Het beeld

Zo! Door een bord te plaatsen op de Linnaeusstraat met de mededeling ,,Deze herdenkingsplek wordt vanavond om 23.00 uur opgeheven'' gaven arbeiders van het stadsdeel Oost de limiet aan. Het ziet er niet naar uit dat er volgend jaar op 2 november veel animo zal zijn om de moord op Theo van Gogh door middel van speeches in de herinnering te roepen.

Toch steken er nog een paar losse eindjes uit. Enkele daarvan werden redelijk bekwaam uitgeserveerd in de vijfde en beste documentaire over de moord. De titel Prettig weekend, ondanks alles (BNN) verwijst naar de groet van een rechercheur die op vrijdagmiddag tegen zijn zin op het dag en nacht van de activiteit gonzende productiekantoor van de vermoorde Van Gogh over veiligheidsmaatregelen moest overleggen. Een ander voorbeeld van ,,zo zo hè hè'', passend in de trend dat bij dodelijke drama's vooral geüniformeerde hulpverleners publiekelijk lof en compassie oogsten van gezagsdragers (hoofdcommissaris Welten, minister Verdonk).

Katja Schuurman, de tot Theo's vriendenkring behorende actrice die met hulp van BNN-voorzitter Laurens Drillich de documentaire maakte, begint sterk. Ze staat in een portiek van de Marianne Philipsstraat en wijst naar de deur waarachter slechts enkele uren na de moord al huiszoeking werd gedaan. Bravo! Vervolgens draait ze zich om naar een andere deur in hetzelfde portiek, waar de van de moord verdachte Mohammed B. woonde. Ibrahim Ben Salah had de pech B.'s buurman te zijn en moest dat bekopen met drie dagen ondervragingen en een omgespitte tuin. Pas daarna onderzocht de politie het huis van Mohammed B.

Dat had ik nu nog nergens eerder gehoord of gelezen, die vergissing van de speurders. Wel had ik me al eens verbaasd over de uitspraak van de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Leo de Wit, op de allereerste persconferentie na de moordaanslag, dat de gearresteerde verdachte ,,behoudens een betrekkelijk gering incident'' niet bekend was bij politie en justitie. Vervolgens somt Katja vijf incidenten op, alle met een min of meer gewelddadig karakter, waar Mohammed B. en de politie bij betrokken waren, tussen 1997 en 2004.

Via niet altijd even overtuigende zijwegen belanden de makers bij een interessante hypothese. Zoals eerder Netwerk (KRO) suggereerde dat de AIVD een lid van de Hofstadgroep had laten lopen, omdat hij hun informant was, zo wordt nu geopperd dat ook Mohammed B. aanvankelijk voor de AIVD werkte. Daarom zou ook hij lang ongemoeid zijn gelaten. Mogelijk is er iets misgegaan in de contacten met de AIVD, en zou hij daarom woedend zijn geworden op politie en spionagedienst.

Bewezen wordt er niks, dat is altijd het probleem met het ontmaskeren van machinaties van geheime diensten. De hypothese past wel in de theorie in Van Goghs speelfilm 06/05 over voorkennis van de AIVD over de moord op Fortuyn. De gedachte werpt een ander licht op het veelvuldig rijmen van `moord' en `het vrije woord' (Netwerk, NCRV). `Opgespoord'? `Witte boord'? Psychiater Bram Bakker wees onlangs in Het zwarte schaap (VARA) nog eens op de pathologische trekjes van Mohammed B.'s snelle radicalisering. Ook `geestelijk gestoord'? Het een hoeft het ander niet uit te sluiten.