`Het personeel heeft zo snel mogelijk gedaan wat er gedaan kon worden om slachtoffers veilig te stellen'

't Was een zonderling duo, daar achter die tafel tijdens de persconferentie. Het had iets buitenaards. Op de morgen nadat elf asielzoekers levend in hun cel waren verbrand zaten ze daar als een marsmannetje en marsvrouwtje, kijkend naar een wereld die de hunne niet was. Even dacht ik een twinkeling te zien in de kraalogen van Rita Verdonk. De bril van Piet Hein Donner leek een seconde te vlammen. Ik verwachtte elk moment dat ze het tafelblad stevig zouden beetgrijpen om met tafel en al weg te vliegen naar hun persoonlijke wereld van Gelijk en Eigendunk.

Ik droom de laatste tijd vaker over Verdonk en Donner. Ineens zitten ze er dan, rechtop en onaangedaan achter hun inquisitietafel. Als zwarte vogels die aanstonds moeten oordelen en hun oordeel al klaar hebben. De snavel van Verdonk wipt lichtjes op en neer. De raaf die Donner heet draagt een zware bril met zwart montuur. Hun tafeltje is bezaaid met papier. Wie goed toekijkt ziet dat het allemaal blanco papieren zijn.

Het beeld uit mijn droom versmelt met het beeld dat ik zie op het scherm, twee onnozele halzen die worden ondervraagd over een autodafe. Hun brandstapel. De brandstapel van de vreemdelingenhaat. Kijk alsjeblieft, smeek ik, of je er niets van begrijpt. Maar nee, ze kijken of ze alleen maar anderen zien die er niets van begrijpen. Onnozel zijn ze allerminst. Ze hebben hun doden gewild, ze hebben hun doden gekregen.

Tja, of je bij Madame Tussauds op bezoek bent.

Verdonk en Donner, zouden ze ooit mensen zijn geweest?

De wassen beelden bij Madame Tussauds pretenderen levensecht te zijn, de bezoeker trapt er maar al te graag in en tegelijkertijd ziet hij dat ze niet echt zijn. Knap nagemaakt, maar er mist iets. Leven.

Leven is zichtbaar. Het meest onstoffelijke, het minst bevattelijke is zichtbaar als de bliksem. Zichtbaar als een appel, als een ei.

Appel noch ei kan er bij Verdonk en Donner af. Broeierig staren ze voor zich uit, ongeïnteresseerd. Als je niet beter zou weten zou je denken dat er een geluidswal en een kogelvrije glasplaat stonden opgesteld tussen het tweetal en de buitenwereld. Steeds verder dwaalden ze van de werkelijkheid af, tot alleen het cocon van Gelijk en Eigendunk overbleef.

Ik weet niet aan wie Donner me de laatste maanden het meest doet denken, aan dokter Caligari, aan dokter Strangelove of aan professor Unrat, gespeeld door Emil Jannings. Hij gaat volkomen op in zijn rol. Hij gelooft dat hij de wereld alleen aankan. Andermans woorden lijkt hij nu eens amusant, dan weer oliedom te vinden, maar niets om rekening mee te houden. Donner is klaar. Het ministerschap is hem in de bol geslagen.

De bewakers van de Schipholgevangenis keken naar de directie en de directie keek naar Verdonk en Donner. Niets willen honden liever dan het hun baasje naar de zin maken. Ze zagen dondersgoed wat de zin van de baasjes was.