Canada lijdt aan de Nederlandse ziekte

Olie-exporteur Canada profiteert van de hoge olieprijs, maar de stijging van de Canadese ten opzichte van de Amerikaanse dollar leidt tot een ,,erosie van de concurrentiepositie''.

Als exporteur van energie vaart Canada op het eerste gezicht wel bij de hoge olieprijs. Oliewinning aan de oostkust en op de westelijke prairies draait op volle toeren en er wordt volop geïnvesteerd in de teerzanden van Alberta, een enorme maar moeilijk winbare voorraad van ruwe olie. Alberta is booming, het geld stroomt binnen, en de provincie scoort jaarlijkse groeicijfers die zo'n vier maal hoger liggen dan het toch al gezonde Canadese gemiddelde van tegen de 3 procent.

Toch maken Canadese economen zich zorgen. Want evenals een vat ruwe olie wordt ook de Canadese dollar gestaag duurder. De munt is dit jaar bijna 4 procent in waarde gestegen ten opzichte van de Amerikaanse dollar (tot 85 Amerikaanse cent) en 14 procent ten opzichte van de euro (tot 71 eurocent). Dat begint problematisch te worden voor andere sectoren van de Canadese economie, met name de omvangrijke industriële productie voor de exportmarkt. Behalve met oplopende energiekosten hebben de Canadese makers van auto-onderdelen, textiel en andere producten te maken met het feit dat hun handelswaar steeds onaantrekkelijker wordt voor buitenlandse kopers.

Economen hebben een naam voor dit verschijnsel van sectorale scheefgroei: Dutch disease, oftewel Nederlandse ziekte. Het is een verwijzing naar de Nederlandse situatie in de jaren zeventig, toen Noordzee-olie tot gezonde inkomsten leidde maar de gulden onbetaalbaar werd voor buitenlandse afnemers van andere Nederlandse producten. De vondst van olie bleek zo een minder onverdeelde zege dan zij aanvankelijk leek. Zoals meestal met het woord Dutch is ook Dutch disease een bedenkelijke bijdrage van Nederland aan internationale financiële terminologie.

Canada vertoont inmiddels onmiskenbaar de symptomen van de Nederlandse ziekte, zegt Stephen Poloz, econoom bij Export Development Canada in Ottawa. ,,Het is een riskant milieu'', zegt hij. ,,De Canadese dollar staat veel hoger dan het geval zou zijn als de olieprijs normaal was, hoger dan de onderliggende concurrentiepositie van Canadese fabrikanten rechtvaardigt. De industriële sectoren staan dan ook onder druk en vertonen een achteruitgang van werkgelegenheid. Robuuste groei in sommige sectoren en vertraging in andere: dat is een symptoom van Nederlandse ziekte.''

Volgens Warren Lovely, econoom bij CIBC World Markets in Toronto, heeft Canada in toenemende mate te maken met het feit dat de Canadese dollar wordt beschouwd als een ,,olievaluta''. Hij wijst erop dat het aandeel van energie in Canadese exporten is opgelopen tot 20 procent van de totale waarde, een recordhoogte. ,,Een sleutelelement in onze beschouwing van de Canadese economie is een handelsoverschot in energie dat verder zal blijven stijgen'', zegt hij. ,,Dat zal leiden tot verdere koersstijging van de Canadese dollar.''

Hierbij doet met name de wisselkoers van de Canadese dollar met de Amerikaanse ter zake, omdat de overgrote meerderheid van Canadese exporten (85 procent) naar de VS gaat. Sinds de tweede helft van de jaren negentig hebben Canadese exporteurs kunnen steunen op de goedkope Canadese dollar, die enkele jaren lang rond de 65 Amerikaanse dollarcent zweefde. De Canadese economie vertoont al jarenlang een vrij sterke economische groei, vaak zelfs iets sterker dan die in de VS. Nu de waarde van de munt is opgelopen tot 85 cent is er echter sprake van een ,,erosie van de concurrentiepositie'', aldus Lovely.

Fabrikanten van Canadese exportproducten bestrijden met klem de indruk dat de Canadese economie de wind in de zeilen heeft dankzij oplopende olie-inkomsten. In de industriële sectoren gingen het afgelopen jaar 100.000 arbeidsplaatsen verloren, de meeste in de provincies Ontario en Québec, die samen goed zijn voor 60 procent van het nationale inkomen. ,,Die provincies zijn afhankelijk van productie buiten de grondstoffensectoren om'', zegt Lovely, ,,en dat is het deel van de economie waar we ons zorgen om maken.''

In die regionale onevenwichtigheid schuilt ook een probleem voor de centrale bank. Volgens de Bank van Canada draait de Canadese economie bijna op volle capaciteit. Aangezwengeld door een hausse in de binnenlandse bouwsector en andere binnenlandse consumptie ligt de werkloosheid laag (rond de 7 procent). De bank is beducht voor inflatie, gestimuleerd door hogere energieprijzen, en heeft een serie renteverhogingen in gang gezet. Vorige maand werd het basistarief voor een tweede opeenvolgende maand met 0,25 procentpunt verhoogd, tot 3 procent. Verdere verhogingen worden verwacht.

Bijwerking van die strategie is evenwel dat de Canadese dollar aantrekkelijker wordt voor buitenlandse investeerders en in waarde stijgt. Dat wakkert de Nederlandse ziekte verder aan. Volgens Lovely van CIBC World Markets wil de bank voorkomen dat de valuta doorschiet. ,,De Bank van Canada is zich zeer bewust van het effect van de valuta op de economie en zal zeker geen onnodige krimp willen riskeren'', zegt hij. ,,Als de bank de rente agressief blijft verhogen bestaat er een risico van een ernstige vorm van Dutch disease.''

Volgens Poloz van Export Development Canada kan de Canadese economie desondanks versterkt uit een korte besmetting met de Nederlandse ziekte tevoorschijn komen. ,,Een kleine dosis Dutch disease kan een zeker aanpassingsproces in de economie teweegbrengen dat uiteindelijk goed kan zijn'', aldus Poloz. Hij voorspelt dat de wereldeconomie zal wennen aan krapte op de oliemarkt en dat de olieprijs – en daarmee de Canadese dollar – zal stabiliseren. ,,Het hangt er wel van af hoe lang het gaat duren.''