Nauwgezette portretten van fenomenale Jan Veth

Vijftig bekende tijdgenoten blikken je aan vanaf de muren van het Prentenkabinet van Museum Boijmans Van Beuningen. Bekend? Nou ja, zo'n 110 jaar geleden gold dat voor de meesten van hen. Zo bekend als de koppen van staatslieden, geleerden en kunstenaars konden zijn in een tijd zonder beeldschermen. Ze werden aan het eind van de negentiende eeuw gelithografeerd door de sympathieke schrijver-schilder Jan Piet Veth, die blijkbaar met zijn landschappen en kunstkritieken niet genoeg verdiende. Toen hij trouwde besloot Veth een lucratiever specialisme te kiezen en hij stelde De Amsterdammer, de krant waarvoor hij toch al schreef, voor om een reeks portretlitho's te maken. Dat gebeurde: de krant werd duurder maar de vijf- tot zesduizend lezers werden vanaf 1891 om de paar weken verblijd met een portret. Van een bekende tijdgenoot dus. Levensgroot en op krantenpapier. Na een paar jaar zou Veth zijn reeks vervolgen bij het meer vooruitstrevende blad De Kroniek, opgericht door zijn vriend Pieter Lodewijk Tak.

Vijftig koppen. In zwartwit. Ze hangen er niet één keer, maar in verschillende staten. Er zijn maar drie vrouwen bij en niemand lacht. En toch is het een geweldige tentoonstelling. Het is alleen al interessant om te zien hoe zo'n portret tot stand kwam: eerst een paar schetsen naar het leven, dan een tekening op de steen en vervolgens een proefdruk. Op de contradruk daarvan werden dan weer correcties aangebracht waarna de definitieve versie van de prent volgde. Maar die techniek is niet het belangrijkste. Het wordt al gauw duidelijk dat Jan Piet Veth een fenomenaal portrettist was. Een portrettist die de specifieke uiterlijke kenmerken van zijn onderwerpen zo nauwgezet in beeld bracht dat het bijna choquerend is.

Het is verleidelijk te proberen om al die heren zo onbevangen mogelijk te bekijken en dus zonder de bijschriften te lezen. Dat werkt niet helemaal, want de door Veth geportretteerde kunstenaars, zoals Jozef Israëls, Mesdag, Louis Couperus, de dromerig kijkende Frederik van Eeden (een vriendje van Veth) en ook de katholieke staatsman dr. Schaepman, zijn vele malen in standaardwerken gereproduceerd. Maar wie zou die vriendelijke man zijn met zijn zachte baardje en dito ogen, die direct bij de ingang hangt? En die een beetje op een zwerver lijkende snorremans in toga? Of die knappe wielrenner die zo weggelopen zou kunnen zijn uit een schilderij van Henri le Douanier? Het blijkt te gaan om respectievelijk de scheidende rector van het Rotterdams Erasmiaans Gymnasium, om een hoogleraar theologie en om een Zuid-Afrikaans staatsman. En die nadrukkelijk poserende figuur die zijn kaalheid bedekt door een lange haarlok van opzij over zijn bol heen te leggen, dat was Mr. Nicolaas Pierson, onder meer minister van Financiën. Zijn beroemde broer Allard, van het Allard Pierson Museum, hangt verderop. Hij lijkt, eerlijk gezegd, een beetje op de jonge Lewis Carroll.

Flodderdassen of kleine strikjes, ver buiten de kaaklijn uitstekende pluissnorren of strak getrimde baardjes, door hun kostuums en haardracht onderscheiden onze laat-negentiende-eeuwse staatslieden en andere officiële personen zich niet van de kunstenaars. Het enige verschil is hier dat Jan Veth de laatste categorie over het algemeen meer karakteriseerde. Dat komt ongetwijfeld omdat hij de kunstenaars ook beter kende. De koeienschilder Willem Maris wendt een geconcentreerde blik naar beneden alsof hij in een schetsboekje zit te tekenen. In het hoofd van de componist Julius Röntgen spelen zo te zien een paar moeilijke maten, die hij nog niet aan het papier heeft kunnen toevertrouwen en Frederik van Eeden toont de kwetsbaarheid die ook zijn vroege boeken (De kleine Johannes bijvoorbeeld) kenmerkt. Boeken overigens die, evenals het werk van de andere Tachtigers, vrijwel geheel uit de literatuurboeken van de middelbare scholen verdwenen zijn. Een hele stroming die uit de Nederlandse literatuur is weggevaagd.

Maar misschien kunnen de leerlingen die het vak CKV 2 (de verdieping van Culturele en Kunstzinnige Vorming) in hun pakket kozen zich met hun klasjes in het Boijmans laten bijspijkeren. Dan krijgen ze gelijk een mooi beeld van het multidiciplinaire karakter van de kunst en de cultuur uit die tijd. Bij de portretten van Veth is onder meer een aardige doorsnede te zien van de mooi uitgegeven boeken van de Tachtigers. Niet om in te lezen of te bladeren maar achter glas, dat wel.

Tentoonstelling: Sprekende portretten van Jan Veth, t/m 27 november in het prentenkabinet van het Museum Boijmans van Beuningen, Museumpark 18-20, 3015 CX Rotterdam. www.boijmans.nl.