DE STAD KRAAKTE

Op 25 oktober 1985 viel in Nederland de eerste en enige krakersdode. In een politiecel overleed Hans Kok, 23 jaar, gearresteerd na de ontruiming van een pand in de verpauperde Staatsliedenbuurt in Amsterdam. De omstandigheden van zijn dood zijn nooit helemaal opgehelderd.

De Staatsliedenbuurt was in die jaren een 'staat in de staat': de krakers hadden het er voor het zeggen. Burgemeester Ed van Thijn werd er belaagd en bespuugd. Ontruimingen verliepen uiterst gewelddadig. Inmiddels is de buurt totaal opgeknapt.

Een terugblik.

Op donderdagavond 24 oktober 1985 ontruimt de Mobiele Eenheid in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt de gekraakte eerste verdieping van het pand Schaepmanstraat 59. De beelden halen het nos-Journaal van die avond. Een linie me'ers staat langs de gevel met schilden boven hun hoofd. De krakers hangen uit de ramen en staan op het dak van het pand: ze schreeuwen, schelden en gooien met vuurwerk, flessen en stenen. me'ers zakken door hun knieën als zware projectielen vanaf het dak op hun schild vallen.

De me gaat het pand binnen. Een deel van de krakers weet via een naastgelegen pand en een dakraam te ontsnappen, maar de achterblijvers kunnen geen kant op. Volgens hun verhalen wordt er hard geslagen. Sommige krakers hebben glas in hun ogen, hoofdwonden en gebroken neuzen en moeten eerst naar het ziekenhuis voordat ze de politiecel in kunnen.

Als de krakers naar buiten worden geleid, maakt een fotograaf een foto van een van de gearresteerde krakers. Het is Hans Kok. Hij staat te midden van een aantal agenten en maakt met de vingers van zijn linkerhand triomfantelijk het v-teken. Hij oogt groot, stevig en bovenal zeer helder. Niet als iemand die vijftien uur later dood in zijn cel wordt gevonden.

De Amsterdamse Staatsliedenbuurt is begin jaren tachtig een verpauperde buurt: dichtgetimmerde slooppanden, braakliggende terreinen. Daartussen wonen mensen in scheve woningen die soms niet meer dan een kamer en een keuken beslaan. En auto's, overal auto's. Schots en scheef geparkeerd op en naast de stoepen van veel te smalle straten. Het stadsbestuur heeft er niet veel te vertellen, het is 'een staat in de staat'.

Bij een inbraak in een politiebureau aan de Admiraal de Ruyterweg in september 1985 maakt een aantal krakers geheime politiepapieren over de kraakbeweging in de Staatsliedenbuurt buit. Volgens deze documenten heeft een deel van de harde kern van de kraakbeweging het voor het zeggen in de Staatsliedenbuurt. In haar hoogtijdagen distribueerde de kraakbeweging in de Staatsliedenbuurt meer woningen dan de toenmalige Gemeentelijke Dienst Herhuisvesting. Van de 12.000 woningen zijn er zeker 1500 gekraakt.

Naast het kraken van woningen zouden, volgens de geheime politiepapieren, ook allerlei andere illegale praktijken plaatsvinden. Er werd vrijelijk stroom en gas afgetapt en bij postorderbedrijven werden goederen besteld zonder dat daar ooit voor betaald werd.

Nu, twintig jaar later, is dat bijna niet meer voor te stellen. De Staatsliedenbuurt is veranderd in een multiculturele buurt vol winkeltjes, cultuur en eetgelegenheden. Er is een prachtig opgeknapt park.

Veel toenmalige krakers wonen er nog steeds. In de gelegaliseerde panden, in de vele nieuwbouwwoningen of in gerenoveerde oudbouw. Enkele voormalige krakers zitten in de stadsdeelraad van Westerpark als wethouder of raadslid. De bejaarde junks hebben hun gebruikersruimte en er heerst een zero-tolerance-beleid voor hangjongeren van Marokkaanse, Antilliaanse en Nederlandse afkomst.

