Grote Prijs Bahir Dar

Het is vroeg in de ochtend als voor de deur van het Ethio Star Hotel een witte lijn op het wegdek wordt geschilderd. Bij een naburige bouwplaats worden twee houten steigerpalen opgehaald. Het finishdoek wordt bevestigd, de palen ingegraven. Het is al heet, de eerste toeschouwers melden zich.

Deze dag is een lakmoesproef. De hele week ben ik bezig geweest een aantal elementaire beginselen van het wielrennen op het gebied van training en competitie over te brengen op de renners uit de verschillende regio's van de enorme hoogvlakte Ethiopië. De vraag luidt dus: ben ik duidelijk geweest? En zo ja, komt de abstractie tot uitdrukking in de koers. De Grote Prijs Bahir Dar zal uitsluitsel geven.

Op dit moment is het organiseren van een sportwedstrijd in Ethiopië niet zonder risico. Er zijn spanningen nu de oppositie na de verkiezingen niet aan haar trekken komt. Beweerd wordt dat een sportevenement makkelijk kan ontaarden in een volksopstand. Ik merk op dat men het startschot pas durft te lossen nadat een leger politieagenten heeft postgevat langs de route.

`Mijn' renners – alle renners – nemen een duivelse start. Opeens is het regio tegen regio. Ze vliegen als dwazen over het enige asfalt van de stad. Heen en weer gaat het, naar de finish toe op vals plat met tegenwind. Ik sta versteld van de gretigheid, maar had ik ze niet op het hart gedrukt dat wielrennen een kwestie is van economie? Het veld spat uiteen als een aarden kruik op beton. Na drie rondjes de eerste opgevers.

Dan wordt mijn hart opgewarmd: de verdwaalde groepjes slaan de handen ineen. Aha, dat was les één. Coöperatie met de vijand komt de snelheid ten goede. Om zelf te winnen heb je de ander nodig.

Half koers een forse kopgroep. Tot mijn grote vreugde zie ik les twee in de praktijk gebracht: wielrennen is eerst het bordje van een ander leeg eten, pas dan begin je aan je eigen bord. Een aantal van mijn pupillen toont zich uiterst bedreven in dit `linkeballen'. Ze laten anderen de gaten dichten na demarrages. Natuurtalenten. Een sprint met vijftien moet ten slotte de beslissing brengen.

Twee natuurtalenten stormen zij aan zij op de eindstreep af. Tien meter achter de streep een muur van publiek. De natuurtalenten remmen niet. Eén van hen steekt juichend zijn handen omhoog. Het tweetal duikt de muur in. Even later zie ik de winnaar terug. Met fiets en al wordt hij boven de hoofden gehesen. Het is de regionale kampioen.

Ik kan er niet over oordelen, ik stond niet op de finishlijn, maar de wedstrijdcommissarissen besluiten met hun oog als fotofinishapparatuur de vermeende winnaar naar plaats twee te verwijzen. Ik durf te zeggen dat ik niet snel bang ben, maar het lijkt me verstandig me iets uit de menigte terug te trekken: het volk roert zich.

Tot diep in de nacht blijft het onrustig in Bahir Dar, een echte volksopstand blijft uit. De nummer twee accepteert zijn verlies, maar blijft treurig. Het verschil in prijzengeld bedraagt honderd Bir (tien euro), een kapitaal.