Visser kiest vlag van land met minste toezicht

Illegale visvangst wordt wereldwijd bevorderd doordat landen ,,hun vlag verkopen'' aan eigenaren van schepen. Die eigenaren zoeken naar landen met een gebrekkige controle op de sociale omstandigheden voor het personeel aan boord van de schepen en op de vis die gevangen wordt.

Volgens een vandaag verschenen rapport van de Australische regering, de internationale federatie voor werknemers in de transportsector en het Wereldnatuurfonds leidt deze praktijk tot misbruik van de rechten van werknemers en vormt ze een bedreiging voor de visstand.

Wereldwijd vaart volgens het rapport zo'n 15 procent van alle vissersschepen met een zogeheten `vlag naar wens'. Daardoor wordt volgens het Wereldnatuurfonds de mogelijkheid voor internationale organisaties om in de gaten te houden wat er op zee gebeurt ernstig belemmerd.

Veel scheepseigenaren kopen een vlag van een land waar het welzijn van de werknemers nauwelijks wordt gecontroleerd. Ze betalen slecht, bieden gebrekkige medische voorzieningen en laten het personeel soms verkommeren in buitenlandse havens als het schip te oud wordt. Het Midden-Amerikaanse land Belize had bijvoorbeeld vorig jaar 241 zeer grote vissersschepen geregistreerd staan.

Ook Honduras en Panama zijn gretige leveranciers van een `vlag naar wens'. In sommige gevallen is de band met het land zelfs nauwelijks aanwezig. Liberiaanse vlaggen worden via internet verhandeld door een in de Verenigde Staten gevestigd particulier bedrijf.

Het rapport dringt aan op strengere regels voor het verstrekken van een vlag aan schepen. Er zou op zijn minst een concrete band moeten zijn met het land dat de vlag levert.