Weggelopen

De 23-jarige Hans Kok woont in oktober 1985 net twee maanden op een verdieping aan de Cliffordstraat 23, een paar straten van de

Schaepmanstraat. Op zijn zestiende liep hij weg van zijn ouderlijk huis in IJmuiden. Na omzwervingen langs allerlei kraakpanden in Zaandam en Amsterdam heeft hij eindelijk een beetje vaste grond onder de voeten. De zwager van Hans Kok, Geert Bos: 'Eigenlijk was Hans toen geen kraker meer. Hij woonde legaal en betaalde huur. We hadden ook de indruk dat hij zijn drugsgebruik een beetje onder controle had. Maar hij zal de geschiedenis ingaan als een kraker, als iemand die geen huur betaalde en drugs gebruikte.' Volgens Geert Bos is de familie Kok, vader, broer en zuster, weer erg bezig met de dood van Hans. 'Dat is de datum, hè. Het is nu twintig jaar geleden. Je gaat toch weer lopen denken.' De familie heeft onlangs het graf van Hans Kok opgeknapt en de grafrechten verlengd. De gemeente Amsterdam heeft destijds de begrafenis en de grafrechten voor twintig jaar betaald.

Hans Kok overlijdt in de nacht van 24 op 25 oktober 1985 in een cel van het Amsterdamse hoofdbureau van politie. Nadat hij om elf uur 's avonds in hechtenis is genomen, wordt pas de volgende middag om 13.30 uur ontdekt dat hij dood is. Wat zich in die tussentijd heeft afgespeeld, is na drie onderzoeken van de rijksrecherche nooit helder geworden. Het eerste verhaal is dat Hans overleden zou zijn aan een overdosis methadon, maar dat is onmogelijk: je kúnt niet overlijden aan een overdosis methadon.

Voor de familie Kok is het een hard gelag. Geert Bos: 'We hebben ondanks al die onderzoeken nooit duidelijkheid gekregen. En de overheid heeft ons, de familie, steeds heel slecht behandeld. We hebben ieder stukje informatie moeten lospeuteren. We zijn toen ons vertrouwen in de overheid kwijtgeraakt en ik ben daar na twintig jaar nog steeds heel bitter over.'

Op haar retour

De Amsterdamse kraakbeweging is in 1985 op haar retour. Het begin van de beweging ligt aan het einde van de jaren zestig. In de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt werden panden bezet die moesten wijken voor de metro. De woningnood is dan nog net zo groot als direct na de Tweede Wereldoorlog.

Menig jong gezin verschaft zich een woning door een tafel en bed een leegstaande verdieping binnen te dragen. Pas eind jaren zeventig wordt het kraken een grote beweging door de massale leegstand van bedrijfspanden. Een leemte in de wet maakt het onmogelijk de krakers uit de panden te zetten, te 'ontruimen'. Zo wordt kraken een beweging en een levensstijl.

Eerst zijn het vooral studenten die de kraakpanden bevolken. Maar na grote ontruimingen als die in de Vondelstraat in 1980 waarbij tanks worden ingezet, en na de rellen tijdens de inhuldiging van koningin Beatrix op 30 april 1980, dient zich ook een andere groep jongeren aan. De jeugdwerkloosheid is groot in die jaren: bijna 20 procent van de Nederlandse jongeren tot 23 jaar zit zonder baan. De kraakbeweging in Amsterdam groeit uit tot een subcultuur waarin je je helemaal kunt onderdompelen. Er zijn talloze illegale kraakcafés waar voor lage prijzen bier wordt geschonken en waar gedanst wordt tot in de kleine uurtjes. In sommige panden kun je zelfgebakken brood en levensmiddelen kopen.

In 1981 claimt de kraakbeweging dat er in de hoofdstad meer dan 10.000 huizen zijn gekraakt.

