`Een Amerikaans complot om Syrië te villen'

Syrië heeft beloofd mee te werken aan het VN-onderzoek naar de moord op de Libanese ex-premier Hariri.

De vraag is hoever die medewerking zal gaan.

,,Libanon is niet genoeg. Je moet je uit Syrië terugtrekken'', zegt een boodschapper met een bordje VN in de hand tegen de Syrische president Bashar al-Assad op een spotprent in de International Herald Tribune van 28 oktober.

De familie-Assad is sinds 1971 aan de macht in Syrië, maar de rafelranden worden pijnlijk zichtbaar. Onder aanvoering van de Verenigde Staten legt het Westen het Syrische regime het vuur na aan de schenen. De moord op de Libanese oud-premier Rafiq Hariri, waarvoor de Duitse onderzoeker Detlev Mehlis namens de Verenigde Naties Syrische topleiders vorige maand medeverantwoordelijk heeft gesteld, is de directe aanleiding maar zeker niet de enige. Haviken in Washington ruiken bloed; zij willen na het Iraakse ook dit regime van de seculiere, socialistische Ba'ath allang kwijt.

Twee factoren lijken Bashar Assad echter voorlopig te redden. Syrië heeft nog invloedrijke medestanders in de internationale gemeenschap. En vooral de onzekerheid wie (moslimfundamentalisten?) en wat (opstand?) er ná de Assads komt. Niemand praat over militaire actie, verzekerde de Britse minister Straw gisteren naar aanleiding van de nieuwe VN-resolutie die Syrië's volledige medewerking aan het Hariri-onderzoek eist. Als Assad zich gedraagt mag hij blijven. Het Westen heeft op dit moment aan één Irak genoeg.

Hafez al-Assad, die in 1971 president van Syrië werd, was een sluwe vos die zijn kaarten behendig uitspeelde, gebruikmakend van de internationale constellatie. Hij was een bruut dictator zoals zijn geestverwant Saddam Hussein in Irak. Maar terwijl Saddam de wereld tartte met zijn agressieoorlogen tegen de buurlanden Iran en Koeweit, liet Assad zich in zijn buurland uitnodigen. In 1976 redde zijn `Arabische vredesmacht' Libanese christelijke strijdgroepen van een nederlaag in de burgeroorlog tegen de Palestijnen. In 1990 kreeg de Syrische bezetting van Libanon de facto Washingtons zegen in ruil voor Assads deelneming aan de grote coalitie tegen Saddam Husseins bezetting van Koeweit.

Bashar Assad volgde zijn vader op na diens overlijden in 2000. De hoogtijdagen van de dictators waren intussen voorbij, en van hem werden politieke hervormingen verwacht. Maar na een korte periode van liberalisering werden de oude onderdrukkingsmethoden weer opgepakt. Tot de dag van vandaag weet niemand zeker of Bashar Assad gewoon ook een Arabische despoot is dan wel een willoos werktuig in handen van de oude makkers van zijn vader die nog in de Syrische top zitten.

De moord op Hariri, op 14 februari van dit jaar, deed ook aan vroeger denken. Het gebeurde zo vaak onder het bewind van Hafez Assad, moorden op Libanese leiders – neem bijvoorbeeld druzenleider Kamal Jumblatt (1977), president Bashir Gemayel (1982) en premier Rashid Karami (1987). Algemeen ging men er steeds van uit dat Syrië de opdrachtgever was, maar daders werden nooit gegrepen en de buitenwereld zweeg.

Maar de moord op Hariri, eveneens direct aan Syrië toegeschreven, was een godsgeschenk voor de Amerikanen die al zovele bezwaren tegen Assad jr. hadden verzameld. Voor de neoconservatieve ideologen is hij een prominent doelwit in hun grote democratiseringsproject, voor Washington meer in het algemeen is Damascus' steun voor moslimextremisten in het nieuwe Irak-zonder-Saddam en voor anti-Israëlische Palestijnse en Libanese groepen belangrijker.

Hoe dan ook gaf de moord hun het wapen dat nodig was om in mei allereerst de terugtrekking van het Syrische leger uit Libanon te bewerkstelligen. De voorlopige aanklacht tegen Syrië, waarin het internationale onderzoek naar de moord op Hariri tien dagen geleden uitmondde, is een breekijzer om verdere concessies van Assads regime af te dwingen. Als Syrië niet meewerkt, zoals de gisteren unaniem door de VN-Veiligheidsraad aanvaarde resolutie eist, volgt ,,zo nodig verdere actie''.

Maar juist die formulering bood Syrië weer hoop: een specifiek dreigement met sancties werd geschrapt omdat onder andere de oude bondgenoot en wapenleverancier Rusland er niet van wilde weten. Damascus heeft inmiddels een internationale campagne gelanceerd om steun voor zijn positie te winnen. In dat diplomatieke offensief is Syrië het slachtoffer van een Amerikaans complot om het ,,te villen, van zijn regionale en nationale rol te beroven en in een marginale staat te veranderen die bevelen uitvoert'', zoals de regeringskrant Al-Thawra schreef.

Of het offensief veel zal opleveren, is zeer twijfelachtig. Bevriende Arabische regimes vrezen ook het Amerikaanse democratiseringsproject – zie Egypte, dat Syrië gisteren adviseerde gewoon maar met het onderzoek mee te werken.

Dat zal gebeuren, beloofde de officiële Syrische pers vanochtend, ,,al gaat de resolutie uit van Syrië's schuld in plaats van zijn onschuld te vooronderstellen''. De vraag is: ook als VN-onderzoeker Mehlis opdracht geeft Assads zwager Asef Shawkat, chef van de militaire inlichtingendienst en al als verdachte aangeduid, voor verhoor in hechtenis te nemen? En als hij president Assad zelf wil ondervragen, zoals de Amerikaanse VN-ambassadeur John Bolton heeft gesuggereerd? De kwestie-Syrië is nog lang niet voorbij.