Reis vergoed van nabestaanden

Familieleden in de eerste graad van de illegale vreemdelingen die donderdag zijn omgekomen bij de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost, kunnen op kosten van Nederland naar ons land komen. Dat hebben de ministers Donner (Justitie, CDA) en Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) vanmiddag geschreven aan de Tweede Kamer. Het ministerie van Justitie zal hun vliegticket betalen en de leges voor het visum vergoeden.

Bij de brand in vleugel K van het cellencomplex kwamen elf illegale vreemdelingen om het leven. Vijftien gedetineerden raakten gewond. Een van hen ligt nog zwaargewond in het ziekenhuis. Artsen noemen zijn toestand stabiel, aldus een woordvoerder van de Dienst Justitiële Inrichtingen. Vijf gedetineerden die donderdag zijn ontsnapt, zijn nog voortvluchtig.

Het programma Nova bracht gisteravond de eerste ooggetuigenverslagen van vier gedetineerden uit Iran, Afghanistan, Suriname en Roemenië die de brand i meemaakten. Een brandalarm ging niet af, vertelden ze, en bewaarders deden de celdeuren niet open, ondanks gebonk, gehuil en luid gestamp. Eenmaal ontkomen werden de gedetineerden door de marechaussee onder schot gehouden.

Een Afghaanse vluchteling uit de afgebrande vleugel K vertelde dat hij rond twaalf uur `s nachts op de deur bonkte, toen er een bewaarder langs liep. ,,Maar ze deed niet open.'' Toen hij er enige tijd later met zijn celgenoot in slaagde de celdeur te forceren, werd hij naar eigen zeggen samen met andere ontkomen gedetineerden door de marechaussee onder schot gehouden. Met wapenstokken. ,,We mochten niet terug naar vleugel K om andere cellen open te maken.''

Ook bewoners van de naburige vleugels D en J hadden last van de brand. Een Roemeense vluchteling uit het naburige celblok J vertelde: ,,Ik zat op mijn bed. Er was rook. Het alarm ging niet af. Ik hoorde stemmen. Het klonk paniekerig, maar ik versta geen Nederlands. Ik deed het licht aan en direct blies het ventilatiesysteem rook naar binnen.'' Een Surinaamse gedetineerde uit de D-vleugel, die ligt aan de andere kant van de afgebrande vleugel hoorde waarom een bewaarster de deur niet open deed: ,,Het meisje zei: sorry, maar ik ben bang dat jullie vluchten en dat ik mijn baan kwijtraak.'' Even later , toen hij was ontkomen, werd hij ook onder schot gehouden door de marechausee: ,,Een van hen zei: als het aan mij ligt, schiet ik jullie allemaal een kogel door de kop.''