Wapens ter lering en ter vermaak

Lord of War heeft twee briljante openingen. De film begint met Nicolas Cage, die ergens in rokende puinhopen staat. Langzaam beweegt de camera achteruit, waarna duidelijk wordt dat Cage te midden van duizenden lege kogelhulzen staat. We horen zijn laconieke voice-over: ,,Er zijn op de hele wereld 550 miljoen wapens in omloop, een voor elke twaalf mensen op aarde. De vraag is: hoe bewapenen we de overige elf?''

De toon is gezet, dit wordt een satire, een zwarte komedie over een wapenhandelaar zonder scrupules. Dan begint de titelsequentie, waarin de camera het productieproces van een kogel volgt, van de fabriek tot in het wapen. De scène eindigt met het afvuren van het geweer, de camera raast met de kogel mee, die uiteenspat in het hoofd van een Afrikaans jongetje. De boodschap is duidelijk. Kogels maken meer kapot dan je lief is.

De combinatie tussen deze serieuze boodschap en de charmante verschijning van Cage als Yuri Orlov – die wapens verkoopt omdat hij het zo goed kan – en zijn ondanks (of juist door) het cynisme vaak zeer grappige commentaar op de geluidsband, overtuigt nooit helemaal. Dan meldt de aftiteling nog dat freelance wapenhandelaars als Orlov niks voorstellen. De permanente leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties – waaronder Amerika – die kunnen er pas wat van! Dat zijn de grootste wapenleveranciers, die baat hebben bij het instandhouden van brandhaarden overal ter wereld. Had daar dan een filmpamflet over gemaakt à la Michael Moore in plaats van dit zwalkende, op twee gedachten – entertainen en verontwaardigen – hinkende betoog.

Lord of War. Regie: Andrew Niccol. Met: Nicholas Cage, Bridget Moynahan, Jared Leto. In: 35 bioscopen.