Ta-bóém!

Mensen zijn muzikaler dan ze denken, zegt de Amsterdamse muziekwetenschapper Henkjan Honing. Hij onderzoekt welke invloed muziek heeft op ons brein en waarom we bepaalde muziek boeiend of spannend vinden, wat nu precies de timing van Billy Holiday of Glenn Gould zo bijzonder maakt.

Als je een zaal vol mensen vraagt mee te klappen met een ritme, pikt vrijwel iedereen daaruit al na een paar maten een regelmatige `puls' op, ook al zat die puls niet letterlijk zo in het melodietje. Het oproepen van die puls, de zogenoemde `beat-inductie', is volgens Honing een typisch menselijke eigenschap. Apen en de meeste andere dieren blijken het niet te kunnen. Een ander voorbeeld. Als je mensen het muzikale cliché (`tètta tatère' ofwel `shave-and-a-haircut') laat horen, heeft iedereen de neiging om het deuntje af te maken (`ta-bóém!'), blijkbaar roept die onverwachte rust dat verlangen om door te gaan op.

Is die voorspelbaarheid prettig om te horen?

Honing: ,,Componisten spelen ermee om je actief te laten meeluisteren, je aandacht te sturen, met je geheugen te spelen. Maar ze spelen ook met je verwachtingen, die soms nét niet uitkomen, net zoals het leuk is om de clou van een mop uit te stellen. In de jazz bijvoorbeeld komt een noot vaak net iets te vroeg of net iets te laat. Om muziek te kunnen waarderen moet je in elk geval de onderliggende regelmaat kunnen herkennen, anders snap je niets van jazz.

,,Uit onderzoek is gebleken dat babies van 2,5 dag oud muziek van Vivaldi intrigerend vinden, ze draaien hun hoofd naar de luidspreker. Maar als de noten achterstevoren worden afgespeeld verdwijnt die interesse. Blijkbaar voelen pasgeboren babies de onderliggende regelmaat al instinctief aan. Babies van zeven maanden zijn ook gevoelig voor complexe maatsoorten, maar als je die verder nooit te horen krijgt gaat die gevoeligheid op den duur verloren, dan herken je alleen nog maar tweekwarts- en driekwartsmaten en verder niet.''

Wanneer is een mens muzikaal?

,,Onmuzikale mensen bestaan eigenlijk niet. Kijk naar de jeugdcultuur, die is zo sterk doordrongen van muziek, vrijwel iedereen doet daar aan mee. Je kunt beoordelen of je bepaalde muziek saai vindt, je weet precies wat muziek voor je kan doen en daar maak je gebruik van om je stemming te reguleren en je beter te voelen. Ook mensen die zelf zeggen dat ze niet muzikaal zijn, geen ritmegevoel hebben en geen instrument bespelen, houden vrijwel altijd van muziek. In een treurige bui draaien ze droevige muziek en om te stofzuigen zetten ze weer wat anders op. Dat noem ik muzikaliteit. Mensen voelen heel goed aan wat muziek met hun stemming doet.

,,Sommige mensen zijn toondoof, die horen het echt niet als je in een melodietje een detail verandert of in een ritme een noot weglaat of toevoegt. Maar dat is zeer uitzonderlijk.

,,Ik geloof dat het begrip muzikaliteit geen talent, maar een algemeen menselijke vaardigheid is. Het hangt er vooral van af wat er gebeurt in jouw cultuur, waar je van kinds af aan aan wordt blootgesteld, van het muziekonderwijs dat je krijgt. In een land als Argentinië maakt iedereen muziek op feestjes, iedereen kent de liedjes, iedereen zingt ze mee. Als je een Nederlander vraagt om een liedje te zingen staat hij er met een rood hoofd bij. Ingebakken talent is een mythe, al heb je natuurlijk binnen een cultuur uitschieters. Maar dat lijkt me meer een creatief talent dan een muzikaal talent.''

Dus iedereen kan piano leren spelen?

,,Nou ja, in elk geval een beetje. Iedereen kan toch ook leren typen?''

e-mail: dezeweekspreekt@nrc.nl