Man van de buckybal

De Amerikaanse chemicus Richard Smalley, mede-ontdekker van de koolstofbuckybal en een fervent pleibezorger van nanotechnologie, is afgelopen vrijdag in zijn woonplaats Houston overleden. Hij was 62 jaar en leed al geruime tijd aan leukemie.

Na zijn studie scheikunde werkte Smalley eerst vier jaar bij Shell alvorens op Princeton zijn promotieonderzoek te starten. In 1976 werd hij hoogleraar op Rice University in Houston. Daar ontdekten hij en zijn medewerkers in 1985 een nieuwe, zeer stabiele vorm van koolstof, bestaande uit 60 atomen. Al spelend met papieren modellen ontdekte Smalley thuis in de keuken dat koolstof-60 de vorm van een voetbal bezat, opgebouwd uit in totaal twaalf vijfhoeken en twintig zeshoeken. Het deed hem denken aan het futuristische koepelontwerp van de uitvinder Richard Buckminster Fuller en Smalley doopte zijn nieuwe molecuul `buckminsterfullereen'. Al snel werd het buckybal.

De koolstofbuckybal en de verwante koolstofnanobuis – een soort opgerold kippengaas – veroverden in razend tempo de wereld. Nadat hij samen met Harold Kroto en Robert Curl in 1996 met zijn buckybal de Nobelprijs voor scheikunde had gewonnen, raakte Smalley in de ban van technisch-industriële toepassingen van koolstofnanobuisjes. Rice University stak tientallen miljoenen dollars in koolstof-60-onderzoek en Smalley benutte zijn roem om overal ter wereld de zegeningen van de nieuwe technologie – waaronder lichte, zeer sterke kabels voor elektriciteitstransport – te verkondigen.

In 2000 richtte Smalley het bedrijf Carbon Nanotechnologies op. Ook was hij nauw betrokken bij het National Nanotechnology Initiative van president Bill Clinton – onder George Bush Jr. geëxpandeerd tot een miljardenproject. Met zijn grimmige humor en verzorgde baardje was hij de visionair van de booming business van de nanotechnologie.