Barbaren voor de poort

In het Verenigd Koninkrijk noemen ze het al merger monday: afgelopen maandag dienden zich op de Londense beurs maar liefst drie miljardenbiedingen van buitenlandse ondernemingen op Britse bedrijven aan. Het Spaanse Telefónica doet een bod op het Britse mobiele-telefoniebedrijf 02, Dubai Ports World biedt op het haven- en rederijbedrijf P&O en glasfabrikant Pilkington staat in de belangstelling van Nippon Sheet Glass. Daarnaast gaven de autoriteiten het groene licht voor een bod op de Londense beurs zelf, die door zowel Deutsche Börse als door Euronext (eigenaar van de Amsterdamse beurs) al langer wordt begeerd. Nu al bedraagt over 2005 de totale waarde van buitenlandse overnames in het Verenigd Koninkrijk 100 miljard euro, en dat is het hoogste bedrag sinds 2000, het laatste jaar van de toenmalige beurshausse.

De Britse reactie op de overnamegolf is er een van onverschilligheid. Het land is zich bewust van zijn open karakter en zijn rol in de wereldeconomie. Het verwisselen van eigendom van bedrijven hoort daar nu eenmaal bij. En als buitenlanders tegen elkaar op willen bieden, dan moeten zij dat vooral doen. Telefónica moet rekening houden met een rivaal als Deutsche Telekom, dat een hoger bod op 02 zou kunnen uitbrengen. Dat geldt ook voor P&O, waarvoor wellicht meer belangstellenden zijn.

Britse bedrijven zelf staan ook niet stil. Het Nederlands-Britse Shell heeft zijn hoofdkantoor weliswaar nog in Nederland, maar het kan moeilijk worden betwist dat na de structuurwijziging van het olieconcern van dit jaar Shell in de praktijk een Engels bedrijf geworden is. De duurste buitenlandse overname ooit werd tijdens de dotcomjaren gedaan door Vodafone, dat het Duitse Mannesmann kocht.

De Britse onverschilligheid staat in contrast met de recente reacties op het Europese vasteland, waar al snel wordt gedaan alsof de barbaren voor de poort staan. De Franse premier De Villepin sloeg eerder dit jaar groot alarm bij enkel en alleen het gerucht dat het Amerikaanse Pepsico zijn oog had laten vallen op de nationale trots Danone. In Duitsland werd het wankelende Volkswagen verankerd met een deelname van 20 procent door Porsche. Alles beter dan dat Duitse bedrijven in handen vallen van `Angelsaksische' beleggers, die de inmiddels scheidende voorzitter van de sociaal-democratische SPD, Franz Müntefering, deze zomer nog een ,,zwerm sprinkhanen'' noemde.

Niet dat fusies en overnames altijd zaligmakend zijn: een flink deel mislukt, of levert achteraf bezien een negatieve toegevoegde waarde. Maar veranderingen in de markt vergen wel een bedrijfsleven waar af en toe herschikt moet worden. Nationaliteit is daarbij niet van heel groot belang: de bestaande aandeelhouders zijn vaak allang een internationaal gezelschap van particuliere en institutionele beleggers. De bedrijven zelf opereren meestal allang multinationaal.

Het accepteren van grensoverschrijdende overnames is weinig anders dan het aanvaarden van de realiteit van de vervlochten internationale economie. De Britten tonen daarin een volwassenheid die op het Europese vasteland nog node wordt gemist.