Gouden liften in Koerdistan

Een reis naar Iraaks Koerdistan was – tot voor kort – een reis in de ware zin van het woord. Er waren geen low-budget luchtvaartmaatschappijen die erheen vliegen, touroperators organiseerden geen vakanties naar het gebied en slapen deed je er onder smerige lakens in dubieuze onderkomens. Alleen over land, per auto, was Noord-Irak te bereiken. Want de Koerden die daar wonen hadden geen officieel vliegveld, omdat ze eigenlijk geen land hadden.

Ellenlange autoreizen brachten mij tientallen malen vanuit Iran naar het noorden van Irak. Iraanse taxichauffeurs dreigden me van het leven te beroven met hun drieste inhaalmanoeuvres. In nare grenshotels verjoeg ik de kakkerlakken. Bij de grensovergang kenden alle Iraanse beambten mijn naam.

Aan de Iraakse zijde vond ik steevast weer een Koerd die me schandalig afzette. Zonder eten of drinken zat ik uren in auto's zonder airconditioning. Ezeltjes en vrouwen in traditionele glitterjurken staarden mij na als ik door de Koerdische bergen werd gereden, meestal begeleid door Koerdische discomuziek die net te hard stond. Militairen bij controleposten zagen mijn paspoort en zeiden: ,,Holland?! Gulliet!'' Vervolgens maakten dan ze gebaren met hun handen alsof ze rastahaar hadden. Ik deed dat dan ook en vervolgens mocht ik doorrijden.

Halverwege de reis hield ik het niet meer van de honger en vroeg de chauffeur te stoppen bij een kraampje langs de weg. Daar kocht ik dan koekjes met sinaasappelsmaak, flessen warm water en kauwgomballen. ,,Gekke buitenlander'', zeiden de chauffeur en de stalhouder dan. Zelf aten ze nooit wat.

Bidden, kapotte auto, schapen op de weg, ongelukken, weg kwijt, opstandelingengebied, er was altijd wat. Maar uiteindelijk, met de bus, achterin een laadbak en per regeringsterreinwagen – ik kwam er. Alleen per paard en wagen ben ik nog nooit de Noord-Iraakse hoofdstad Arbil binnengetrokken.

Overnachten deed ik in het Dimdimhotel waar tl-licht en kapotte liften mij op de vierde verdieping deden afvragen waarom ik dit beroep had gekozen. Stroom was er altijd wel dankzij de generator, maar helaas brandden twee laptops door wegens de wisselende stroomspanning.

Maar alles is anders geworden in Iraaks Koerdistan. Het is een oase van rust in de Iraakse chaos geworden. Het gebied begint steeds meer op een onafhankelijk land te lijken. De veranderingen zijn overal zichtbaar. Sinds een vorige reis in februari was er plotseling een schoon hotel geopend. De gouden liften, portieren in rode uniformen en wit marmer lokten mij uit het Dimdim weg. Wat kan ik zeggen? Er is warm water en ook al vergeten de serveerders nog wel eens een mes of vork op tafel te leggen, de lakens zijn schoon.

Maar toen ik er dit keer na de lange reis binnenliep, trof ik iets wat mijn reizen naar Noord-Irak voor eeuwig zal veranderen. 's Ochtends bij het ontbijt zag ik opeens dat er naast de receptie een kantoor was geopend. `Kurdistan Airlines: een droom is eindelijk uitgekomen', stond er op een poster in het raam. Binnen zat een keurige jongen met een zorgvuldig gestyleerd baardje. Ja, ik kon vanuit Arbil naar het emiraat Dubai vliegen. Of naar de Jordaanse hoofdstad Amman, of Istanbul of Frankfurt. ,,Eén uur 's middags vertrekken en om 16.00 uur in Dubai. Van daaruit pakt u twee uur later een vlucht naar Teheran'', vertelde hij. De Iraakse hoofdstad Bagdad, daar vlogen de Koerden niet heen met Kurdistan Airlines. ,,Maar binnenkort kunt u wél naar Athene en Stockholm vliegen'', beloofde de jongen.

Even was er twijfel. Het avontuur van de reis werd zo wel heel minimaal. Ik had afgesproken met de Iraanse douanebeambten om bij te praten. En ach, de auto was zo erg nog niet. Meer dan 36 uur reizen is ook wel romantisch. ,,Wilt u boeken of niet?'', vroeg de jongen.

Nu zit ik op het vliegveld van Dubai. Kurdistan Airlines kwam anderhalf uur later aan dan verwacht, ook al was er geen vertraging. Mijn vlucht naar Teheran heb ik gemist en mijn vrouw is boos. Alles heeft zijn charme, maar de grensovergang tussen Iran en Irak, de ezeltjes en de gekke chauffeurs zijn toch een stuk kleurrijker dan de cd-winkels van Dubai. Dus, volgende keer maar weer met de auto naar Noord-Irak?