Naarmate het geweld in de kraakbeweging toeneemt, groeit langzamerhand de verdeeldheid. Ook de publieke sympathie kalft af, vooral na de ontruiming van het kraakpand de Lucky Luijk op de Jan Luijkenstraat in 1982. Heel Nederland kan op de televisie zien dat daarbij een tram in de fik gaat.

In de Staatsliedenbuurt zetelt een tak van de hoofdstedelijke kraakbeweging die de harde lijn aanhangt en geweld niet uit de weg gaat. De twee kopstukken uit die tijd zijn Theo van der Giessen en Jack van Lieshout.

Van der Giessen, destijds groot met lang haar in een paardenstaart, sticht eind jaren zeventig de Woongroep in de Staatsliedenbuurt en zet vandaaruit de kraakbeweging in de buurt op. Van der Giessen heeft nu een duikschool op Curaçao en geeft les aan kinderen in de sloppenwijken van Willemstad. Jack van Lieshout (43), nog steeds blond en tenger, woont nog in de Staatsliedenbuurt en noemt zich nu 'maatschappelijk ondernemer'. Zijn bedrijf 'De Baron', in een voormalige actieruimte in de Cliffordstraat, beheert fietsenstallingen. Ook bemiddelt hij in opdracht van woningbouwcorporaties en het stadsdeel Westerpark bij het verdelen van werkruimtes voor kleine ondernemers. 'Ik wil nu helpen met het opbouwen van de buurt en daar mijn steentje aan bijdragen', zegt hij.

Volgens Van Lieshout had de overheid begin jaren tachtig op veel fronten geen greep meer op de samenleving. 'De samenleving was gepolariseerd. Er stonden veel meer mensen tegenover elkaar dan nu. In de Staatsliedenbuurt hadden de huisjesmelkers het voor het zeggen. Die lieten panden verkrotten of leegstaan en werkten niet mee aan de stadsvernieuwing van de gemeente. In dat vacuüm zijn de krakers gestapt. Eerst waren dat vooral studenten die de buurt weer leefbaar wilden maken, maar later kwamen er veel jongeren op af die een dak boven hun hoofd en een vrijplaats voor hun punkbandjes zochten. Een andere generatie eigenlijk. Jongeren die hun school niet hadden afgemaakt en geen structuur kenden.'

Katapult

Joke Kaviaar (40) en Frank van der Knoop (44) werden tegelijkertijd met Hans Kok in de Schaepmanstraat gearresteerd. Joke kent 'Hansie' nog uit Zaandam. Ze liep net als Hans van huis weg en woonde met hem in een kraakpand in Amsterdam. 'Hansie was van lang leve de lol. Hij speelde in een punkband, dronk graag een biertje en gebruikte helaas ook wel eens drugs. Maar het was geen kwaaie jongen.' Ook Frank van der Knoop omschrijft Hans niet als een echte actievoerder. Frank was een vriend van Hans en manager van de punkband 'Lol en de Ellendelingen' waarin Hans Kok basgitaar speelde. Frank van der Knoop: 'Op die foto van Hans vlak na zijn arrestatie zie je op de achtergrond nog een gebalde vuist. Die is van mij. Ik zat met een handboei aan hem vast. We zijn pas van elkaar losgemaakt toen we ieder een eigen cel kregen.'

Joke en Frank zijn de enigen die over die tijd willen praten. Andere vrienden van Hans Kok en medearrestanten van de Schaepmanstraat reageren niet, of zeggen 'klaar te zijn met die tijd' of 'niet weer met mijn smoel in de krant te willen'. Met sommigen gaat het ook niet goed. Ze zijn verslaafd geraakt of hebben psychische problemen. Een van hen zit in een sekte en heeft nu tien kinderen. Maar de meesten hebben gewoon een baan als brandweerman, doodgraver of schrijfster. Velen hebben ondertussen ook een gezin gesticht. Het is een contrast met de eerste generatie krakers die studeerden. Van hen is een grote groep doorgedrongen tot de gevestigde orde in de politiek en de media, zoals Wijnand Duyvendak van GroenLinks.

