Jongeren steken wél veel op van computeren 1

Naar aanleiding van het opiniestuk `Zet naast de computer een piano' van drs. In 't Veld (NRC Handelsblad, 28 oktober) een korte kanttekening.

In 't Veld vraagt zich af of de tijd die jongeren achter een computer doorbrengen wel zinvolle tijd is; of dit ertoe bijdraagt dat deze jongeren later goed kunnen functioneren op de arbeidsmarkt.

In het tegenwoordige onderwijs tweede fase en hbo wordt van jongeren verwacht dat ze veel zelf opzoeken: zelfstandig leren. Voor problemen kun je dan eventueel terecht bij de leraar. Jongeren móéten dus wel goed leren omgaan met de computer.

Zeker, er zijn er die doorschieten, die veel te veel tijd doorbrengen met staren naar het beeldscherm. Maar dat zijn maar enkelen. Als je dan in dat licht zou blijven doorredeneren, zou je je ook kunnen afvragen of jongeren wel voor de televisie moeten zitten. Dat In 't Veld wijst op toename van zinloos geweld, obesitas en brutaliteit, en dit koppelt aan de tijd die een kind voor de computer doorbrengt, is erg kortzichtig. De eerste en laatste zijn gevolgen van de verharding van de maatschappij, door games, en door geweld op televisie, en door nog zo veel meer factoren. Daar is enkel het verminderen van de tijd die kinderen doorbrengen voor een beeldscherm niet genoeg voor.

Het toenemend aantal volwassenen en kinderen met obesitas hangt samen met weinig beweging en een gewijzigd eetpatroon, dus dat argument is ook niet erg weloverwogen.

Er zijn genoeg jongeren, waaronder ikzelf, die veel liever heel andere dingen doen dan computeren: lezen, concerten bezoeken, sporten. Je hebt altijd uitzonderingen die er negatief uitspringen. Maar dat jongeren niets van computeren zouden opsteken en dat het enkel slecht is, is niet meer van deze tijd.