India verdenkt Pakistaanse groepen

India heeft gisteren het vermoeden geuit dat Pakistaanse militante groeperingen verantwoordelijk zijn voor de drie bomaanslagen in New Delhi, die zaterdag aan zeker 61 mensen het leven kostten en ruim 200 personen verwondden. Pakistan heeft ,,volledige medewerking'' toegezegd in het onderzoek naar de daders.

Volgens de Indiase premier Manmohan Singh is het waarschijnlijk dat ,,buitenlandse elementen'' betrokken waren bij de aanslagen op twee drukke markten en een bus. Hij zei dat tegen de Pakistaanse president Musharraf toen die opbelde om zijn condoleances over te brengen. Volgens ambtenaren van het Indiase ministerie van Buitenlandse Zaken doelde Singh op islamitische terreurgroepen uit Pakistan. In de door beide landen opgeëiste deelstaat Kashmir zijn geregeld aanvallen van militante groepen die inlijving van Kashmir bij Pakistan nastreven. Tijdens het telefoongesprek riep Singh Musharraf op aandacht te blijven vestigen op ,,grensoverschrijdend terrorisme''. India heeft Pakistan in het verleden geregeld verweten de groeperingen niet fel genoeg te bestrijden.

In reactie liet het Pakistaanse ministerie van Buitenlandse Zaken weten dat voor medewerking in de opsporing India wel alle aanwijzingen die het over de daders heeft moet delen. ,,Zonder die informatie gaat het slechts om een claim'', aldus een woordvoerder.

Na de aanslagen sprak de Indiase regering al het vermoeden uit dat de bommen waren bedoeld om het vredesproces tussen de aartsrivalen India en Pakistan te ondermijnen. Zaterdag bereikten de landen een akkoord om de bestandslijn in Kashmir op vijf plaatsen tijdelijk te openen zodat slachtoffers van de aardbeving op 8 oktober de grens kunnen oversteken om hulp kunnen bieden en ontvangen. Voor extremistische strijders in Kashmir betekent de grensopening, die gezien kan worden als een stap in erkenning van de splitsing van Kashmir, een tegenslag.

De aanslagen van zaterdag zijn opgeëist door de obscure groep Islami Inqilabi Mahaz, waarvan Indiase veiligheidsexperts vermoeden dat die als schild dient voor de grote islamitische terreurbeweging Lashkar-e-Taiba, die vanuit Pakistan opereert. Een woordvoerder van Lashkars leider Maulana Abdul Wahid liet maandag weten dat de organisatie niet bij de aanslagen betrokken was en geen banden met Inqilabi onderhoudt. ,,We vechten tegen Indiase bezettingstroepen in het bezette Kashmir, maar we zijn niet betrokken bij aanvallen op burgers in welk deel van India dan ook'', aldus de woordvoerder.

Lashkar-e-Taiba werd in Pakistan verboden toen de groepering werd beschuldigd van betrokkenheid bij aanvallen op het parlementsgebouw in New Delhi in 2001. Vlak voor het verbod zette het kader van de groep de liefdadigheidsbeweging Jamaat-ud-Dawa op, die voor scholen, ziekenhuizen, moskeeën en madrassa's (koranscholen) zorgt. Momenteel heeft de groep een actieve rol in de hulpverlening na de aardbeving.

Musharraf verdedigde gisteren de respons van zijn regering op de aardbeving. In een persconferentie verklaarde hij dat de noodhulpoperatie ,,naar bevrediging verloopt''. Tot op heden zijn 228.000 tenten afgeleverd voor de 3,3 miljoen dakloos geraakte inwoners van Noord-Pakistan. Musharraf beloofde dat er voor het einde van deze maand nog 500.000 zouden zijn geleverd. Het officiële dodental is tot boven 57.000 gestegen. Daaronder zijn 17.000 schoolkinderen.