Wijs kind

Iedereen kent de types, maar ze zijn nog niet eerder beschreven. In de achtste aflevering van `In het wild', een serie semi-antropologische speurtochten, `wijs kind'.

Het wijze kind komt bij zijn moeder staan. Zojuist heeft hij drie kwartier lang geweigerd broccoli te eten. Zijn moeder heeft hem toen even op de gang gezet. Nu is hij weer van de gang af, en heeft hij beloofd de broccoli toch maar te eten. Maar eerst wil hij nog wat zeggen: ,,Mama, het is raar, maar ik voel me boos en verdrietig tegelijk. Hoe kan dat?''

Zijn moeder is dolblij: dat hij, zo klein nog, al zo gevoelig is voor zijn eigen gevoelens! Ze legt hem omstandig uit waarom hij boos is (omdat hij op de gang is gezet) en waarom verdrietig (omdat hij zich alleen voelde op de gang) en suggereert dat hij nu ook wel weer een beetje blij kan zijn (omdat hij niet meer op de gang is).

Het wijze kind luistert, knikt en gaat zijn broccoli eten.

Vroeger, in mijn kindertijd, anno begin jaren tachtig, waren kinderen ook heel wijs, maar niet zozeer qua zelfinzicht. Meer qua `de wereld'. Alles wilden wij wel aan de kaak stellen en/of redden: de zeehonden, Deetman, de bommen en natuurlijk het algehele milieu. We waren Kinderen voor kinderen-kinderen die zich uren druk konden maken om een bontjas en arme mensen in warme landen – een kiiiind is hier zo rijk, zongen we met zielige stemmetjes. We hielden ons ontzettend bezig met het wereldnieuws en vonden onszelf bijna grote mensen.

Het wijze kind anno nu houdt zich vooral bezig met zichzelf, en dan vooral met zijn eigen psyche. Dat is natuurlijk de schuld van zijn ouders. Die hebben hem op vierjarige leeftijd, toen hij een keer de hond in brand stak, meegesleept naar een psycholoog en die heeft gezegd dat hij PDD-NOS heeft, of zoiets. Of dat hij zich ergens in het (steeds weidser wordende) autistische spectrum bevindt. Of, heel ordinair, dat hij ADHD heeft.

Dat hebben de ouders weer met het kind `gedeeld', want het is maar beter dat zo'n kind meteen weet wat er aan zijn geest schort, dan kan hij dat op school aanvoeren als verklaring voor het feit dat hij steeds klasgenootjes met een schep slaat.

En dan krijg je dus de volgende zelfreflecterende conversaties:

,,Juf, wat ben ik toch drúk vandaag!''

(extreem vermoeide stem van juf): ,,Ja Jopje, dat ben je.''

,,Ik ben zeker mijn píl vergeten vanmorgen!''

Of, kleuter die tekening van paarse ballon heeft gemaakt en vervolgens doorgekrast en verscheurd:

,,Ik kan ook niks! Ik kan ook niks! Ik wil altijd alles perfect doen!''

Juf, gealarmeerd: ,,Maar dat hoeft helemaal niet. En die ballon was heel mooi!''

Jongetje: ,,Je snapt het niet! Ik moet alles perfect doen van mezelf!''

Een vijfjarige met een burnout. In ieder geval heeft hij zelf door waar de oorzaak van zijn problemen ligt. Dat is wel weer heel fijn.

Ook eigenschappen die vroeger als positief werden uitgelegd, zijn nu tot ziektebeeld gepromoveerd. Hoogbegaafd zijn, bijvoorbeeld. Vroeger was je dan gewoon de slimste van de klas en werd je schaamteloos voorgetrokken en geprezen. Nu zijn er kinderen die verdrietig zeggen: ,,Ik heb HB.'' Een soort TBC, maar dan met slim zijn. ,,Ik heb HB en daarom verveel ik me altijd in de klas en daarom heb ik Esma geschopt.'' Ouders en leerkrachten fluisteren op het schoolplein over het arme kind met HB. ,,Zo zielig, Cas heeft HB. Wat een leven gaat hij krijgen. Overal de slimste. Wat een lot.''

Of: fantaseren. Ook iets wat kinderen goed kunnen. Best leuk om te doen. Maar is tegenwoordig ook ziektebeeld. Want straks wordt het kind nog een pathologische leugenaar zonder geweten! Je kunt ze niet vroeg genoeg vertellen dat fantaseren verkeerd is. Waardoor een meisje tijdens het kringgesprek de volgende vreemde monoloog kan houden:

,,Ik ben dit weekend naar een iglo geweest, en daar heb ik met een pijl en boog op een ijsbeer... O nee, dat is een fantasieverhaaltje. Dat moet ik niet doen. Ik moet de waarheid vertellen.''

Gelukkig is het wijze kind ook vaak een sluw kind. Het jongetje van de paarse ballon bijvoorbeeld, is zelf naar de juf gegaan en heeft gezegd: ,,Juf, ik ben altijd zo snel boos hè?'' ,,Ja'', antwoordt de juf met haar vermoeide stem. ,,Dus ik heb met mijn papa bedacht dat we een vel kunnen maken met allemaal hokjes. En als ik dan een dag niet boos ben geweest, plakken we een sticker op dat vel.''

Juf, helemaal verrast en ontroerd door het zelfinzicht van het jongetje en zijn zelfbedachte beloningssysteem: ,,Wat een geweldig idee! Dat gaan we meteen doen!'' Jongetje lacht in zichzelf. Bedenkt dat hij volgende week misschien gaat zeggen dat hij ergens aan de rand van het autistische spectrum zit.