Dood regeert in onopgesmukt boerendrama

Boerendrama's worden in Nederland niet zoveel geschreven, in tegenstelling tot Duitsland. Auteurs als Werner Schwab en Herbert Achternbusch hebben het harde, grauwe en ook rijke boerderijleven vastgelegd. Vooral Susn (1980) en Ella (1978) van Achternbusch leven in mijn herinnering als rauwe toneelteksten over mensen opgesloten bijvoorbeeld in een kippenhok.

De nieuwe toneeltekst Biest door Herman van de Wijdeven roept duidelijke reminiscenties op aan Achterbusch. `Biest' is de eerste melk van een koe na het kalveren en heeft de naam gezond en versterkend te zijn. Een oude boerin troont op groteske wijze op het toneel; zij is stervend en wil nu het nog kan in het reine komen met haar dochter. Marlies Hamelynck vertolkt de rol van moeder. Zij heeft haar gezicht vertrokken en met onopgesmukte, bitse stem dient ze haar dochter, gespeeld door Wendell Jaspers, van repliek. De dochter kan in de ogen van moeder geen goed doen. Jaspers in boerenkiel en soms met een iets frivolere spijkerbroek aan reddert met het vee. Telkens als zij opkomt uit de stallen moet ze een ingewikkelde beweging maken tussen de melkmachines door. Dat is een treffend beeld: die glanzende machines met die agressieve ijzeren zuigers zijn net de tralies waarachter zij is opgesloten.

Wendell Jaspers maakt een fraaie rol van de slaafse, nederige dochter. Zij zoekt een balans tussen tal van tegenstrijdige emoties: haat, afkeer, liefde, zorg voor het vee. De dood is alomtegenwoordig in dit stuk, soms te nadrukkelijk. Een grootmoeder is door de Duitsers omgebracht. Dochter heeft net twee doodgeboren kinderen gebaard en haar borsten zitten nog vol melk. Een andere grootmoeder is verdronken in de beerput en, om de tragedie volledig te maken, verdenkt dochter haar moeder ervan dat zij haar wilde laten weghalen voor de geboorte. ,,Jij wilde mij vermoorden'', zegt de dochter op een emotioneel hoogtepunt. De moederrol is zwaar aangezet met als lichtzinnige onderbreking een korte dans door Hamelynck. Het woord `engeltjesmaker' valt geregeld: een vrouw die abortus pleegt.

Regisseur Jos van Kan brengt Biest als een oratorium. Een countertenor (Jan Kullmann) begeleidt het verbale gevecht tussen moeder en dochter met liedteksten die nu eens religieus zijn, dan weer de functie van commentaar hebben. Hij zou de engel des doods kunnen zijn die de moeder komt halen, of Charon de veerman die de mensen het dodenrijk binnenlokt. De rol van de zanger is nu eens troostrijk, dan gemeen en ook hard. Soms snijdt zijn stem door merg en been met hoge, felle uithalen. De boerendochter moet haar moeder melden dat er zojuist een kalf bij de geboorte is doodgegaan. Van de koe is er wel de krachtige biest. Zij wil dat haar moeder ervan drinkt, maar deze weigert. Het lijkt of in Van de Wijdevens tekst dood en boerenleven synoniem zijn, zo vol dood zit deze sober geënsceneerde voorstelling.

Voorstelling: Biest van Herman van de Wijdeven door De Wetten van Kepler. Regie: Jos van Kan. Compositie: Wiebe Gotink.Gezien: Verkadefabriek, 's-Hertogenbosch. Tournee t/m 27/12. Inl.: 073-6141934; www.dewettenvankepler.nl