Joke Kaviaar is dichteres en schrijfster. Ze is nog lang niet klaar met die tijd. 'Het zit me na al die jaren nog steeds niet lekker. De zaak Hans Kok en mijn verklaring zijn de doofpot ingegaan. Ik wil daar nog een boek over schrijven.' In 1988 trekt ze zich terug uit het Amsterdamse actieleven na een gevangenisstraf van twee maanden voor het schieten met een katapult op de politie. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: als dichteres voert ze nu actie tegen het asielbeleid van minister van Vreemdelingenzaken en Integratie Rita Verdonk. Op haar website staat een diss op Verdonk die de belangstelling van justitie heeft gewekt. 'Maar in tegenstelling tot mijn tijd in de kraakbeweging doe ik alles alleen en in alle openheid. Ik gebruik geen geweld meer, alleen woorden.' Tot haar grote verbazing heeft Verdonk anderhalf jaar terug in een interview in de Volkskrant aangekondigd dat ze een aanklacht wegens bedreiging tegen Kaviaar overweegt, omdat in het gedicht de regel staat 'ik doe pang'.

Over haar tijd in de kraakbeweging zegt Kaviaar nu: 'Ik was zo roekeloos. Ik stond niet stil bij wat ik deed. Ik overweeg nu veel beter of een harde actie zin heeft, of het in verhouding staat met het beoogde resultaat. Maar de grens ligt voor mij absoluut bij het doden van mensen. Gebouwen of goederen vernielen kan wat mij betreft wel.'

Frank van der Knoop woont in Weesp, is huisvader en heeft de zorg voor een gehandicapte zoon. Daarnaast staat hij af en toe achter de bar van een alternatief café. Hij erkent dat niet alles wat hij gedaan heeft, legaal was, al heeft hij geen strafblad. 'Maar je kijkt nu wel heel anders terug op die tijd. Met de terreuraanslagen en de moord op Theo van Gogh staat geweld opeens in een heel ander licht. Wat wij toen deden, vonden we gerechtvaardigd. Op een andere manier hadden we geen woonruimte gekregen.'

Gangmaker Jack van Lieshout: 'De jongens van de Hofstadgroep wijzen de hele Nederlandse samenleving af. Wij als krakers waren het niet eens met een aantal zaken in de maatschappij. Maar wij wezen haar niet af. Sterker nog, we maakten er gebruik van. We lieten onze boodschap duidelijk blijken en hadden ook zeker bij de media sympathie.'

Joke en Frank zeggen dat ze de woede van sommige moslimjongeren goed begrijpen. Frank: 'Wij voelden ons ook achtergesteld en slecht behandeld. Maar om te doden, en helemaal uit naam van een religie, dat gaat mij veel te ver.' Joke Kaviaar: 'Zo ver is het indertijd in de kraakbeweging gelukkig nooit gekomen. Maar de stad stond af en toe wel op zijn kop. Er werd zo nu en dan flink geknokt met de politie. Veldslagen waren het. Als islamitische jongeren nu de stenen uit de straat trekken, is de wereld te klein.'

Linkse stenen

Ed van Thijn trad in 1983 aan als burgemeester. Zijn voorganger Polak kreeg bij zijn afscheid nog het compliment dat er onder zijn bewind bij krakersrellen geen doden waren gevallen. Van Thijn kreeg van de sollicitatiecommissie de vraag voorgelegd of hij er rekening mee hield dat er doden zouden vallen. In Berlijn was vier jaar daarvoor een kraker tijdens ontruimingen om het leven gekomen. Van Thijn: 'Ik besefte het risico heel goed en ik wist dat ik een andere tactiek dan die van de harde confrontatie moest hanteren.'

