Gemeentepotje voor `wij-gevoel'

Na de dood op Van Gogh is de officiële lijn van de gemeente om de boel bij elkaar te houden. Wat is de bestuurlijke vertaling van het `wij-gevoel'?

Ze moet even nadenken. Wat is nou het `wij-gevoel' van Amsterdammers? Een gevoel beschrijven is moeilijk. Dan weet ze het. ,,Als Ajax kampioen is, dan staat de hele stad op zijn kop. Dat geeft een wij-gevoel'', zegt Astrid Kuiper, wijkbewoonster van de Indische buurt. Hoe je zo'n wij-gevoel kan vergroten, weet ze wel. Daarmee is ze in haar buurt in Amsterdam al meer dan twee jaar bezig. `Hallo Buuf!' (buurvrouw) heet het project. Het doel is om op een plezierige en tolerante manier samen te leven.

De Amsterdamse wethouder Duco Stadig hoeft niet heel lang na te denken. Maar hij is er ook al bijna een jaar mee bezig. Hij is de bestuurlijke trekker, zoals dat heet, en noemt zonder erover te hoeven nadenken de lijnen van het versterken op: ,,Je hebt drie lijnen. Het investeren in mensen, onderwijs en zo. Dan het bestrijden van terrorisme. Houd je nog iets over van interactie tussen bevolkingsgroepen. Niet langs elkaar heen leven.'' Dingen die dat laatste bevorderen, dat versterkt het wij-gevoel, legt hij uit.

Zelf draagt Stadig geregeld een witte button met `rZpkt' (respect). Dat hoort er ook bij, zegt hij. Als hij er zo over praat, moet hij wel toegeven dat het wat ondoorzichtig is, het wij-gevoel. En bovendien niet te meten. Maar toch. ,,Het gaat erom dat iedereen zich realiseert dat hij ook maar gewoon een mens is. Daar gaat het eigenlijk over.''

Een jaar geleden werd Theo van Gogh in Amsterdam vermoord. Amsterdamse politici haastten zich van debat naar buurtbezoek en van werkoverleg naar vergadering. Burgemeester Job Cohen deed dat om de boel bij elkaar te houden. En om zijn boodschap te verspreiden van ,,wij'' – mensen in Nederland die met elkaar willen samenleven – en ,,zij'' – de kleine groep die er niet bij wil horen. Sindsdien is de gemeente Amsterdam op zoek. Op zoek naar wat bindt. Op zoek naar een gevoel.

Kort na de moord verscheen het actieplan `Wij Amsterdammers', een nota vol ideeën, analyses, strategieën en actielijnen. De kern? Terreur bestrijden, radicalisering tegengaan, polarisatie voorkomen en positieve krachten in de samenleving mobiliseren. Ieder collegelid ging zich concentreren op een aantal onderdelen uit het actieplan. Zo kreeg Stadig (Ruimtelijk Ordening) `het creëren van wij-gevoel van Amsterdammers' onder zijn hoede.

De gemeente riep een officieel Meldpunt Goede Ideeën (MGI) in het leven, waar gewone mensen en organisaties voorstellen konden inleveren voor beter burgerschap, integratie, participatie en emancipatie in Amsterdam. Als een idee aan die voorwaarden voldeed, kon het subsidie ontvangen. Het potje met subsidie is inmiddels leeg, zegt een woordvoerder.

Van de grotere projecten kregen er 24 subsidie in het kader van `Wij Amsterdammers', in totaal voor zes ton. Daarnaast waren er kleinere `wij-gevoel projecten'. Een voorbeeld daarvan is een fietstocht op 4 november onder het motto `fietstocht voor verbondenheid'.

Bart de Groot kreeg ook geld uit het potje, voor zijn zogeheten spreeksteen, die inmiddels in het Oosterpark ligt. Wist hij veel dat zijn idee ook onder `Wij Amsterdammers' viel. ,,Ik wilde gewoon een steen in het Oosterpark waarop iedereen kan gaan staan om een betoog te houden, commentaar te geven of je ongenoegen te uiten.'' Want, vindt hij, omdat we vrijheid van meningsuiting hebben, ben je verplicht de grenzen daarvan op te zoeken. En dus stuurde hij een e-mail naar de gemeente.

De Groots initiatief werd gehonoreerd met ruim 18.000 euro subsidie. Niet alleen voor de steen, maar ook voor een website en een webcamera. Die moet straks voor de steen komen te hangen en altijd aan staan. Een bewegingssensor moet ervoor zorgen dat er ook geluid geregistreerd wordt, zodra iemand op de steen gaat staan en iets zegt. Nadat de subsidie was toegekend, bleek zijn project opeens onder het Meldpunt Goede Ideeën te vallen. Maar wat de spreeksteen bijdraagt aan het wij-gevoel? De Groot weet het niet: ,,Misschien kan het meer saamhorigheid opleveren.''

Het is moeilijk om gevoel te toetsen, zegt Santje Kramer van adviesbureau `Mothers of Invention'. En met al die nota's in ambtelijk jargon kan ze niet zo veel. Maar kijk naar de praktische projecten, zegt ze. ,,Er gebeurt echt veel.'' Kramer bedacht met een compagnon de campagne `Wat doe jij voor de stad?' Ze wilde mensen portretteren die veel betekenen voor Amsterdam: ,,Zichtbaar maken dat er ook mensen zijn die iets positiefs doen voor de stad.'' Zoals die leraar die na schooltijd gaat sporten met zijn leerlingen. Of die straatwerker die in zijn vrije tijd muziek maakt met jongeren, om ze van de straat te houden.

Toch ontstaat door dit soort dingen een betere stad, denkt Jet Hamoet. Zij is betrokken bij weer een ander project dat ook onder het actieplan gebracht is: Eten bij de buren. Onlangs hielden tien gezinnen – Marokkaans, Turks, Afghaans, Surinaams en Nederlands – een soort verkennende lunch, om vervolgens aan te geven wie ze wel thuis willen ontvangen. En als er dan straks daadwerkelijk bij elkaar gegeten is, heeft het idee bijgedragen aan een betere stad. Hamoet: ,,Het wij-gevoel is namelijk voor mij dat je op straat loopt en denkt: hier hoor ik thuis. Dat je de buren kent en elkaar groet.''