Ajax kent in elke linie problemen

Eindeloos werd de bal aan elkaar doorgeschoven. Tot uiteindelijk Nigel de Jong op de rand van het strafschopgebied met zijn linkerbeen werd gedwongen het bevrijdende schot te lossen. De Amsterdamse voetballer met het leeuwenhart deed dat met verve en bezorgde Ajax in de laatste minuut van de zuivere speeltijd de overwinning. Nourdin Boukhari voegde er in de 93ste minuut nog een treffer aan toe (2-4).

Het cruciale moment waar Ajax wellicht straks de kwalificatie voor de volgende ronde aan te danken heeft – één punt in de laatste twee duels tegen Sparta Praag (thuis) en Arsenal (uit) is volgens trainer Danny Blind voldoende – was toch die negentigste minuut. Ryan Babel en Urby Emanuelson verzorgden een paar mooie combinaties op de linkerkant. Vervolgens durfde bij Ajax voor het doel van FC Thun aanvankelijk niemand te schieten, totdat de Jong schoot.

Blind zat hoofdschuddend op de bank. Toen later werd gevraagd erop te reageren slikte de trainer snel wat in. Deze vertoning was toch symptomatisch voor het gebrek aan vertrouwen waarmee Ajax al een groot deel van het seizoen kampt? Blind hield wijselijk zijn mond. Hij wilde wel kwijt dat hij de overwinning als een belangrijke opsteker zag voor de competitie, waarin Ajax is weggezakt naar een zesde plek. Een topclub onwaardig.

Het is wat onlogisch dat Ajax juist in het miljoenenbal van de Champions League zijn geschonden imago weer wat oppoetst. Dat dankt de Amsterdamse club niet in de laatste plaats aan de gunstige loting in augustus. FC Thun, momenteel vijfde in de Zwitserse competitie, en Sparta Praag missen niveau voor het hoogste podium. Zelfs Arsenal, koploper van groep B, draait in Engeland matig. Kon zelfs in de thuiswedstrijd maar ternauwernood van FC Thun winnen (2-1).

Ajax mocht het zichzelf aanrekenen dat het de Zwitserse provincieclub tot twee keer toe liet terugkomen. Al moet gezegd worden dat de dertigduizend toeschouwers, niet bepaald gewend aan Champions-Leaguevoetbal, wel voor een speciaal sfeertje zorgden op de tribunes van het fraaie Stade de Suisse in Bern. Maar wie zich niets aantrok van de entourage en puur naar het geboden voetbal keek op het veld, constateerde dat de meeste spelers van FC Thun nauwelijks in staat waren een bal onder controle te krijgen. Nadat trainer Urs Schönenberger in de tweede helft twee wissels pleegde om de overwinning af te dwingen, ontstond er zoveel ruimte bij de ploeg die gewend is met één spits te spelen, dat Ajax wel moest scoren.

Door verdedigingsfouten was 't voor het doel van Maarten Stekelenburg echter dweilen met de kraan open. Hedwiges Maduro en Zdenek Grygera zijn geen sterren in het dekken van de tegenstander. Een vervelende eigenschap voor centrale verdedigers. Als er voorzetten komen van de flanken, letten ze vooral op de bal en zien ze niet dat de directe opponent uit hun rug wegloopt en vervolgens een scoringskans krijgt. Zie Klaas-Jan Huntelaar vrijdag in het duel met Heerenveen. Zie Mauro Lustrinelli in de confrontaties met FC Thun. ,,Ik denk dat hij in twee ontmoetingen zo wel zes kansen heeft gehad'', constateerde Blind. ,,Het is merkwaardig dat Lustrinelli zo vaak uit het oog werd verloren. Ik kan er geen verklaring voor bedenken.'' Wat Maduro betreft is het voor Blind duidelijk dat zijn kwaliteiten toch vooral een linie verder liggen, op het middenveld dus. Hoewel Frank Rijkaard, een van zijn voorgangers, ook in het begin van z'n loopbaan een dromer was op deze positie. En pas later kon hij de scherpte en concentratie opbrengen die voor deze belangrijke positie in het elftal noodzakelijk is. Dat bezorgde Rijkaard succes in Oranje op het EK van 1988 en een transfer naar AC Milan.

In feite heeft Ajax momenteel in elke linie wel een probleem. De voorhoede ontbeert goede vleugelaanvallers en een koelbloedige centrumspits. Het middenveld kan meer routine gebruiken en liet zich gisteravond in grote delen van de wedstrijd te makkelijk terugdrukken door de beperkte voetballers van FC Thun. Daardoor ontstonden hachelijke situaties in en rondom het strafschopgebied van Ajax. Blind dirigeerde Wesley Sneijder, maker van het eerste doelpunt, wat meer naar voren en verlangde dat er achterin één tegen één werd verdedigd.

Een kwartier voor tijd ontstond er toch weer een doelpunt uit een situatie waarin Ajax te veel achterover leunde. Emanuelson schopte de bal in een overvol doelgebied voor de voeten van invaller Pimenta Adriano die de tweede gelijkmaker aantekende. Daarmee was de voorsprong van Ajax die ontstond uit het eigen doelpunt van Armand Deumi weer ongedaan gemaakt. Lustrinelli kreeg vijf minuten voor tijd door een dekkingsfout van Grygera, die ook schuld had aan de eerste gelijkmaker, nog een geweldige kans om het duel in het voordeel van FC Thun te beslissen. Maar de Zwitser kopte van dichtbij naast. Ajax worstelde en kwam tenslotte boven.

Blind hield gemengde gevoelens over aan het duel. Hij besefte dat het spel van zijn team niet goed was geweest, maar voelde zich ook opgelucht met het resultaat. In de returns tegen FC Thun en Sparta Praag wilde hij vier punten halen. Die doelstelling is dichtbij gekomen. ,,Maar ik zoek toch ook een bevestiging in het spel. Dat was vandaag een beetje moeilijk.''

Financieel directeur Jeroen Slop vond dat er geen reden was om te somberen. Het kan immers altijd slechter. Hij verwees bijvoorbeeld naar de nederlaag van Manchester United tegen Lille. Als Ajax, dat tegen FC Thun voor het eerst in drie jaar een uitoverwinning boekte in de Champions League, overwintert in het bekertoernooi, wordt het ook financieel aantrekkelijk voor de club uit de Arena. In de groepsfase gaat de winst immers voornamelijk op aan premies voor de spelers.

FC Thun

2

Ajax

4

Ruststand 0-1. 27. Sneijder 0-1, 56. Lustrinelli 1-1, 63. Deumi 1-2 (eigen doelpunt), 74. Adriano 2-2, 90. De Jong 2-3, 90. Boukhari 2-4. Schds: Hrinak (Slw). Tsch: 30.119. Gele kaart: Goncalves, Milicevic, Ferreira (FC Thun), Galásek, Anastasiou (Ajax).