Navelstaren in Den Haag

De overheid levert met wisselend succes essentiële diensten, zoals bescherming tegen opdringend water en kwaadwillende medemensen. Zij organiseert daarnaast sociale uitkeringen en subsidies om te voorkomen dat mensen door de officiële armoedevloer zakken. Al die activiteiten slokken bijna de helft van het nationale inkomen op. Marktonderzoek toont aan dat de klanten ontevreden zijn. Blijkens een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau vond in 2002 en 2004 slechts eenderde van de burgers dat de overheid goed functioneerde. Dit signaal is opgepikt. Het zittende kabinet zegt te streven naar een overheidsorganisatie die slagvaardiger optreedt, die zich beperkt tot haar kerntaken en die deze taken doeltreffend en doelmatig uitvoert.

Hiertoe is in de loop van 1994 het Programma Andere Overheid (PAO) van start gegaan, met het oogmerk klantgerichter te gaan werken, de organisatie te stroomlijnen en bureaucratie en regelzucht terug te dringen.

Als onderdeel van dit programma heeft het kabinet vorig jaar alle Haagse departementen verplicht hun taken te analyseren. Doen wij wel de goede dingen? Die exercitie heeft dertien rapporten met 700 pagina's tekst opgeleverd. De conclusie luidt dat nauwelijks taken kunnen worden geschrapt. Dat was voorspelbaar. Want welke ambtenaar gaat er nu eens goed voor zitten om haarfijn uit te leggen dat zijn functie overbodig is? Om wat hoogstnoodzakelijk tegengas te geven zijn de dertien departementale rapporten becommentarieerd door enkele visitatiecommissies, bemand door buitenstaanders. Een van deze commissies heeft zich gebogen over het zelfonderzoek van de ministeries van Algemene Zaken, Binnenlandse Zaken en Justitie. Zij stelt droogjes vast dat de ambtenaren eerder meer dan minder taken in kaart hebben gebracht. Justitie weet bovendien niet te motiveren waarom het de goede dingen doet. Voorstellen ter vermindering van het aantal ambtelijke praatcircuits (`bestuurlijke drukte') ontbreken. Het verbaast de commissie dat de drie ministeries bij het opstellen van hun taakanalyses niet onderling hebben overlegd om te bekijken wat ze in de toekomst beter kunnen doen door samen te werken of door taken aan elkaar over te dragen.

De visitatiecommissie wijst er verder op dat alledrie ministeries een hoofdrol opeisen bij de strijd tegen het terrorisme. Dat is logisch, want voor dit werk komt de komende tijd een hoop extra geld beschikbaar. De precieze onderlinge taakafbakening laat ieder ministerie overigens angstvallig in het midden. Hier ligt stof voor jarenlang geruzie en hardnekkige bestuurlijke onmacht, waar terroristen garen bij spinnen.

In veel gevallen houden verschillende departementen zich met hetzelfde beleidsterrein bezig. Voorbeelden zijn de integratie van minderheden, de ruimtelijke ordening van Nederland en jeugdzorg. Door verkokering werken de ministeries vaak langs elkaar heen. Kunnen hun activiteiten niet beter worden gecoördineerd? Bovendien staan alle departementen voor identieke uitdagingen, zoals het begrijpelijk uitleggen van beleid aan de burgers en vermindering van de parafencultuur. Welke verbeteringen zijn daar mogelijk? Op verzoek van het kabinet hebben acht werkgroepen zulke kwesties onder de loep genomen, wat nog eens 400 pagina's rapporten heeft opgeleverd. Hoogstwaarschijnlijk heeft niemand in Nederland alle 21 rapportages (van de departementen en de werkgroepen) doorgeworsteld. Zeker de parlementariërs niet, voor wie de analyses in eerste aanleg zijn bedoeld. Zij hadden daar absoluut geen tijd voor, omdat de PAO-rapporten op prinsjesdag tegelijk met de dikke rijksbegroting voor 2006 naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.

De dertien departementen moesten nog een tweede vraag beantwoorden. Doen we de dingen goed? De ambtelijke toppen en het kabinet geven toe dat hier veel verbeteringen mogelijk zijn. Maar de rapporten vermelden slechts sporadisch concrete verbeterplannen. Wel meent het kabinet dat al veel in gang is gezet. Zo komt er meer marktwerking in de sociale zekerheid en de gezondheidszorg. Niet vermeld wordt dat regeldruk en administratieve lasten voor ondernemers hierdoor alleen maar toenemen. Voorbeelden zijn de invoering van de levensloopregeling en de introductie van productomschrijvingen (DBC's) in ziekenhuizen.

De hele PAO-berg van 1.100 pagina's baart slechts een paar veldmuisjes. Bij de opsomming welke resultaten van het programma al voor burgers en bedrijven herkenbaar zijn valt het kabinet keihard door de mand: er wordt gewerkt aan nieuwe besturingsrelaties, er komen nog meer notities en beleidsvisies. Tegelijk schuift het kabinet moeilijke kwesties – de toekomstige rol van de provincies, versterking van het veiligheidsbeleid – voor zich uit. Toch draagt het project vrucht. Er komt één beeldmerk voor de gehele rijksoverheid, uiteraard ,,met inachtneming van de departementale kleur''. Precies de vernieuwing waar we als burgers al jaren op zaten te wachten. Andere schaarse verbeteringen waarvoor het kabinet zich op de borst klopt, zoals de oprichting van één kustwacht, staan in feite los van het PAO en zaten al jaren in de bestuurlijke pijplijn.

Dit hele programma is tot nu toe een kostbare sof. Uitgaande van minimaal 2.000 euro integrale kosten per gepubliceerde pagina, is ten minste 22 miljoen euro uitgetrokken voor een oefening collectief navelstaren onder de Haagse kaasstolp. Blaas de exercitie liever vandaag dan morgen af. Sommige bewindslieden nemen haar evenmin serieus. Hoe valt anders te verklaren dat de eerstverantwoordelijke minister, Pechtold van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties (D66), het niet nodig oordeelde in gesprek te gaan met de visitatiecommissie die zijn eigen toko had beoordeeld?