Tijdens de ontruiming van het kraakpand Wijers in 1984 zet Van Thijn de 'open kaart-methode' in. Hij laat het pand op een aangekondigd tijdstip ontruimen door agenten met de platte pet. Met de me op de achtergrond. En hij trekt van leer tegen het geweld van de kraakbeweging. Van Thijn: 'Ik zei altijd dat linkse stenen niet bestaan. Het kan niet zo zijn dat geweld van links opeens wel kan. Geweld is en blijft het monopolie van de overheid en niet van actiegroepen of andere politieke of religieuze groeperingen.' Van Thijn maakt na zijn aanstelling een tournee langs alle Amsterdamse buurten. In december 1984 is de Staatsliedenbuurt aan de beurt. Maar de buurt is er niet van gediend en richt het zogenaamde Staatstribunaal op.

Aangeklaagde is burgemeester Van Thijn. De stadsvernieuwing is onder de straffe hand van wethouder volkshuisvesting Jan Schaefer in Amsterdam-Oost en Oud-West al in volle gang, maar in de Staatsliedenbuurt wil het niet vlotten. Dichtgetimmerde panden vliegen in de fik en er zijn veel problemen met junks en dealers. Het vonnis van het Staatstribunaal luidt dat Van Thijn alleen op visite mag komen als hij in drie landelijke dagbladen een aantal toezeggingen doet, waaronder meer geld voor nieuwbouw in de buurt. Maar Van Thijn zegt niets toe. Hij komt gewoon, zoals aangekondigd, op 20 december naar de Staatsliedenbuurt.

De eenheid in de buurt is ver te zoeken.

Jack van Lieshout: 'Ik was voorstander van een picketline, zodat hij de buurt niet in kon. Anderen wilden hem achtervolgen en insluiten. Dat laatste is gebeurd. Het is een drijfjacht op Van Thijn geworden.' Ook hier registreert het nos-Journaal de gebeurtenissen. Van Thijn wordt ingesloten door een groep van ongeveer zestig krakers die duwen, schreeuwen, schelden en spugen. Een Duitse kraker die 'Van Thijn raus!' roept, spuugt hem midden in het gezicht. Van Thijn blaast de aftocht en geeft buiten de buurt woedend een persconferentie.

Dat incident, zegt Van Thijn nu, gaf hem de stok waarmee hij kon terugslaan. 'Als ik netjes door de buurt had kunnen lopen en als ik niet was tegengehouden, had dat betekend dat de Staatsliedenbuurt een buurt als alle andere Amsterdamse buurten was. Dan was het veel moeilijker geweest om maatregelen te nemen. Maar na het spuugincident was het algemene gevoel dat een burgemeester van een stad in iedere buurt moet kunnen komen.'

Raampoort

Om weer greep te krijgen op de stad, moeten de Amsterdamse agenten achter hun bureaus vandaan, de buurt in. Vermaatschappelijking van de politie, heet dat in die dagen. De eerste buurt waar dat gebeurt is de Staatsliedenbuurt. Op 1 oktober 1985 krijgt de buurt ook haar langverwachte eigen politiebureau: bureau Raampoort - door de krakers al snel 'Rampoort' genoemd. Daarvóór viel de buurt onder bureau Warmoesstraat.

Ad Smit was toen hoofdinspecteur bij bureau Meer en Vaart en leider van een aanhoudingseenheid van agenten in burger tijdens rellen, de zogenoemde stillenteams. Hij was ook commandant bij de Mobiele Eenheid. Inmiddels is Smit districtschef van het bureau Oost van de Amsterdamse politie. Zijn naam roept bij veel voormalige krakers nog steeds agressieve reacties op. Smit stond bekend als een harde die voor de duvel niet bang was. Smit zelf is er laconiek onder. 'Je zult het misschien niet geloven, maar er was binnen de politie wel degelijk sympathie voor de kraakbeweging. Er waren zelfs agenten die kraakten. Wij hadden toch net zo goed met woningnood te maken? Maar de uitwassen konden niet langer getolereerd worden.' Over de zaak Hans Kok heeft hij plakboeken vol en hij weet de namen van alle betrokkenen nog uit zijn hoofd.

