Kleine jihad tot hij er klaar voor is

Ze verwerpen de rechtsstaat en beschouwen de jihad als een volgend stadium. Jonge familieleden van vrienden van Mohammed B. zijn geradicaliseerd, zeggen ze zelf.

Op zondagavond 7 november 2004 stond Redouan (1980) naast zijn broer Fahmi B. in de deuropening van hun flat in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer. Het was vijf dagen na de moord op Theo van Gogh en Fahmi vertelde over zijn ware geloof en zijn vriendschap met Mohammed B., op dat moment nog de verdachte van de moord. Redouan droeg een bruinleren jack met een bontkraag en gel in zijn haar en hij schudde zijn hoofd. ,,Hij heeft de verkeerde vrienden'', zei hij lachend en hij knikte met zijn voorhoofd in de richting van zijn broer. ,,Ik begrijp niet alles van hem.''

Redouan was net begonnen aan het tweede jaar van zijn studie sociaal- juridische dienstverlening aan de Hogeschool van Amsterdam. Drie dagen na de ontmoeting met de twee broers, werd Fahmi gearresteerd op verdenking van lidmaatschap van het mogelijk terroristische netwerk Hofstadgroep. Redouan troostte zijn ouders, bracht Fahmi schone kleren en nieuwe boeken en onderhield contact met de politie en de advocaat.

Op 27 juli 2005 bezoekt Redouan de rechtbank in Rotterdam om een pro formazitting tegen de leden van de Hofstadgroep bij te wonen. Die dag ontmoet hij Mohammed T. die hij uit Al Hoceima in Marokko kent. Mohammed is de broer van Zakaria, een vriend van Mohammed B. die ook na 2 november is gearresteerd. Mohammed T. is sinds kort mimoun, praktiserend moslim, vertelt hij Redouan op de terugweg in de auto naar Amsterdam. Vroeger voetbalde hij op straat met zijn vrienden, nu komen dezelfde jongens bij elkaar om te praten over de islam. Ze zijn allemaal mimoun geworden. Mohammed vertelt Redouan hoe anders hij leeft sinds hij alleen nog de koran leest.

Sinds 2 november 2004 zijn jonge familieleden van de vrienden van Mohammed B. die door de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) tot de Hofstadgroep worden gerekend - aan het radicaliseren. Dat blijkt uit gesprekken met acht neven en nichten. De gesprekken zijn gevoerd voor het boek In Godsnaam; Het jaar van Theo van Gogh. De betrokken jongeren bekeren elkaar op straat of via MSN en zoeken elkaar op in de moskee Al Nasr of Al Tawheed of bij een van hen thuis. De jongens verwerpen de rechtsstaat en beschouwen de jihad als een volgend stadium in hun ontwikkeling. Volgens henzelf bestaat hun groep uit ongeveer dertig leden. Ze vermoeden dat ze door de AIVD in de gaten worden gehouden.

Redouan vertelt dat zijn studie sinds de arrestatie van Fahmi in het slop is geraakt. ,,Ik probeer de achterstand in te halen'', zegt Redouan, ,,maar het lukt me niet.'' ,,Jongen!'', roept Mohammed uit. ,,Waar ben je nou mee bezig? Wat heb je aan die school? De wetten van de mensen zijn in strijd met die van de islam, de sharia. Alle antwoorden kun je vinden in de koran.''

Redouan is in de war als hij uit de auto stapt. Thuis bekijkt hij de islamitische boeken van Fahmi. Van de Turkse geleerde Harun Yahya Vergane volkeren. Hij surft op advies van Mohammed over de website islamway.com. De dagen daarna kijkt hij naar de programma's over jihad al Akbar, het grote sterven voor Allah, op het Arabische televisiekanaal Iqra'a.

Op 21 augustus laat Redouan zich op school uitschrijven. Geloof en school zijn niet te combineren. ,,Wat heb je aan studeren? Mensen moeten niet hun eigen regels creëren. Mensen die dat doen, zijn ziek. Ik geloof niet meer in de vrijheid van meningsuiting of de gelijkheid van mannen en vrouwen.'' Hij heeft zijn haar in een `profeet Mohammed-coupe' laten knippen: kort bovenop en lang in de nek. Sinds kort brengt hij post rond via het uitzendbureau. ,,Maar dat is eigenlijk ook haram'', zegt hij. Zonde. ,,Er zitten soms vieze blaadjes bij, de Penthouse of reclamefolders met halfnaakte vrouwen. Zolang het tijdelijk is, mag ik dit werk wel doen.''

Behalve Redouan en Mohammed T. heeft ook een neef van een van de leden van de Hofstadgroep zich bekeerd tot de `ware islam'. Hij noemt zich bij zijn islamitische naam, Abu Abaidallah (1986). Ook een broer van Mohammed El M. heeft zich het afgelopen jaar tot `ware moslims' bekeerd. Uit gesprekken met de broers en neven blijkt dat zij veel vooral Marokkaanse jongens en meisjes in Amsterdam-West kennen die radicaliseren. ,,Als je iemand bekeert'', zegt Mohammed T., ,,krijg je daarvoor later in het hiernamaals een beloning. Ik heb een paar jongens bekeerd, ze zijn ware moslim geworden. Ik noem geen aantallen, ik wil niet opscheppen.''

Abu Abaidallah probeert bij de bekeerling ,,zoveel mogelijk op zijn schuldgevoel in te spelen''. ,,Je maakt kennis met iemand. Dan peil je het niveau van zijn kennis en dan probeer je hem stap voor stap te interesseren. Je geeft hem steeds een brokje nieuwe informatie over de ware islam.'' Mohammed T. probeert de koran `rustig uit te leggen, niet schreeuwerig'.

