Anti-terreurbeleid splijt Kamer

De Kamer is kritisch over het anti-terreurbeleid van het kabinet. Maar de partijen zijn onderling verdeeld. Ook de coalitiepartijen.

De samenleving moet beschermd worden tegen potentiële terroristen, zonder dat onschuldigen daarvan het slachtoffer worden. Inlichtingendiensten moeten efficiënt samenwerken. Niemand mag ongestraft mensen aanzetten tot het plegen van moorden of andere terroristische misdrijven. Tot zover de politieke eensgezindheid.

Maar nu het kabinet en Tweede Kamer het eens moeten worden over de manier waaróp terreur moet worden bestreden, is er van de eenheid weinig meer over. De politieke verschillen tussen de partijen, ook binnen de coalitie, laaien op nu de grenzen van het beleid moeten worden vastgesteld.

Vanavond zou de Tweede Kamer op verzoek van de Groep Wilders debatteren over het terrorismebeleid van het kabinet. Aanleiding is de aanhouding van zeven moslims die verdacht worden van het beramen van aanslagen. Maar ook enkele voorgenomen maatregelen van de ministers Donner (Justitie, CDA) en Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) komen ter sprake. Zo willen zij de mogelijkheden verruimen om terreurverdachten vast te houden, een meldplicht instellen, de inlichtingendiensten beter laten samenwerken en het ,,openbaar verheerlijken, vergoelijken, bagatelliseren of ontkennen van terrorisme'' strafbaar maken als dit leidt tot ernstige verstoring van de openbare orde.

VVD-fractievoorzitter Van Aartsen voerde deze week als eerste de druk op het debat op. Hij voelt, zei hij op een partijbijeenkomst in Katwijk, niets voor de maatregel die het goedpraten van terrorisme strafbaar moet stellen. Dat beperkt de vrijheid van meningsuiting. ,,Moeten wij soms bang zijn voor de preken van de radicale imams? Zijn de argumenten waarop de vrije westerse samenleving rust niet veel sterker?'', vroeg Van Aartsen zich af. Het kwam hem op een berisping van zijn CDA-collega Verhagen te staan, die de VVD opriep consistent te zijn.

De afwijzing van de VVD leidt ook tot ergernis bij de PvdA. Het tekent volgens Kamerlid Aleid Wolfsen (PvdA) het `zwart-wit-denken' van het politieke debat over terrorisme. ,,Maatregelen zijn fantastisch of helemaal niks. Dat is jammer, want terrorismebeleid is bij uitstek juridisch precisiewerk.''

Er is overeenstemming in de Kamer over de het feit dat opsporings- en veiligheidsdiensten `doeltreffend' moeten opereren bij de bestrijding van terrorisme. Maar enkele fracties hebben twijfels of dat ook het geval is. Volgens D66 is er zelfs een ,,cultuuromslag nodig om adequate informatieuitwisseling te garanderen.'' Deze partij is kritisch over het terreurbeleid van het kabinet, dat te veel op repressie gericht zou zijn. Daarom ziet D66 niets in het verbod op het verheerlijken van terrorisme.

De PvdA houdt daarover, in afwachting van een concreet voorstel van Donner, haar kruit droog. De fractie wil wel van het kabinet de garantie dat de slagkracht van arrestatie-eenheden die bij terreurdreiging worden ingezet, verbetert. De huidige arrestatie- en aanhoudingsteams zijn nu ondergebracht bij meerdere departementen. Volgens Tweede-Kamerlid Van Heemst moet er één overkoepelend terrorismeteam komen. Hij baseert zich daarbij op een vertrouwelijk rapport van de criminoloog Cyril Fijnaut, die in opdracht van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken de aansturing van die teams onderzocht.

Gecoördineerd optreden wordt in de bestaande structuren bemoeilijkt, concludeerde Fijnaut vorig jaar juni. Het is voor leidinggevenden cruciaal dat arrestatieteams voor de risicoafwegingen `real time' de beschikking hebben over relevante gegevens, luidde een van zijn aanbevelingen. Een commissie van deskundigen van het openbaar ministerie, Defensie en de politie nam die aanbeveling van Fijnaut vorig jaar november over.

Volgens Van Heemst zijn de aanbevelingen van Fijnaut slechts gedeeltelijk opgevolgd en moet het kabinet de Kamer binnen een half jaar informeren over de vorming van dat landelijke anti-terreurteam. Ook andere fracties in de Tweede Kamer willen betere informatie over de manier waarop veiligheidsdiensten en aanhoudingsteams in de praktijk opereren.

In de coalitie kan het terrorismebeleid de komende weken voor spanningen zorgen. Donner is er veel aan gelegen het zogenoemde `apologieverbod' door de Tweede Kamer te krijgen. Doordat de VVD en D66 het voorstel op voorhand hebben afgewezen, is er echter geen Kamermeerderheid meer voor. Maar eensgezindheid tussen VVD en D66 over de vraag hoe het wél moet, is er evenmin. Extra lastig voor de VVD is bovendien dat sommige fractieleden het plan wel zien zitten. Het Kamerlid Van Baalen sprak er al voorzichtig zijn steun voor uit.

Tweede-Kamerlid Hirsi Ali (VVD) bepleitte vorige week een parlementaire enquêtecommissie voor onderzoek naar het gevoerde anti-terreurbeleid, maar kreeg daar binnen haar eigen fractie geen steun voor. PvdA en coalitiepartij D66 willen dat het kabinet een externe onderzoekscommissie instelt, vergelijkbaar met de commissie-Van der Haak die het opereren van veiligheids- en bewakingsdiensten rond de moord in 2002 op politicus Pim Fortuyn heeft onderzocht.