De leiding van bureau Raampoort krijgt les van een psycholoog. De politie moet de bewoners weer laten wennen aan het overheidsgezag door eerst met de handen op de rug rustig door de buurt te kuieren. Gert van Beek is plaatsvervangend chef bij bureau Raampoort. Van Beek had ruime ervaring met ontruimingen van kraakpanden. Tijdens een ontruiming van het kraakpand de Grote Wetering op 2 december 1980 hijst hij zich in sinterklaaspak en laat zich met een hoogwerker op het dak van het pand tillen om de spanning te breken. Van Beek werkt nu bij Justitie in Den Haag, waar hij medeverantwoordelijk is voor de beveiliging van politici. 'Het valt haast niet met elkaar te vergelijken, de huidige tijd en de tijd van de kraakbeweging. Ondanks al het geweld lijkt die tijd achteraf bijna ludiek en naïef.'

Binnen de Amsterdamse politie was volgens Van Beek een duidelijke kentering gaande in het denken over de omgang met geweld. 'Hoe kun je deëscaleren en hoe hou je een situatie in de hand? Voor agenten was het geweld bij ontruimingen ook angstaanjagend. Achter de schermen werd er met de krakers al overlegd en onderhandeld over aanstaande ontruimingen en demonstraties.'

De krakers in de Staatsliedenbuurt hadden een overeenkomst met de politie en woningbouwverenigingen dat ze ontruimingen van woningen op basis van huurschuld niet in de weg zouden staan. Ontruimingen van gekraakte panden, zo wist de politie, werden door de kraakbeweging wel tegengehouden. Maar in de ochtend van 24 oktober gaat daarin iets mis. De politie ontruimt een moeder met een kind op de eerste verdieping van Schaepmanstraat 59. De officiële reden is huurschuld, maar later blijkt de verdieping wel een gekraakt pand te zijn. De ontruiming heeft door de woningbouwvereniging een foute code meegekregen. Bovendien blijkt de vrouw in kwestie de vriendin te zijn van Lex, een van de opvallende figuren uit de Staatsliedenbuurt. Het kind is van hen beiden. Van Beek noemt Lex 'een van de roverhoofdmannen van de Staatsliedenbuurt'. Hij is zanger van de punkband 'Lol en de Ellendelingen', waarin Hans Kok basgitaar speelt. De vriendengroep rond de band is hecht.

De Rioolrat

De vrouw, Petra, fietst na de ontruiming met dochter Spike rechtstreeks naar kraakcafé de Rioolrat, de vaste ontmoetingsplek van de punkers en krakers uit de Staatsliedenbuurt. Ze alarmeert de buurt. Frank van der Knoop trekt Hans Kok uit zijn bed. Ze voelen zich verplicht om voor hun vriendin, vriend Lex en hun kind in de bres te springen. Joke Kaviaar komt later ook naar de Rioolrat.

Een groep van ongeveer zestig krakers trekt op naar de Schaepmanstraat, waar nog vier agenten in het pand aanwezig zijn. De krakers bestormen de woning op de eerste verdieping en slaan de deur in met een bijl. De vier agenten voelen zich zo bedreigd dat ze hun wapen trekken en een waarschuwingsschot lossen dat de arm van de kraker met de bijl raakt wanneer hij door de deur heengaat. Frank van der Knoop: 'Het was eerst oorverdovend stil. We schrokken ons rot. Voor het eerst was er iemand geraakt door een politiekogel tijdens een rel. Maar dat duurde niet lang. Het maakte ons dubbel zo boos.'

De vier agenten doen een noodoproep om versterking en onder leiding van Van Beek gaat een groep agenten er op af. Maar ook de groep krakers zwelt aan. Van Beek en zijn mannen kunnen de vier agenten in het pand niet ontzetten. Op het pleintje voor het huis trekken krakers de klinkers al uit de straat. Van Beek probeert de gemoederen tot bedaren te brengen, maar krijgt dat ook niet voor elkaar.

