Opnieuw directeur bank VPV voor de rechter

Het openbaar ministerie gaat opnieuw een voormalig directielid van de bank Veer Palthe Voûte (VPV) vervolgen. Eerder dit jaar werden twee andere bestuurders van de bank veroordeeld voor handel met voorkennis.

De vervolging is een direct gevolg van een afgewezen schikking. Voormalig directielid M. van Wulfften Palthe is niet ingegaan op een schikkingsvoorstel van justitie. Enkele andere betrokkenen in de zaak hebben dat wel gedaan. De oud-directeur is gedagvaard om 8 december te verschijnen op een eerste regiezitting.

Zijn advocaat Guido Roth van Spigthoff Advocaten geeft justitie weinig kans. Hij wees er vanochtend op dat het om een effectentransactie gaat op 22 september 1999. ,,De dagvaarding komt meer dan zes jaar later. De zaak is inmiddels verjaard.''

Van Wulfften Palthe werd in 2003 door De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten geschorst omdat justitie hem verdacht van handel met voorkennis. Maar dat besluit werd onlangs vernietigd. Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven stelde eind september in een uitspraak dat de toezichthouders daarmee onjuist handelden. Zij leunden volgen het college te veel op de verdenkingen van het OM en vormden te weinig zelfstandig een oordeel over de betrouwbaarheid van de bankier. De toezichthouders hebben opdracht gekregen om zich opnieuw een oordeel te vormen over de betrouwbaarheid van Van Wulfften Palthe in 2003.

De zaak rond VPV is een van de grootste voorkenniszaken rond een beursfonds en dateert al uit 1999. Toen werd er door bankiers van VPV intensief onderhandeld met het ministerie van Financiën over een belastingregeling die nodig was voor de overname en opheffing van houdstermaatschappijen als Dordtsche Petroleum. Hier was in totaal een bedrag van 13 miljard euro mee gemoeid.