De afbladdering van Tony Blair

Een half jaar na zijn herverkiezing stapelen zich de aanwijzingen op dat het gezag van de Britse premier Blair tanende is.

Hoe lang zingt Tony Blair het nog uit als Brits premier? Die vraag zoemt plotseling weer overal rond in het Verenigd Koninkrijk, nadat op één en dezelfde dag David Blunkett, een vooraanstaand minister uit zijn kabinet, was gesneuveld en Blairs omstreden antiterreurwetgeving was vastgelopen in het Lagerhuis.

De perikelen van de premier vormen een welkom afscheidscadeau voor de Conservatieve partijleider Michael Howard, die volgende maand plaatsmaakt voor een opvolger. Triomfantelijk omschreef hij Blair gisteren in het Lagerhuis als een lame duck, als aangeschoten wild. Langzaam was het wegsijpelen van het gezag van de premier overgegaan in een ernstige bloeding, meende Howard.

Ook de media, van links tot rechts, zinspelen op een spoedig einde aan het tijdperk-Blair. Commentatoren grossieren in vergelijkingen, die uiteenlopen van de (langdurige) neergang van het Romeinse rijk tot de nadagen van de Conservatieve premier John Major, toen ministers voortdurend onderling ruzie maakten en verwikkeld raakten in schandalen.

Ernstiger voor Blair is dat ook in zijn eigen Labour-partij de kritiek snel toeneemt. Liefst 33 Labour-parlementariërs stemden 's avonds met de oppositie tegen het regeringsvoorstel om het aanmoedigen van terrorisme strafbaar te stellen. IJlings vroeg daarop minister Charles Clarke van Binnenlandse Zaken uitstel aan van stemming over een nog meer omstreden voorstel om verdachten van terrorisme drie maanden lang zonder aanklacht vast te kunnen houden.

Veel anti-Blairgezinden in de partij vierden gisteren in pubs uitbundig feest over het debacle voor de premier. Roy Hattersley, een oudgediende en geen vriend van Tony, memoreerde een uitspraak van de vroegere premier Harold Wilson, toen die in een soortgelijk parket als Blair verkeerde. ,,I know what's going on, I'm going on.''

Het was hoe dan ook een van de zwartste dagen uit de loopbaan van Blair. De afgetreden minister David Blunkett van Arbeid en Pensioenen, gold als een van zijn belangrijkste bondgenoten. Blair haalde persoonlijk Blunkett in mei terug in zijn kabinet, al lag diens smadelijke vertrek als minister van Binnenlandse Zaken in december nog vers in het geheugen. Hij moest aftreden nadat aan het licht was gekomen dat zijn departement had aangedrongen op een snellere afhandeling dan gebruikelijk voor de verblijfsvergunning van het kindermeisje van zijn maîtresse Kimberly Quinn.

Blunkett beschaamde echter het vertrouwen dat Blair in hem stelde. De minister bleek zijn persoonlijke zaken niet op orde te hebben en hij nam kort voor zijn terugkeer in het kabinet een directeurschap aan bij een bedrijf zonder zich te houden aan de gedragscode voor oud-politici. Dat verzuim brak hem deze week op en Blair betaalt er mede de politieke prijs voor.

Ook het vastlopen van de antiterreurwetgeving is een klap voor het prestige van de premier. De voornaamste pleitbezorger in het kabinet van de drie-maanden-termijn was Blair zelf. Clarke had de afgelopen weken al aangegeven dat wat hem betreft kan worden volstaan met een kortere periode.

De afgelopen weken waren er meer aanwijzingen dat het gezag van Blair tanende is. Zo lekte uit dat de doorgaans zeer loyale vice-premier John Prescott een ernstige aanvaring had gehad met Blair over het nieuwe onderwijsbeleid dat de premier voorstaat. Blair wil ouders meer inspraak geven in het onderwijsbestel en desnoods in de gelegenheid stellen zelf scholen op te richten. Prescott vreest dat kinderen uit lagere milieus er de dupe van worden, wanneer de overheid de controle over de scholen deels aan anderen afstaat.

Schadelijk voor Blairs aanzien waren voorts de openlijke ruzies tussen ministers over het rookverbod. Dagenlang bestookten voor- en tegenstanders van een algeheel rookverbod elkaar via de media. Blair bemoeide zich er niet mee. Ten slotte rolde er een halfslachtig compromis uit.

Het kwam Blair op het verwijt te staan dat hij de regie niet meer in handen heeft. Als reden hiervoor zien velen dat de premier niet langer wordt omringd door competente medewerkers, die vroeger veel onheil tijdig wisten af te wenden, onder wie zijn voormalige spin doctor Alastair Campbell en zijn politiek secretaris Sally Morgan. Ook mist Blair zijn vriend en raadgever, de huidige eurocommissaris Peter Mandelson.

Het probleem voor Blair is voorts dat hij zichzelf vorig jaar enigszins vleugellam heeft gemaakt met de aankondiging dat hij voor de volgende verkiezingen wil opstappen. Volgens ingewijden betreurt hij dat nu.

Nog maar vijf weken geleden presenteerde Blair op het Labour-partijcongres een ambitieuze hervormingsagenda, die hij de komende jaren hoopt te realiseren. En hij maakte zich vrolijk over de malaise van Frankrijk en Duitsland. Inmiddels begint ook zijn eigen situatie er steeds uitzichtlozer uit te zien.