Buiten staat kraker Jack van Lieshout de aansnellende pers te woord. Hij onderhandelt met Van Beek over een veilige aftocht voor de vier agenten en de kraker die in zijn arm is geschoten. De agenten zijn ondertussen gevlucht naar een naastgelegen pand.

Hanenkammen

Van Beek laat het in die dagen altijd klaarstaande peloton me aanrukken om het plein voor de woning schoon te vegen. De eerste groep krakers met Hans Kok, Joke Kaviaar en Frank van der Knoop zit binnen. Ze hangen uit de ramen: hanenkammen, leren jacks, sommigen hebben bierflessen in hun handen of gooien met rotjes. Er wordt geschreeuwd en gescholden tegen de politie.

Achter de schermen is druk telefonisch verkeer gaande. Burgemeester Van Thijn en districtschef Visser van bureau Raampoort bespreken de vraag of het pand ontruimd moet worden. Uiteindelijk wordt daartoe besloten. Van Thijn zegt nu dat het misschien beter was geweest als tot de volgende dag was gewacht. 'Maar op dat moment leek de enige oplossing ontruimen om de zaak weer in de hand te krijgen. De gemoederen waren zo verhit. Van de kant van de politie was men bang voor een grote rel.' Diezelfde avond ontruimen drie me-pelotons waarvan een onder leiding van Ad Smit de Schaepmanstraat.

Het is die donderdagavond een chaos in het cellencomplex van het hoofdbureau van de Amsterdamse politie aan de Elandsgracht. Advocaat Henk Kersting meldt zich bij de balie om de gearresteerde krakers bij te staan. Kersting is lid van de Vereniging Sociale Advocatuur Amsterdam (vsaa) en doet in de hoogtij- dagen van de kraakbeweging dienst voor het zogenoemde rellenpiket: een groep advocaten die oproepbaar is tijdens krakersrellen.

Samen met zijn vrouw, cineaste Barbara den Uyl, is hij ook bewoner van de Staatsliedenbuurt. Barbara den Uyl maakt in 1985 de film Waar de ratten koning zijn, over de punkers in de Staatsliedenbuurt onder wie Frank van der Knoop en Hans Kok. Na de dood van Hans Kok wordt Kersting de advocaat van de familie Kok. Zijn vrouw maakt later in 1991 de film In naam der wet over de zaak Hans Kok. Schrijver A.F.Th. van der Heijden baseerde de hoofdpersoon uit zijn boek Advocaat van de Hanen op de persoon Henk Kersting.

Commissaris Ad Smit zegt nu over advocaat Henk Kersting: 'Die man heeft de hele zaak geen goed gedaan. Hij hitste de boel op en beschuldigde ons van moord.' Maar de familie Kok is nog steeds vol lof over hun advocaat. Geert Bos: 'Hij heeft als een leeuw gevochten voor ons om alles boven water te krijgen.'

Kersting wordt die avond niet tot de krakers toegelaten. Die zitten dan met zijn allen opgesloten in een grote ruimte. Verschillende krakers, onder anderen Frank van der Knoop, zien dat Hans Kok een buisje met drie keer de normale dosis methadon achteroverslaat. Frank verwijt zichzelf achteraf dat hij Hans toen niet heeft tegengehouden. Frank: 'Maar ja, zo was Hansie nu eenmaal.'

Intussen is het een komen en gaan van arrestanten die worden verhoord en opgesloten in het cellencomplex. De bewaarders hebben hun sleutels aan de dienstdoende agenten gegeven. Officieel horen de bewaarders arrestanten van en naar hun cel te brengen en een oogje op ze te houden. Dat gebeurt echter tot twee uur 's nachts niet, met als gevolg dat de krakers geen matrasjes en dekens krijgen. Het avondeten schiet er ook bij in. De Amsterdamse politie kampt op dat moment met 600 vacatures. Er loopt al een onderzoek naar de gebrekkige gang van zaken in het cellencomplex.

