Onder schot

Er is een zekere verleiding om de reeks moordaanslagen in het Amsterdamse criminele milieu met schouderophalen af te doen. Zolang men het `elkaar' aandoet, in de grote stad komen dergelijke afrekeningen `nu eenmaal' voor, et cetera. Wie wat langer stilstaat bij inmiddels al weer de derde moord in drie dagen binnen het Amsterdamse criminele milieu moet zich grote zorgen maken.

Als eerste omdat het een kwestie van tijd lijkt voordat toevallige omstanders slachtoffer worden van de kogelregens die uit de automatische wapens van de moordenaars komen.

Ten tweede omdat de afrekeningen zich voordoen met personen die kennelijk op de grens van boven- en onderwereld opereren. Als zich daar de grootste spanningen voordoen, is het dan aannemelijk dat criminelen zich meer weten te nestelen in de bovenwereld? De doelgroep die onder schot komt betreft makelaars, juridische adviseurs en onroerendgoedhandelaren – vaker de professionele dienstverleners van het milieu dan de Urhebers ervan. In de tweede helft van de jaren negentig betroffen dergelijke afrekeningen eerder de leiders zelf, meestal in rechtstreeks verband met mislukte drugsdeals. Toen lagen de lijken vooral in de Bijlmer op straat. Het slagveld is nu letterlijk verschoven naar het gefortuneerde Amsterdam-Zuid.

Ten derde is het ten minste opvallend dat bij iedere aanslag van de laatste jaren de daders zonder problemen wegkomen. Alle verhalen over `meer blauw op straat' ten spijt is er geen voorbeeld bekend van een geslaagde achtervolging door de politie. Dat vorig jaar Mohammed B. werd aangehouden, is kennelijk geheel te wijten aan diens eigen beslissing een park in te wandelen na de moord op Van Gogh. Maar als de moordenaar per auto of motor komt, is het risico van aanhouding kennelijk verdwenen. Dat moet voor de politie een operationele zorg zijn. Bij de burger leeft die vraag in ieder geval.

Maar de grootste zorg moet zich vooral richten op het schokkende gebrek aan succes bij het politie-onderzoek zelf. Niet alleen worden de daders niet op heterdaad betrapt, ze worden daarna nooit gevonden, net zo min als hun opdrachtgevers. Het ontbreekt de politie van Amsterdam kennelijk aan competentie en slagkracht om dergelijke zaken op te lossen. Dit ondermijnt de rechtsorde, tast de democratische rechtsstaat aan en bedreigt de veiligheid van de burger. Het is evident dat dit zo niet mag doorgaan.

Uiteraard moet worden afgewacht of de zaken van de afgelopen dagen ook onopgelost blijven. De drie aanslagen kunnen een serie vormen. De daders lijken er doelbewust een signaal mee te geven, om te beginnen aan de eigen kring. Maar het is ook een provocatie waar de politie niet omheen kan. De zaak wijkt ook daardoor af van de eerdere aanslagen, die nog op zichzelf konden worden gezien. Met de actie tegen de Hells Angels hebben politie en justitie laten zien dat georganiseerde criminaliteit in de folklorevorm van een motorclub niet meer gedoogd wordt. Dat de recentelijk opgerichte nationale recherche daarbij de regie voerde, is een stap vooruit. De Amsterdamse schutters vormen een minder makkelijk te identificeren subcultuur. Dat ook zij moeten worden gepakt behoeft geen betoog.