Shell pensioneert

Werken tot je 65ste – het blijft een probleem in de West-Europese verzorgingsstaat, waar vroegpensioen vanaf 55 jaar eerder regel is dan uitzondering. Vorige week vrijdag lag het openbare leven in België goeddeels stil door een staking tegen de plannen van de regering-Verhofstadt om de prepensioenregeling te beperken. Slechts vier van de tien Belgen tussen de 50 en 65 jaar is nog aan het werk. De rest geniet van een te vroege, maar in eigen ogen ongetwijfeld welverdiende `ruststand'. Deze week zijn werknemers van de olieraffinaderij van Shell in Pernis begonnen met een stakingsactie (de eerste in ruim een kwart eeuw) tegen een directieplan voor een nieuwe pensioenregeling. Het conflict zou de grootste olieraffinaderij in Europa volledig kunnen stilleggen en kan een precedent scheppen in de onderhandelingen over pensioenen in Nederland.

De vergrijzing van de beroepsbevolking heeft ingrijpende gevolgen voor de arbeidsmarkt en voor de betaalbaarheid van alle pensioenen. Bij ongewijzigd beleid zal van een enigszins redelijk pensioen voor toekomstige generaties geen sprake kunnen zijn. Nu al moeten sommige pensioenfondsen hun voorwaarden aanpassen, overigens niet alleen door demografische factoren, maar ook door tegenvallende beleggingsresultaten. De generatie van 40- en 50-plussers die nu de straat op gaat, strijdt voor behoud van haar huidige, doorgaans riante pensioenrechten. Shell-werknemers bijvoorbeeld kunnen tot nog toe op hun zestigste met pensioen en hoeven bij een inkomen tot 60.000 euro bruto geen pensioenpremie te betalen, een bijzonderheid die de meeste bedrijven beslist niet kennen.

Wat Shell voorstelt oogt redelijk. Het plan strookt met het kabinetsbeleid om werknemers langer te laten doorwerken. Het stemt bovendien de pensioenen bij het olieconcern af op die van andere bedrijven. De pensioenleeftijd zou van 60 naar 65 jaar moeten, en vanaf volgend jaar moeten alle werknemers pensioenpremie gaan betalen, in hoogte afhankelijk van hun salaris. Werknemers kunnen eerder stoppen, maar ontvangen dan wel een lager pensioen. De oudedagsvoorziening blijft gebaseerd op het laatstverdiende loon.

Kortom, allesbehalve een kwaadaardige pensioenrevolutie. Menigeen zou er voor tekenen. Toch is het wel begrijpelijk dat de verwende Shell-werknemers, en met name de ouderen, in opstand komen. Aan de borreltafel praten over vergrijzing is één ding, maar premie moeten betalen en langer doorwerken maken het opeens een concrete bedreiging. Verworven rechten als VUT of prepensioen zullen nooit zonder meer worden opgegeven. Ze vormen een moeizame maar noodzakelijke slag in de strijd om aanpassing van de arrangementen van de verzorgingsstaat.

Met hun werkervaring zijn senioren een essentieel segment van de arbeidsmarkt. Het is niet meer van deze eeuw om hen vroegtijdig van het werkproces uit te sluiten. Langer doorwerken is onvermijdelijk aan het worden. Rijke bedrijven als Shell dienen echter in te zien dat overgangsregelingen noodzakelijk zijn en méér moeten zijn dan een doekje voor het bloeden. Er zal betaald moeten worden, en flink ook.