`Opsluiten helpt helemaal niet'

De meeste criminele jongens vallen na behandeling in een jeugdinrichting terug in het misdadige patroon. Heeft die behandeling dan zin?

,,We weten het gewoon niet.''

Je hóópt dat het brave burgers worden met een vrouw en een baan, zegt Catrien Bijleveld. Zij onderzocht de recidive van jongens na behandeling in de justitiële jeugdinrichting Harreveld. Uit het onderzoek blijkt dat het lang niet altijd brave burgers worden: na dertien jaar heeft 85 procent opnieuw een delict gepleegd. Ongeveer de helft van de jongeren pleegt een geweldsdelict. Bijna veertig procent is op enig moment een `veelpleger'.

Voor het onderzoek `Delinquentie na behandeling' van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Leiden keken de onderzoekers naar het soort delict en het aantal `justitiecontacten' van 270 jongens die tussen 1989 en 1996 na behandeling de jeugdinrichting Harreveld verlieten.

Je kunt rustig zeggen dat het met deze jongens, inmiddels volwassen mannen, niet gaat zoals we zouden willen, zegt Bijleveld. ,,Maar het is ook niet zo dat het allemaal zware criminelen worden. Een delict als het illegaal uitrijden van mest is ook meegenomen in de 85 procent.'' Zorgelijk is vooral de vijftig procent geweldsrecidive, vindt Bijleveld.

De NSCR-onderzoekers, Bijleveld en Victor van der Geest, beschikten over de behandeldossiers en konden daardoor zien uit wat voor gezinnen de jongens kwamen, en welke problemen ze hadden voordat ze werden opgesloten. Ze zagen dat kinderen die al jong een eerste delict pleegden, of die veel delicten pleegden voordat ze met de behandeling begonnen, of die delicten samen met anderen pleegden, een veel een grotere kans hebben te recidiveren. Werkloze of criminele ouders verhogen ook de recidivekans. Dat geldt ook als de jongen alcohol of drugs gebruikt of gedragsproblemen heeft.

Het is niet voor het eerst dat onderzoek wordt gedaan naar recidive onder jongeren na verblijf in een justitiële jeugdinrichting, maar jongens zijn nog niet eerder zo lang gevolgd. Het WODC, het wetenschappelijk onderzoeksbureau van het ministerie van Justitie, bekeek de recidive van minderjarigen tot zeven jaar na ontslag. De conclusies werden eerder dit jaar gepresenteerd, de cijfers kwamen overeen: van de jongens recidiveerde ruim tachtig procent, 44 procent recidiveerde binnen een jaar.

,,Algemene recidive gaat snel'', zegt Bijleveld. ,,Geweldrecidive duurt langer. In ons onderzoek is de recidive naar geweld na zeven jaar 35 procent. Na dertien jaar is het dus vijftig procent. Dat zie je pas als je ze langer volgt.''

Heeft behandeling in een gesloten justitiële jeugdinrichting dan wel zin?

Bijleveld: ,,We weten het gewoon niet. Als de jongens niet waren behandeld, had misschien wel íédereen gerecidiveerd. Of de helft.''

Bijleveld vindt dat er wetenschappelijk onderzoek gedaan moet worden naar de effecten van de behandelingen. ,,Net als bij medicijnonderzoek: de ene groep krijgt die behandeling, en de andere groep een andere. En dan kijken wat de effecten zijn. Dat kost tijd, het duurt jaren, maar nu weten we niets.''

Vincent Maas, directeur van Harreveld, weet dat er geen evidence based onderzoek is, maar gaat op zijn ,,boerenverstand'' af. Hij gelooft eigenlijk niet dat langdurig opsluiten van kinderen achter hoge hekken enig gunstig effect heeft.

Maas: ,,Uit het NSCR-onderzoek blijkt dat delinquente vrienden de kans op recidive verhogen. En wat doen wij? We zetten ze hier allemaal op een kluitje.''

Maas zou de kinderen veel korter binnen willen houden, ze intensiever behandelen en ze daarna ,,buiten'' beter willen begeleiden. Daar is wetenschappelijk onderzoek voor nodig en meer hoog gekwalificeerd personeel dan Maas nu van zijn budget kan betalen. Te duur? ,,Behandeling in een inrichting, dát is pas duur.'' Volgens Vincent Maas zitten de kinderen niet opgesloten omdat het beter voor ze is, maar zitten ze opgesloten omdat de samenleving dat wil. ,,Hard aanpakken, die rotjochies. Dát is de teneur momenteel. Maar repressie helpt niet. En het gaat om kinderen.''

Zijn collega Johan Krist van justitiële jeugdinrichting De Sprengen in Zutphen sluit zich daarbij aan. ,,De samenleving reageert krampachtig op die jongens'', zegt Krist. Hij vindt het belachelijk dat een jongen die tijdens zijn proefverlof een fiets steelt, een half jaar wordt opgesloten. ,,Natuurlijk moet je zeggen dat hij heel stom bezig is en dat hij moet kappen. Maar dit werkt niet.''

Krist is niet alleen voor intensieve begeleiding na verblijf in de jeugdinrichting, maar veel liever nog ervóór. ,,Zorg dat iedereen, dus ook de leraar op school en ook de trainer van de voetbalclub, betrokken wordt bij het lastige joch.'' Als een jongen fors de fout ingaat, dan moet snel en krachtig worden opgetreden, vindt Krist. ,,Sluit hem maar veertien dagen op als hij voor de tweede keer een scooter steelt. Hij zal het niet snel weer doen. Maar laat hem daarna weer verder met zijn leven.'' Krist zucht diep. ,,We houden elkaar voor de gek. We denken dat de samenleving veiliger wordt door ze allemaal op te sluiten. Dat is niet zo. Ze worden er alleen maar gevaarlijker door.''