlementariërs, markeert maanden van radicalisering, confrontatie en beledigingen in de Spaanse politiek. Inzet was de hervorming van het Catalaanse statuut, dat grotere bevoegdheden voor de regio beoogt en dat eerder in het Catalaanse regioparlement was aangenomen met negentig procent van de stemmen.

Het statuut leidde tot een publiciteitscampagne van rechts waarin niet minder dan het einde van de Spaanse staat werd aangekondigd. Voormalig premier José María Aznar, die sinds het verlies van zijn partij bij de verkiezingen van vorig jaar maart zijn rol als gezaghebbend staatsman-in-ruste almaar kleiner zag worden, liet tijdens optredens in het buitenland weten dat Spanje onder het ,,socialistische bewind'' van zijn opvolger José Luis Rodríguez Zapatero ten onder dreigde te gaan. De rechtse denktank die Aznar leidt wist zelfs te melden dat het statuut veelwijverij in Catalonië mogelijk maakt.

De katholieke kerk streed eendrachtig mee. In een veelbeluisterd ochtendprogramma van het door de bisschoppen beheerde radiostation COPE, werd dag in dag uit op virulente wijze gewaarschuwd tegen het Catalaanse gevaar en uiteindelijk opgeroepen tot een boycot van Catalaanse producten.

Met het kerstseizoen voor de deur was dat, zo besefte zelfs de Partido Popular, een stap te ver. Partijleider Mariano Rajoy zag zich genoodzaakt naar Catalonië te reizen om met de verontruste producenten van Cava het glas te heffen en te verklaren dat de Catalaanse bubbeltjeswijn een ,,Spaans product'' is. Geen oproep tot boycot, zo verklaarde de oppositieleider plechtig.

Een en ander voorkwam niet dat de oude spoken van de Spaanse burgeroorlog en de Franco-dictatuur weer de kop staken. De twee Spanjes – liberaal-links-decentralisch versus katholiek-rechts-centralistisch – vlogen elkaar in de haren over taboes die met de overgang naar de democratie juist doelbewust in het vergeetboekje waren geplaatst.

De uitreiking van een eredoctoraat aan de hoogbejaarde voormalige communistenleider Santiago Carillo – een van de leiders van de overgang naar de democratie – werd twee weken geleden verstoord door neofascistische jongeren die hem voor moordenaar uitmaakten. Dit nadat het radio COPE dagenlang had geprotesteerd tegen de toekenning.

De huidige PP-leiders verkopen hun verlies bij de verkiezingen van vorig jaar nog altijd als een monstercomplot tussen islamitische terroristen, de Baskische terreurbeweging ETA en de socialisten. Daarmee werd de totale confrontatie tot strategie verklaard en lijkt de meest conservatieve factie van de PP het roer stevig in handen te hebben.

De rechtszaal vervangt daarbij steeds vaker de politieke arena. Nadat conservatieve parlementsleden eerder beroep aantekenden bij het Constitutionele Hof tegen de nieuwe wet op het homohuwelijk, kreeg gisteren het Catalaanse statuut dezelfde behandeling. Het betrof hier immers een grondwetswijziging, zo luidde de redenering. Die moet anders worden aangemeld en mag dus niet op deze manier worden behandeld in het parlement.

Het beroep bij het Hof maakt volgens juristen geen enkele kans, maar de toon is gezet. Oppositieleider Mariano Rajoy negeerde gisteren in het debat volledig de delegatie van het Catalaanse regioparlement die naar Madrid was gekomen om het statuutvoorstel aan te bieden.

De conservatieve oppositie ruikt haar kans, omdat de regering-Zapatero zich met de hervorming van het Catalaanse statuut een lastige kwestie op de hals heeft gehaald. Dat er iets aan de verdeling van bevoegdheden tussen staat en regio moet veranderen, daar is iedereen – met uitzondering van de conservatieven – het over eens. Maar dankzij het geschipper van de socialistische Catalaanse regiopresident Pasqual Maragall zit het parlement in Madrid nu opgescheept met een voorstel dat op een aantal punten niet overeenstemt met de grondwet. Zo maakte Zapatero gisteren al duidelijk dat de autonome regio zichzelf geen ,,natie'' mag noemen, maar hooguit over een ,,nationale identiteit'' beschikt.

De komende maanden zal hard onderhandeld moeten worden over een nieuwe tekst. Daarbij staat op de achtergrond de steun van Catalaanse partijen aan de minderheidsregering in Madrid op het spel. Het Catalaanse statuut is daarmee volgens velen uitgegroeid tot lakmoesproef voor de regering van Zapatero, die zich graag laat voorstaan op zijn capaciteit tot dialoog en talent voor consensus.