Een handig potje voor politieke wensen

Miljarden euro's stromen in het Fonds Economische Structuurversterking (FES), een verslavingsfonds voor politici.

Drie letters leveren de smeerolie voor de nationale infrastructuur en de kenniseconomie. Ze staan voor een Haagse afkorting met een begroting groter dan die van menig ministerie, maar de letters zijn niet gebeiteld op de gevel van een overheidsgebouw. Toch overbruggen de letters politieke tegenstellingen en voorzien ze in de financiering van steeds meer politieke wensen. Het Fonds Economische Structuurversterking (FES) is de verslavingsdrug van de Nederlandse politiek. En dat alles dank zij de inkomsten van vluchtig aardgas.

Het FES is een virtueel fonds. Het wordt beheerd door vier ambtenaren, twee van het ministerie van Economische Zaken en twee van het ministerie van Financiën, die daarnaast andere taken op hun departement vervullen. De politieke verantwoordelijkheid berust bij staatssecretaris Van Gennip (Economische Zaken, CDA) en de ministers Zalm (Financiën, VVD) en Brinkhorst (Economische Zaken, D66). Volgend jaar beschikt het FES over 5,5 miljard euro.

Bij de toewijzing van FES-gelden zijn de Interdepartementale Commissie voor Ruimtelijke Economie, de Commissie voor Wetenschap, Technologie en Innovatiebeleid en het Centraal Planbureau betrokken. Het geld gaat naar ministeries, voor projecten op het gebied van infrastructuur en kennis. De grootste ontvangers zijn Verkeer en Waterstaat, VROM en in toenemende mate Economische Zaken en Onderwijs.

Onder politieke druk wordt alles kneedbaar, zo ook de bestedingen die vallen onder de criteria van het FES. Toen eind maart het kabinet Balkenende-II wankelde, kreeg het FES een prominente rol in het `paasakkoord' waarmee het CDA en de VVD coalitiegenoot D66 overhaalden verder te regeren. Over een periode tot 2010 zal er 2,3 miljard extra uit het FES besteed worden aan kennis, innovatie, onderwijs, duurzaamheid, mobiliteit en monumenten. Niet toevallig D66-prioriteiten. Ook niet toevallig wordt het FES mede beheerd door D66-nestor Brinkhorst.

Het Fonds Economische Structuurversterking is eind 1995 opgezet ten tijde van het eerste kabinet-Kok. De aanleiding vormde een slepend juridisch conflict over aardgas onder de Dollard in het grensgebied met Duitsland, dat vanuit Duitsland was gewonnen maar binnen het Nederlandse domein viel. Duitsland werd verplicht een schadeloosstelling te betalen. Ter voorkoming dat deze meevaller zou worden verjubeld – de `Hollandse ziekte' uit de jaren zeventig van de vorige eeuw toen de aardgasbaten werden omgezet in sociale uitgaven – besloot het eerste paarse kabinet om de Duitse miljarden in een apart fonds onder te brengen. Met als doel ,,de financiering van investeringsprojecten van nationaal belang waarmee beoogd wordt de economische structuur te versterken''. Bepaald werd dat 42,5 (aanvankelijk 41,5) procent van de aardgasbaten die de staat ontvangt bestemd zijn voor het FES en de resterende 57,5 (was 58,5) procent voor vermindering van de staatsschuld.

Sinds de oprichting heeft het FES 15,9 miljard euro toegezegd voor 85 projecten. De filosofie is dat de rijkdom van natuurlijke hulpbronnen niet alleen aan de huidige, maar ook aan toekomstige generaties ten goede komt.

De Nederlandse aardgasprijzen zijn gekoppeld aan de olieprijzen op de wereldmarkt. Door de sterke stijging van de olieprijzen in de afgelopen anderhalf jaar beleeft het FES een tweede bonanza: miljarden stromen in het Fonds. En daar weet politiek Den Haag wel raad mee. Tot en met 2010 zal het FES op grond van de bestaande toezeggingen geaccumuleerd 31,6 miljard euro uitgeven.

Zo langzamerhand is er geen project, weg of spoorlijn in Nederland meer te verzinnen of het FES is er met bedragen uiteenlopend van honderdduizenden tot honderden miljoenen euro's bij betrokken. Betuweroute, Hogesnelheidslijn, bereikbaarheidsprojecten, bodemsanering, ondergrondse netwerken, tunnels, milieutechnologie, technocentra, kenniswijken, stadsverbetering, ruimtelijke kwaliteit – het kan niet op. Daar zijn met het `paasakkoord' voor de komende jaren uitgaven bijgekomen voor het Waddenfonds (ter compensatie van de kokkelvissers), praktijklokalen voor vmbo-scholen, innovatievouchers voor het midden- en kleinbedrijf, universitair toponderzoek, verbetering van de luchtkwaliteit, bescherming van vitale infrastructuur, windmolenparken op de Noordzee, restauratie van `kanjermonumenten' en het behoud van het archeologisch erfgoed.

Steeds vaker wordt het FES ook gebruikt als `bruggetje' om geld vrij te maken op de reguliere departementale begrotingen. Zo fungeert het FES als een ventiel om de begrotingen van ministeries te ontlasten. Het voordeel van het FES is dat het ogenschijnlijk wordt gevuld met `gratis geld': de belastingen hoeven er niet voor omhoog en er hoeft ook niet voor te worden bezuinigd op andere uitgaven. Zolang er aardgas wordt gewonnen in Nederland blijft er geld in het FES stromen dat beschikbaar is voor politieke wensen die anders niet of moeizaam gehonoreerd kunnen worden.

Niet iedereen is gelukkig met zo'n uitdijend fonds buiten de begrotingen van de ministeries. Temeer omdat de aardgasbaten door de koppeling aan de internationale olieprijzen aan sterke schommelingen onderhevig zijn. De Studiegroep Begrotingsruimte, bestaande uit topambtenaren op financieel-economisch gebied, zal in een rapport over het begrotingsbeleid voor de volgende kabinetsperiode het FES aan een kritische beoordeling onderwerpen. Ondertussen gaat de FES-bonanza onverminderd voort.