Rapport over zaak-Khan openbaar

De regering heeft een geheim onderzoeksrapport uit 1979 openbaar gemaakt over de Pakistaanse atoomspion Abdul Khan. Een sterk gekuiste versie daarvan was al in 1980 aan de Tweede Kamer verstrekt.

Toen vorig jaar opnieuw aandacht voor de zaak Khan ontstond, verzocht de commissie voor de inlichtendiensten van de Kamer om vertrouwelijke toezending van het hoofdrapport. Minister Brinkhorst van Economische Zaken heeft nu besloten in een `bijzondere stap' het rapport `voor eenieder' publiek te maken.

Het nu vrijgegeven rapport lijkt veel op de gekuiste versie uit 1980. Het legt uit hoe in 1975 verdenking tegen Khan ontstond en beschrijft welke bedrijven tot in 1979 leverden aan het Pakistaanse centrifuge-project. Van Doorne Transmissie (VDT) leverde de speciale stalen rotoren, het Fysisch Dynamisch Onderzoekslaboratorium FDO (waar Khan gewerkt had) leverde meetapparatuur.

In de gekuiste versie werd voorbijgegaan aan de verdenkingen die men toen al jegens ir. Henk S. had. Het nu vrijgegeven rapport beschrijft S. als een man die nauwe relaties met Pakistan onderhield. S. ontving een deel van de stalen rotoren die Van Doorne Transmissie voor Pakistan produceerde. `Het is – nog – niet bekend wat hij met deze buizen heeft gedaan', schrijft men in 1979. Men sluit niet uit dat ook via S. `gevoelig materiaal' richting Pakistan ging.

Opmerkelijk is verder dat het bedrijf FDO de sterkste aanwijzingen dat Khan achter de geheimen van de ultracentrifuge aan zat, niet bekendmaakte aan UCN en het ministerie van EZ. Die aanwijzingen bestonden uit brieven waarin Khan naar specifieke technische details vroeg. FDO was toen net in zakelijk overleg met Khan. Een ander nieuw detail is dat bedrijven uit Duitsland en Zwitserland `aanzienlijke geldsbedragen via Nederland aan Khan persoonlijk overmaakten'. Het rapport eindigt met de aanbeveling ook de VS `van de voor haar relevant te achten informatie te voorzien'. Dat staat haaks op het vermoeden dat de Amerikanen al geheel van alle details op de hoogte waren.

Abdul Qadeer Khan studeerde en werkte in Nederland en deed daarbij veel kennis op over ultracentrifuges voor verrijking van uranium. Die kennis was en is staatsgeheim. Khan was in dienst van een bedrijf dat produceerde voor UCN, de centrifugefabriek in Almelo. Hij vertrok in 1976 naar Pakistan en groeide daar uit tot `de vader van de Pakistaanse atoombom'. Als gevolg van de `zaak-Khan' leed Nederland internationaal gevoelig gezichtsverlies.

Vorig jaar viel Khan in ongenade, toen bleek dat hij zijn kennis had doorverkocht aan Iran, Libië en Noord-Korea. Pakistaanse autoriteiten onthulden dat Khan door de jaren heen veel steun had gehad van de Nederlandse zakenman Henk S. uit St.Pancras. Deze staat morgen in Alkmaar terecht voor verdachte leveringen van recente datum aan Pakistan.