Flatteuze popfoto's van Leibovitz

Eigenlijk is Annie Leibovitz altijd een reclamefotografe geweest. Dat dat aanvankelijk niet opviel, kwam doordat ze werkte voor journalistieke media als Rolling Stone en Vanity Fair. Toch, wie haar sterrenfoto's uit de jaren zeventig tot en met negentig bekijkt kan niet anders dan constateren dat Leibovitz' foto's altijd een vorm van image building waren.

Steevast nam ze een aspect van de ster dat niet onmiddellijk voor de hand lag en vergrootte dat uit door er een `onverwachte' (lees: theatrale) draai aan te geven. Zo troffen we de zwarte actrice Whoopi Goldberg aan in een bad met melk, zat de voormalige acteur Arnold Schwarzenegger met ontbloot bovenlijf op een wit paard aan een sigaar te lurken en dragen `intellectuelen' als componist Philip Glass en auteur Susan Sontag bij Leibovitz altijd een dikke jas – u weet wel: intellectuelen, ondoordringbaar, in zichzelf gekeerd, gesloten.

Het intrigerendste aan deze rolbevestigende manier van fotograferen was dat Leibovitz er haar eigen praktijk zo mooi mee in stand hield. Doordat ze beroemdheden via haar camera van een flatterende laag voorzag poseerden nieuwe beroemdheden dolgraag voor haar. En werd Leibovitz zelf beroemd. Dat lijkt aanlokkelijk, maar daarmee manoeuvreerde Leibovitz zichzelf ook in een Faustiaans dilemma. Als ze het ooit zou wagen kritisch te worden of een onflatteuze foto zou publiceren, zouden de beroemdheden die haar zelf beroemd hadden gemaakt haar laten vallen als een baksteen.

In veel opzichten lijkt het werk dat nu te zien is op American Music, haar tentoonstelling in Foam in Amsterdam, een poging om aan dat dilemma te ontsnappen. Leibovitz goes sober. De tentoonstelling bestaat vooral uit foto's van Amerikaanse muzikanten, meestal in zwartwit, vastgelegd in hun eigen vertrouwde omgeving, en liefst zo `natuurlijk' mogelijk.

Niet dat Leibovitz het ensceneren helemaal laat liggen: een foto als die van het popduo The White Stripes, waarop we drumster Meg White als een kermisartieste aan een rad zien hangen terwijl zanger Jack White als een messenwerper tegenover haar staat, is nog helemaal de `oude' Leibovitz. Maar de overigen, of het nu foto's zijn van oude bluesmuzikanten als BB King, of artiesten als Emmylou Harris, Dolly Parton, rapper Sean `Puff Daddy' Combs of Iggy Pop, zijn soberder. En vooral: saai. Op het eerste gezicht appelleert Leibovitz behendig aan een gevoel van authenticiteit. Dat komt allereerst door dat zwartwit, wat weer zo uit de mode is dat het de foto's iets ouderwets geeft – ook al omdat Leibovitz graag met romantische grijstinten strooit. Vervolgens probeert ze die authenticiteit te vergroten door de artiesten zo min mogelijk te laten poseren. Dat levert een pijnlijke hoeveelheid foto's op van muzikanten-met-gitaar-op-de-buik (prachtig uitgelicht, dat wel) die weinig zeggen over hun muziek, maar louter uitstralen dat deze mensen aardig zijn en authentiek – vooral de donkere bluesmuzikanten, vanzelfsprekend.

Maar hoe langer je kijkt, hoe meer je beseft dat dat geldt voor al deze portretten. Hoe `echt' Leibovitz deze muzikanten ook wil vastleggen, in haar hart blijft ze de reclamefotograaf die haar modellen in de was wil zetten, oppoetsen, laten glimmen – en dus iedere originaliteit of meerkantige visie vermijdt. Dus staat Emmylou Harris voorspelbaar met haar gitaar op haar buik naast een meertje. Iggy Pop met ontbloot bovenlijf en loshangende haren. Sean Combs in een witte patserjas – hoe kom je erop! Leibovitz kijkt nooit verder, zelden durft ze een muzikant te betrappen op een manier die hem of haar niet welgevallig kan zijn.

Uitzonderingen zijn misschien het portret van Johnny en June Carter Cash, waarop enige spanning ontstaat doordat zij wordt neergezet als een oudere vrouw waar het jonge meisje nadrukkelijk doorheen schemert, terwijl haar man met een vervallen Francis Bacon-kop over haar heen kijkt. Ook mooi is het portret van Steve Earle, maar alleen omdat achter zijn brillenglazen het grijs van zijn wallen zo goed is te zien. Verder gaat Leibovitz niet – durft ze niet te gaan, want dan, opnieuw, komen ook die `authentieke' muzikanten vast niet meer voor haar camera. Zelden zag ik een tentoonstelling waarin de kunstenaar zoveel werk verzet om zoveel leegte te verhullen. In `authentieke' termen: dikke kitsch, en niks anders.

Tentoonstelling: Annie Leibovitz, American Music. T/m 7 december in Foam, Keizersgracht 609, Amsterdam. Dagelijks 10-17u, do en vr. 10-21u. Inl: 020-5516500, www.foam.nl