Militanten in de rol van hulpverlener

Radicale islamitische organisaties zijn prominent aanwezig als hulpverleners in Pakistaans Kashmir. New Delhi vreest dat zij zo nieuwe supporters recruteren voor hun strijd tegen India.

De groene sluier verhult veel, maar niet haar donkere treurige ogen. Mehmooda Bibi leefde na de aardbeving van 8 oktober drie dagen met haar acht kinderen in ,,de goot'' in de Pakistaanse stad Muzaffarabad voordat er iemand naar hen omkeek. Het waren islamitische militanten die haar en de kinderen redden.

,,Ze doen hier goed werk. Als zij er niet zo snel waren geweest, vlak na aardbeving, was het leed veel groter geweest'', zegt de dertigjarige Bibi, terwijl zij in haar tent zit, omringd door haar kinderen. Haar negende kind overleefde de ramp niet. Zijn lichaam vonden ze drie weken na de aardbeving. ,,We hebben hem gisteren begraven.''

Vrijwel iedereen in Muzaffarabad kent het tentenkamp waar Bibi verblijft. Op grote spandoeken prijkt de naam Jamaat-ud-Daawa, een radicale islamitische organisatie, de eerste hulpverlener die na de ramp kwartier maakte in de hoofdstad van Pakistaans Kashmir. Een dag na de beving arriveerde al een team van vier artsen en zes verplegers. Op dat moment hadden overheid en internationale hulpverleners nog amper door in welke staat Kashmir verkeerde. Vandaag stelde de overheid het officiële dodental bij tot boven 73.000.

Buitenlandse hulpverleners zijn onder de indruk van de gedisciplineerde wijze waarop de kampen van Jamaat-ud-Daawa zijn georganiseerd – de tenten zijn overigens bedekt met blauw zeil van Unicef. Ruim drie weken na de ramp heeft de organisatie in Kashmir 1.500 man op de been, die te voet en per boot het rampgebied zijn binnengetrokken om achtergebleven slachtoffers te helpen. Ook heeft zij verschillende medische kampen opgezet, onder andere in de steden Balakot en Muzaffarabad. Naar eigen zeggen heeft Jamaat-ud-Daawa meer dan 40.000 mensen behandeld.

,,Wij zitten overal, ook dicht bij de officieuze grens met India'', zegt Mohammed Arshad, een 23-jarige vrijwilliger van Jamaat-ud-Daawa die uit Lahore is overgekomen. ,,Als we nu geen ramadan hadden gehad waren er nog veel meer vrijwilligers geweest.'' Arshad is manager van het kamp dat langs de Neelam-rivier ligt. ,,We gaan ook scholen opzetten, de eerste komt hier aan de overkant'', vertelt hij enthousiast.

Jamaat-ud-Daawa heette tot begin 2002 nog Lashkar-e-Taiba. Deze militante groep is vooral bekend om haar gelijknamige gewapende tak, die strijdt voor afscheiding van Kashmir van India. De naamsverandering had plaats nadat de Pakistaanse president Musharraf Lashkar-e-Taiba op de lijst van verboden terreurorganisaties had gezet, mede onder druk van India en de Verenigde Staten. India houdt Lashkar-e-Taiba onder meer verantwoordelijk voor de aanslagen op het parlement in New Delhi in 2001.

Lashkar-e-Taiba bestaat als terreurorganisatie nog steeds. Volgens de politie in New Delhi zit zij mogelijk achter de bomaanslagen van afgelopen zaterdag in de Indiase hoofdstad. Officieel heeft de terreurgroep geen binding meer met Jamaat-ud-Daawa, die zich richt op maatschappelijk-religieus werk als koranscholen en ziekenhuizen. Officieus is het verhaal anders.

,,Zij nog gewoon verbonden met elkaar, dat weet iedereen'', zegt Ershad Mahmud, politiek analist van het Instituut voor Beleidsstudies, een onafhankelijke Pakistaanse denktank in Islamabad. In Muzaffarabad heette het ziekenhuis van Jamaat-ud-Daawa nog gewoon het Taiba-Hospitaal. Dat gebouw ligt nu in puin.

Mahmud zegt ook: ,,Jamaat-ud-Daawa is erg tegen India, dat gezien wordt als een land dat moslims onderdrukt.'' Zoveel blijkt ook uit een recent commentaar in Ghazwah, weekblad van Jamaat-ud-Daawa: ,,Het moet aan Amerika en Europa duidelijk worden gemaakt dat we geen andere optie hebben dan India's slechte intenties te vergelden en dat we zijn begonnen met het helpen van de vrijheidsstrijders in Kashmir.''

Vorige week nog sprak analist Mahmud de grondlegger van de Lashkar-e-Taiba, Hafiz Mohammed Saeed, die rondreisde in de getroffen regio. Saeeds boodschap aan de slachtoffers van de aardbeving tijdens het gebed liet weinig aan de verbeelding over. De mensen waren gestraft voor het zondige beleid van de Pakistaanse president Musharraf. De Pakistaanse regering doet volgens Saeed wat de VS haar opdragen. Musharraf zou banger zijn voor Bush dan voor Allah en daarom wordt Pakistan ook gedwongen de vriendschapsbanden met India aan te halen.

Indiase commentatoren en politici zijn bezorgd over de aanwezigheid in Kashmir van radicale organisaties als Jamaat-ud-Daawa en de Al-Rasheed Trust, die volgens de VS financiële banden onderhoudt met Al-Qaeda. Zij vrezen dat de islamitische hulpverleners hun aanwezigheid zullen gebruiken om supporters te winnen voor hun strijd: de afscheiding van Kashmir van India.

Een vergelijking met de Palestijnse terroristische organisatie Hamas ligt daarbij voor de hand. Hamas verstevigde haar positie onder de Palestijnse bevolking door hulpverlening in onder andere de Gazastrook. ,,Natuurlijk is de populariteit van Jamaat-ud-Daawa in Kashmir door deze activiteiten gestegen'', zegt analist Mahmud. ,,Maar de overheid houdt ze ook in de gaten. Musharraf wil niet dat zij profiteren van de beving.''

De hoop van de Pakistaanse regering lijkt ijdel. In het medische kamp van Jamaat-ud-Daawa in Muzaffarabad is de vijftigjarige boer Aziz ur-Rehman lyrisch over de organisatie: ,,Ze waren als eerste in deze regio. Ze doen meer dan wie ook. Iedereen praat erover. Mijn dochter lag onder het puin van ons huis, maar is gered dankzij Jamaat-ud-Daawa.''