,,Ik verkondig de islam en het werkt'', zegt Redouan. ,,Laatst belde een klasgenoot van me, een Marokkaanse jongen. Ik vroeg of hij overging. Hij zei `Ja'. Ik zei: `Waar ben je mee bezig man?' `Hoezo?', vroeg hij verbaasd. `Je weet toch dat die studie haram is', zei ik. 'Dat is waar', antwoordde de jongen. `Ik weet het, alleen ben ik nog niet zover in mijn religie.'.''

Mohammed T. draagt een donkerblauwe gebedsmuts en een spijkerjack over zijn djellaba. Zijn baard is wild, zijn haar lang in zijn nek. Drie jaar geleden is hij zich samen met zijn broer in de islam gaan verdiepen. Ze keken naar Arabische schotelzenders en lazen boeken van de ideoloog Ibn Taymiyya. Via Zakaria leerde Mohammed T. Mohammed B. en zijn geestelijk leider Abu Khaled kennen. ,,Je moet aan de islam vasthouden'', drukte Abu Khaled hem op het hart.

Mohammed T. woont in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer. Hij is tweedejaars mbo-leerling informatietechnologie. ,,Ik denk dat ik minstens tien jongens in mijn directe omgeving ken die zouden willen doen wat Mohammed B. heeft gedaan'', zegt Mohammed T. ,,Als Nederlanders de islam blijven beledigen, kan het weer gebeuren.'' Mohammed is ervan overtuigd dat de AIVD hem volgt. Waar hij komt, staat een blauwe auto met geblindeerde ramen geparkeerd.

Abu Abaidallah draagt een wollen muts en heeft net zijn havo-diploma gehaald. ,,2 November was voor mij de fathullah, de ommekeer. Toen ben ik me gaan verdiepen in de islam en in de gedachten van Mohammed B. Ik krijg van alle kanten e-mails over de koran toegestuurd. Het kan zijn dat Nederlanders die documenten als radicaal beschouwen, maar wat weten zij nou van de islam af?'' Vroeger keek Abu Abaidallah naar tv-shows met mooie vrouwen. Dat doet hij niet meer, het is zondig. ,,Je gaat op een bepaalde manier aan vrouwen denken en dan kun je opgewonden van ze raken. Dat mag niet.''

Kom je aan Allah, zegt Redouan nu, dan word je vermoord. Dat is de consequentie. ,,Wat Mohammed B. deed, vind ik nu goed, zeker weten. Wie Hirsi Ali doodt, wordt martelaar. Zeker weten.'' Hij kent een mooi verhaal over Ali, de schoonzoon van de profeet. Ali staat op het punt om zijn vijand te doden. Hij heft het zwaard om het hoofd van de man af te hakken. Op datzelfde moment spuugt de vijand Ali in het gezicht. Ali laat zijn zwaard zakken. ,,Als ik hem nu dood'', zegt hij, ,,zal Allah misschien wel denken dat ik hem gedood heb uit haat en niet in zijn naam.'' Daarop laat Ali zijn vijand vrij. Als de vijand niet Ali maar Allah had beledigd, had Ali hem onthoofd.

,,Als er een oorlog komt, een heilige oorlog, dan mag je iedere kafir doden, behalve kinderen en vrouwen'', zegt Redouan. ,,Nederland is in oorlog met de moslims. Nu het Nederlandse leger in Irak of Afghanistan verblijft, is het logische gevolg: aanslagen in Nederland. Nederlanders zijn zulke naïeve mensen, zo eenvoudig.''

Redouan staat nog niet stevig genoeg in zijn schoenen om `jihad te doen', zegt hij. Hij is er nog niet klaar voor. Tot die tijd doet hij `kleine jihad'. Hij leest en leest en bidt en stampt soera's (hoofdstukken uit de koran) in zijn hoofd. Hij kan inmiddels de kleine soera's reciteren.

Redouan heeft een baard. Hij heeft zijn broekspijpen opgevouwen tot boven zijn enkels. Redouan kijkt hemels. ,,In de ogen van Nederlanders ben ik een radicaal'', zegt hij. ,,In de metro kijken mensen me verschrikt aan als ik met mijn rugzak binnenstap. Op mijn werk noemen ze me Taliban. Maar ik ben nu veel gelukkiger. Ik ben rustiger geworden.''

Over zijn ouders haalt Redouan zijn schouders op. Wat weten zij nou van de islam? ,,Ze zijn alleen maar in geld geïnteresseerd. Ze hebben hard gewerkt, gespaard en huizen gebouwd in Marokko. Ze zetten hun geld op de bank en ontvangen rente, terwijl dat haram is! Ze bidden wel, maar uit gewoonte.'' Redouan zal er nooit naar streven de islam te laten integreren in de Nederlandse samenleving. ,,Er bestaat geen Nederlandse islam of een nieuwe islam. Er is één islam. Ik ga Gods wetten niet vervangen door die van Balkenende.''

Hij heeft er spijt van dat hij zijn vrome broer Fahmi ooit heeft uitgelachen. ,,Zo dom van me'', zegt hij. Als zijn moeder Fahmi in het Huis van Bewaring bezoekt, vertelt ze hem over Redouans bekering. ,,Fahmi zei er niets over toen ik hem daarna kwam bezoeken'', zegt Redouan. ,,Maar de ontvangst was deze keer wel anders. Normaal gesproken heeft hij me een hand. Nu omhelsde hij me stevig. Ik voelde dat hij er blij om was.''

`In Godsnaam; Het jaar van Theo van Gogh' van Jutta Chorus en Ahmet Olgun verschijnt vandaag bij Uitgeverij Contact.