Frustratie in de taal der doven

Sprekers die niet op een woord kunnen komen, weten meestal wel de eerste letter (de bekende `puntje van de tong'-ervaring). Gebarentaal sprekende doven met dezelfde ervaring (`puntje van de vinger') weten vaak wel drie van de vier gebarencategorieën waaruit een woord is samengesteld (handvorm, plaats van de hand en oriëntatie van de hand). Evengoed komen zij ook dan niet snel op het gezochte woord. Het laatste belangrijke vormkenmerk (beweging van de hand) is meestal niet paraat en daarmee het woord zelf ook niet. Dit blijkt uit het eerste wetenschappelijke onderzoek naar deze frustrerende taalervaring bij doven, die binnenkort gepubliceerd wordt in het wetenschappelijke tijdschrift Psychological Science (november).

Dat sprekers alleen de eerste letter en dove gebarentaalgebruikers maar liefst drie kenmerken weten van het vergeten woord, lijkt vreemd, maar is gemakkelijk te begrijpen omdat het in beide gevallen gaat om de eerste te produceren kenmerken. Bij een gesproken woord is dat de eerste klank, bij een gebaar zijn dat vorm, plaats en oriëntatie van de hand. De beweging van de hand is daarbij secundair – net als de tweede klank van een gesproken woord. Maar schiet die je ook te binnen, dan weet je vaak ineens het woord. Sommige woorden in gebarentaal (vooral eigennamen) worden gespeld met een soort vingeralfabet. Bij dat soort woorden kunnen doven ook alleen maar de eerste letter bedenken.

De onderzoekers van in totaal drie Californische universiteiten lieten 33 doven in de Amerikaanse gebarentaal ASL 20 foto's van beroemdheden benoemen (van Audrey Hepburn tot Michail Gorbatsjov). Ook moesten ze een geschreven lijst van Engelse woorden oplezen in ASL. In 79 gevallen raakten ze in de situatie dat ze het antwoord wel wisten, maar er nèt niet op konden komen.

Gebarentaal functioneert als een volledige taal, met alle grammaticale kenmerken en eigenaardigheden zoals gesproken talen die ook hebben. Die wetenschappelijke ontdekking had een belangrijke emanciperende werking voor doven. Maar een van de pioniers van het taalkundig onderzoek van doventaal, William Stokoe (1919-2000), die in de dovengemeenschap nog altijd vereerd wordt, had óók een theorie dat in gebarentaal geen `puntje van de tong'-ervaring zou voorkomen. Volgens Stokoe is er in gebarentaal (omdat veel gebaren een `afbeeldende' oorsprong hebben) een soort unieke eenheid van vorm en inhoud. In gesproken taal zijn de klanken vrijwel altijd willekeurig, maar in gebarentaal niet. Met het nu gepubliceerde onderzoek is die theorie weerlegd.