Harde strijd op weg naar Turijn

Het schaatsseizoen is na drie kwalificatiedagen voor de wereldbekerstrijd officieel geopend. Een conclusie: de concurrentie voor de Spelen in Turijn is nog groter dan verwacht. Het is vooral dringen aan de mannentop.

The road to Turin is een lange weg vol hobbels, obstakels en tegenliggers. Over honderd dagen beginnen de Olympische Winterspelen in de Italiaanse stad Turijn en de Nederlandse schaatsers zijn begonnen met elkaar te beconcurreren. Het aantal deelnemers is beperkt – drie of vier Nederlanders per afstand – maar de waslijst aan potentiële deelnemers is bij de mannen te groot om op te noemen.

De kans op een karrenvracht aan eremetaal is minder groot dan bij de Spelen van 1998 en 2002, toen de buitenlandse rivalen minder tegenstand boden dan ze naar verwachting nu gaan doen. De Duitse vrouwen en de Noorse en Amerikaanse mannen zullen de rijke oranje oogst van Salt Lake City vermoedelijk doen verbleken.

Aan de vorm van de Nederlanders zal het zeker niet liggen. Daarvoor waren de tijden bij de kwalificatiewedstrijden voor de wereldbekercyclus in Heerenveen deze week bemoedigend genoeg. Maar de buitenlanders zitten ook niet stil en rijden nu al overal snelle rondjes. De verwachting is dat later deze maand bij de wereldbekerwedstrijden in Calgary en Salt Lake City de eerste wereldrecords zullen sneuvelen. Dankzij of ondanks de moordende concurrentie.

Door de commercialisering groeit het aantal nationale en internationale topschaatsers per seizoen. Geen dertiger die vrijwillig de ijzers in het vet legt; het inkomen van de gemiddelde sprinter of allrounder is te lucratief om voortijdig afscheid te nemen. Met als logisch gevolg dat de rivaliteit elk jaar groter wordt.

Bij de eerste schaatsmiljonair Rintje Ritsma, de meest succesvolle allrounder aller tijden, wogen de sportieve revanchegevoelens zwaarder dan de financiële noodzaak. Hij keerde deze week terug aan het front. De 35-jarige Ritsma plaatste zich in Heerenveen verrassend voor de wereldbekerwedstrijden op de 5.000 meter. `De Beer van Lemmer' is nog geen medaillekandidaat in Turijn, hij kan zich wel mengen in de strijd om de drie startbewijzen.

Op deze afstand telt Nederland momenteel wel tien kandidaten voor olympische deelname. Alleen Sven Kramer lijkt boven de rest uit te steken. Hij won gisteren, net als maandag op de 5.000 meter, met overmacht de afsluitende 10.000 meter. De jonge Fries versloeg nummer twee Jochem Uytdehaage met bijna zeven seconden verschil. De Noorse stayers zijn alvast gewaarschuwd voor deze 19-jarige alleskunner.

Maar Kramer is in zijn hart een allrounder en hij wil dit seizoen net zo graag Europees en wereldkampioen worden als de Olympus bestijgen. Geen chef de mission die hem de gereserveeerde houding ten aanzien van de Spelen uit zijn hoofd kan praten. Kramer wil pieken op de Europese kampioenschappen in januari, de Olympische Spelen in februari en de wereldkampioenschappen in maart. De vraag is of hij deze vorm van roofbouw op zijn nauwelijks volgroeide lichaam aan kan. Dan maar geen olympisch succes, lijkt Kramer te redeneren. Op de Spelen van 2010 in Vancouver is hij pas 23 jaar.

Als schrale troost plaatste Uytdehaage zich gisteren op de 10.000 meter wél voor de wereldbekerwedstrijden. Eerder deze week liep hij op de 1.500 meter en de 5.000 meter kwalificatie mis. Uytdehaage is nog lang niet in topvorm. En waarom zou hij ook? Vier jaar geleden reed hij ook matig in het voorseizoen en won hij in Salt Lake City vervolgens twee keer goud en een keer zilver.

De Nederlandse rivalen op de langere afstanden zijn traditiegetrouw Bob de Jong en Carl Verheijen – beiden kwamen niet in actie in Thialf want zij hadden zich al geplaatst – en de onvermoeibare Gianni Romme die zoete herinneringen bewaart aan de Winterspelen van 1998. De tweevoudig olympisch kampioen van Nagano is nog niet de oude; ook voor de 32-jarige stayer is het seizoen pas net begonnen.

Verrassend was het rijden van Remco Olde Heuvel. Hij behoorde op de 1.000 meter, de 1.500 meter én de 5.000 meter tot de uitblinkers. Het 21-jarige talent van Team Telfort is nog geen medaillekandidaat in Turijn, hij kan het zijn landgenoten in de kwalificatietoernooien wel knap lastig maken. Hetzelfde geldt voor Simon Kuipers op de 1.000 meter en de 1.500 meter. Deze 23-jarige stilist van de ploeg Postcode Loterij is volgens zijn coach Jac Orie een wereldtopper in spe.

Bij afwezigheid van tweevoudig wereldkampioen Erben Wennemars, die zich op de 1.000 meter en de 1.500 meter al had geplaatst, was het zwakke optreden van Gerard van Velde en Beorn Nijenhuis nogal opvallend. Ze werden gisteren op de 1.000 meter ruim verslagen door de 23-jarige Stefan Groothuis van Telfort. Weer zo'n opkomend talent uit de school van coach Ingrid Paul.

De mindere vorm van de TVM-sprinters is niet zorgwekkend, de betere vorm van de Telfort-rijders is wel opmerkelijk. Wat te denken van Jan Bos uit die ploeg, de wereldkampioen van 1998 die sinds dat jaar tevergeefs op olympisch goud heeft gejaagd. Gezien zijn sterke schaatsmijl is de 30-jarige sprinter nog lang niet afgeschreven.

Kortom: het is dringen aan de nationale mannentop. Geen schaatser die je deze week hoorde klagen. De toenemende concurrentie verhoogt het wedstrijdpeil, luidt de algemene redenering. En twee keer pieken moet toch zeker mogelijk zijn. Het olympisch kwalificatietoernooi, eind december in Heerenveen, zal het kaf van het koren scheiden. De verliezers zijn dan veruit in de meerderheid.