Het is tijd dat de rente gaat stijgen

De Amerikaanse centrale bank, die gisteren opnieuw de rente verhoogde, heeft te lang gewacht met aanpassing van de rente, vindt Melvyn Krauss. De Europese Centrale Bank moet niet dezelfde fout maken.

De Amerikaanse centrale bank (Fed) kampt met een dilemma: zij moet de rente blijven verhogen, gisteren opnieuw, hoewel de Amerikaanse economie wordt geteisterd door orkanen. Voor de Europese Centrale Bank (ECB) is dit een belangrijke les.

Na een vrij lange periode van monetaire stabiliteit bij een ongewoon lage rente moet de rente worden verhoogd naar niveaus die beter passen bij de economische werkelijkheid. Te lang wachten kan gevaarlijke consequenties hebben. De Fed is te laat begonnen met de normalisering van de rentevoet en moet daar nu voor boeten. Natuurlijk werkt de ECB in een andere omgeving en onder andere voorwaarden. Maar zij moet wel oppassen niet dezelfde fout te maken.

Er zijn veel waarschuwingssignalen dat inflatie dreigt in de eurozone. De groei van de geldvoorraad ligt al enige tijd ruim boven de streefcijfers, wat wijst op overmatige liquiditeit. De kerninflatie voor september, 2,6 procent, ligt boven het ECB-streefcijfer van 2 procent. Hetzelfde geldt voor de jongste prognose voor de inflatie over 2006.

,,Er mag nog geen einde komen aan de loonmatiging'', waarschuwt Otmar Issing, hoofdeconoom van de ECB. Hij is duidelijk bezorgd dat de hoge energieprijzen via hogere looneisen doordringen in het algehele inflatieproces.

Waarom nog wachten? Hoe langer de energieprijzen op het huidige hoge niveau blijven, des te groter de waarschijnlijkheid dat de inflatieverwachtingen toenemen en dat zich `tweederonde-effecten' voordoen. Als de ECB blijft talmen met de normalisering van de rentevoet, zou dat tot een lelijke vlaag van inflatie kunnen leiden. Dat zou catastrofaal zijn voor het economisch herstel van Europa, want dan zou de ECB geen andere keuze hebben dan hard op de monetaire rem te trappen.

Dat wil niemand. Beter nu een verhoging met 50 basispunten die voortgang van het economisch herstel mogelijk maakt door de inflatie binnen de perken te houden, dan drie- of viermaal dat cijfer in een later stadium. Dat zou immers een abrupt einde kunnen maken aan het herstel.

Te oordelen naar de bijeenkomst vorige maand van de raad van bestuur van de ECB lijkt dat `voorkomen' voor de economie van de eurozone niet ver weg te zijn. De afgelopen maanden zijn de waarschuwingen van de ECB voor inflatie steeds urgenter van toon geworden, van het vroegere ,,wij zijn waakzaam'' naar ,,wij zijn bijzonder waakzaam'' in september en ,,krachtige waakzaamheid met betrekking tot het risico dat de prijsstabiliteit naar boven toe verstoord wordt, is op haar plaats'' in oktober. De raad van bestuur dreigt door zijn vocabulaire – en zijn geloofwaardigheid – heen te raken, als hij niet spoedig in actie komt.

Op de persconferentie na de bijeenkomst in oktober sloeg Jean-Claude Trichet, het hoofd van de ECB, een ongewoon agressieve toon aan. Trichet leek op te roepen tot preventief optreden tegen tweederonde-effecten, toen hij zei: ,,Wij mogen niet toelaten dat zich tweederonde-effecten voordoen.'' Voor het eerst was het hoofd van de ECB bereid openlijk toe te geven dat de raad van bestuur op de bijeenkomst de voors en tegens van een renteverhoging had besproken.

Desalniettemin werden in oktober de huidige rentetarieven ,,nog passend'' genoemd – een teken dat de ECB nog niet zover is; een onverwachte daling van de economische activiteit of een sterke stijging van de waarde van de euro zou kunnen leiden tot uitstel van de onvermijdelijke renteverhoging. Duidelijk lijkt wel dat de ECB de persconferentie in oktober heeft gebruikt om de politici, de vakbonden en de markten te waarschuwen dat haar lange periode van monetaire inactiviteit ten einde loopt. Het afscheidsproces is begonnen.

Niet iedereen is gelukkig met dat nieuws. Politici als Chirac in Frankrijk, Berlusconi in Italië en de ministers van de ECOFIN blijven aandringen op vaste en zelfs lagere rentetarieven. Politici kunnen gemakkelijk onverantwoordelijk omspringen met monetair beleid. Zíj krijgen de schuld niet van inflatoire onbezonnenheid, en zij hoeven ook niet te proberen de geest van de inflatie weer in de fles te krijgen als hij eenmaal is ontsnapt.

Bovendien maken de politici, door stelselmatig aan te dringen op een lagere rente dan de ECB kan bieden, de centrale bank tot zondebok voor de schamele economische prestaties van Europa. Het gaat slecht met Europa, is hun redenering, niet omdat zij geen structurele hervormingen weten te realiseren, maar omdat de rentevoet te hoog is.

Na een lange periode van uitzonderlijke lage rente heeft de Fed twaalf keer op een rij de rente met telkens 25 basispunten verhoogd, en het einde is nog niet in zicht. Dat voorbeeld hoeft de ECB niet te volgen. Een simpele verhoging van 50 basispunten zou op dit moment voldoende kunnen zijn, en daarna zou de rente een tijdlang in de wachtstand kunnen blijven.

De Fed heeft te lang gewacht met het normaliseringsproces, en omdat zij in de neergaande fase van de rentecyclus agressiever had verlaagd, heeft zij ook agressiever moeten verhogen in de opgaande fase. Dat is niet het soort wispelturig monetair beleid dat Europa zou moeten voeren.

Melvyn Krauss werkt aan de Hoover Institution van Stanford University