Oerwoud met entreegeld

Biodiversiteit heeft marktwaarde en het wordt tijd daarvan gebruik te maken. Alleen door tientallen dollars entreegeld te heffen voor een bezoek aan een stuk oerwoud kan voorkomen worden dat Afrikaanse boeren dat woud omhakken. Dat is de conclusie van twee Canadese onderzoekers in de online editie van de Proceedings of the National Academy of Sciences (31 okt.).

Robin Naidoo en Wiktor Adamowicz, beiden verbonden aan de University of Alberta, onderzochten de economie van de kleine landbouw rond het Oegandese natuurreservaaat Mabira Forest Reserve. Het natuurreservaat is een restant van een uitgestrekt tropisch laaglandbos, dat nog maar 18 bij 18 kilometer groot is. Het bos staat onder intense druk: er worden bomen gekapt voor houtskool en brandhout en langs de randen wordt het blijvend ontgonnen voor landbouw. De landbouw is er overwegend voor eigen gebruik (subsistence farming).

In 1996 werd een centrum voor ecotoerisme bij het bos opgericht. Sindsdien brengt een groeiend aantal toeristen jaarlijks een bezoek aan het reservaat. In 2000 waren het er al bijna 4.000. Zij komen er voor een ontmoeting met tropisch wild en vooral voor de vele bijzondere vogels die het Mabira-bos bezit: het huisvest maar liefst 143 verschillende vogelsoorten. De toeristen betalen nog geen vijf dollar voor een bezoek.

De Canadezen stelden zich de vraag of kaalkap en ontginning van het bos nog zijn tegen te houden. Ofwel: of te berekenen zou zijn voor welk totaalbedrag de lokale boeren bereid zouden zijn het grootste deel van het bos ongemoeid te laten. Dat bleek rond de 200.000 dollar te liggen, een orde van grootte meer dan het toerisme nu oplevert. Een al te zware verhoging van het entreegeld zou averechts werken, maar een maximalisatie van de inkomsten bleek te verwachten bij een toch nog redelijke entreeprijs van ongeveer 50 dollar. De onderzoekers vonden die waarde door honderden toeristen in vragenlijsten een keuze tussen verschillende Oegandese natuurreservaten voor te leggen. Bij een entreeprijs die ver boven de 50 dollar uitstijgt kiest men voor andere reservaten, ook als die veel minder vogels te zien geven. Tenzij daar inmiddels ook flink entree wordt geheven.