Der Onkel aus Boston

Zoals de meeste kinderen thuis sommen maken, zo componeerde Mendelssohn tussen zijn elfde en vijftiende jaar een paar volslagen onbekend gebleven operaatjes; Der Onkel aus Boston (1824) werd pas nu voor het eerst opgenomen door het Bach-collegium Stuttgart onder leiding van Helmuth Rilling.

In vergelijking met de ronkend rijpe slagkracht van de oratoria Elias en Paulus – het genre waarin Mendelssohn later zijn gevoel voor muzikaal drama tot uitdrukking bracht – is Der Onkel met zijn gemoedelijke karakterschetsen een vriendelijk jeugdwerkje. Aan de ambachtelijke, wat academische opzet hoor je duidelijk dat de jonge Mendelssohn goed naar Mozart heeft geluisterd. Zijn compositieleraar Zelter was er dan ook zeer ingenomen mee. ,,Ik verklaar je hierbij tot een professioneel componist in de traditie van Mozart, Haydn en de oude Bach'', prees hij, op de première bij de Mendelssohns thuis. Voor zo'n huiselijke context waren studieoperaatjes als deze ook bedoeld. Maar dat doet niets af aan de curiositeitswaarde van deze vooral orkestraal liefdevolle oeropname.

Mendelssohn: Der Onkel aus Boston (Hänssler Classic, 98-221)