Canadese liberalen namen smeergeld aan

Onderzoek naar een groot corruptieschandaal in Canada zuivert premier Martin van alle blaam. Oud-premier Chrétien draagt de politieke verantwoordelijkheid.

De regerende Liberale Partij van Canada heeft tussen 1996 en 2003 smeergeld aangenomen in ruil voor de toekenning van overheidscontracten aan gunstig gezinde reclamebureaus. De huidige partijleider en premier Paul Martin was echter niet van de illegale praktijken op de hoogte.

Dat zijn de voornaamste conclusies van een gerechtelijk onderzoek naar een corruptieschandaal dat de minderheidsregering van premier Martin al anderhalf jaar achtervolgt. Het rapport van onderzoeksrechter John Gomery over de toedracht van het zogeheten sponsorship scandal, een complex politiek drama in Canada, werd gisteren openbaar gemaakt.

Gomery geeft de schuld van het schandaal aan een groep prominente partijleden rond voormalig premier Jean Chrétien, onder wie diens stafchef, Jean Pelletier, geldinzamelaar Jacques Corriveau, en minister van Openbare Werken, Alfonso Gagliano. Er is geen bewijs dat Chrétien persoonlijk bij het wanbeheer betrokken was, maar als architect van het ontspoorde kabinetsprogramma deelt hij niettemin politieke verantwoordelijkheid, oordeelde Gomery.

Volgens de rechter, die anderhalf jaar lang onderzoek deed naar het schandaal, gedragen sommigen in de Liberale Partij, die sinds 1993 onafgebroken aan de macht is, zich alsof overheidsgeld ,,hen toekomt''. Hij spreekt van ,,schaamteloos misbruik van belastinginkomsten'' en bekritiseert ,,hebzucht, roekeloosheid en incompetentie'' van de hoofdrolspelers in het schandaal.

Het sponsorship scandal draait om een omstreden initiatief om Canada aan te prijzen in overwegend Franstalig Québec nadat de inwoners van die provincie tien jaar geleden bij een referendum op een haar na afzagen van afscheiding. Het programma, waarbij Canada evenementen in Québec sponsorde in ruil voor het ophangen van Canadese vlaggen en posters, werd slordig beheerd. Zo'n 100 miljoen Canadese dollar (70 miljoen euro) werd betaald aan reclamebureaus verbonden aan de Liberale partij, voor weinig aantoonbaar werk. Een deel van dat geld werd doorgesluisd naar de partijkas van de Liberalen in Québec om verkiezingscampagnes tegen de separatisten te financieren.

Onthullingen over het wanbeheer hebben de Liberalen in ernstig diskrediet gebracht en leidden dit voorjaar bijna tot de val van het kabinet-Martin. Martin, minister van Financiën onder Chrétien, dient volgens Gomery echter te worden ,,gezuiverd van alle blaam voor het wanbeheer.''

Martin verklaarde de bevindingen van Gomery te ondersteunen. Hij noemde de conclusies ,,verontrustend'' en kondigde aan het rapport door te zullen spelen aan de politie voor onderzoek. De Liberale Partij betaalt ruim 1 miljoen dollar aan illegaal verkregen campagnegeld terug, en de hoofdrolspelers van het schandaal - behalve Chrétien - worden de partij uitgezet. Martin werd door zijn ministers verdedigd als de aangewezen man om orde op zaken te stellen.

Oppositieleider Harper meent juist dat de Liberale Partij niet in beste positie is om ,,liberale corruptie'' aan te pakken. ,,Ik kan me geen andere parlementaire democratie voorstellen waar een schandaal van deze omvang en deze aard, waarbij de premier de voornaamste financiële beheerder was toen het geschiedde, niet zou leiden tot de val van de regering en het vertrek van die persoon uit de politiek,'' aldus Harper.

Toch is een kabinetscrisis niet waarschijnlijk, omdat die zou leiden tot verkiezingen tussen kerst en nieuwjaar. Niettemin zullen er volgend voorjaar verkiezingen worden gehouden, en zal premier Martin moeite hebben om een meerderheid te behalen. Met name in Québec is zijn partij, en de federalistische zaak, ernstig beschadigd door het schandaal.