Librium

Voordat Hans Kok zijn cel b26 ingaat, zegt hij dat hij op de methadonlijst staat en dus drugsgebruiker is. Hij krijgt librium van de dienstdoende arts van de gg&gd. Om elf uur wordt hij uit zijn cel gehaald voor verhoor. Hij maakt een suffe indruk, kan nauwelijks op zijn stoel zitten en als hij staat leunt hij tegen de muur. De agent die hem verhoort merkt dat wel op, maar wijt dit aan drugsgebruik. Op de polaroidfoto die toen van hem is gemaakt, staat hij met bijna dichte, weggedraaide ogen.

Vriend Frank van der Knoop wordt op dat moment ook uit zijn cel gehaald voor verhoor en ziet dat Hans er ziek uitziet. Hij roept, volgens eigen zeggen, dat er een dokter moet komen voor Hans. 'Je zag duidelijk dat hij niet in orde was. Hij had nog geleefd, als er toen ingegrepen was.' Volgens de officiële verklaringen heeft niemand Kok daarna meer gezien. Wel gehoord. Volgens Frank van der Knoop heeft Hans 's nachts nog heel hard gezongen. Frank: 'Hij zong My Way. Maar het klonk wel lallend.'

In de vroege ochtend is ontbijt uitgedeeld, maar dat heeft Hans Kok, zo bleek later uit zijn maaginhoud, nooit gekregen. De andere arrestanten hebben wel een ontbijt gekregen. Hans wordt pas 's middags 25 oktober om half twee dood in zijn cel gevonden. Hij ligt met zijn hand in zijn mond, in elkaar gekropen onder zijn leren jas op de betonnen bank.

Vader Kok hoort het nieuws van de dood van zijn zoon via de televisie. Plaatsvervangend korpschef Van Ingen en later ook persvoorlichter Klaas Wilting verklaren dat er een dode kraker in een politiecel is gevonden en dat hij drugsgebruiker is. Er zijn verse prik-openingen in zijn armen gevonden. Het tijdstip van overlijden is niet precies bekend, maar hij had die ochtend nog wel ontbijt gehad. Nu zegt Klaas Wilting dat hij absoluut niet wist dat deze woorden niet klopten. Uit later onderzoek van de rijksrecherche blijkt dat Hans Kok geen prikopeningen in zijn arm had, en ook geen ontbijt heeft gehad.

De avond van 25 oktober vliegt Amsterdam in brand. Groepjes krakers trekken de stad door met zelfgemaakte molotovcocktails en bij een aantal banken en overheidsgebouwen wordt een poging tot brandstichting gedaan. Ook in Londen, Berlijn en Kopenhagen gaan gebouwen in vlammen op wegens de dood van die Amsterdamse kraker. Op de muren verschijnen leuzen als 'Van Thijn moordenaar' en 'Politie=Moord'. In Het Parool verschijnt een gedicht van Remco Campert naar aanleiding van de dood van Hans Kok met de veelzeggende titel 'Klein Chili'. Burgermeester Ed van Thijn ontsnapt een paar dagen later te nauwernood aan een bomaanslag.

Vader Kok wil zijn zoon nog zien, voordat hij begraven wordt. Officier van Justitie Henk Wooldrik weigert. Van Thijn moet bemiddelen om die toestemming alsnog te krijgen. Vader Kok wil zijn zoon vooral zien om te kijken of er ook sporen van mishandeling zijn. De familie Kok wordt een dag later onder druk gezet door de burgemeester en politiecommissaris Van Beverwijk om Hans Kok in de nacht van maandag op dinsdag met een officiële ontheffing te laten begraven. Geert Bos: 'We kregen te horen dat ze bang waren dat er rellen zouden komen tijdens een begrafenis overdag. Wij geloofden ze. Hij is die nacht bij het licht van autolampen en van aggregaten begraven. Een begrafenis die ik niemand toewens. Ik zou het nu ook nooit meer doen. Maar ja, het overkomt je. Je denkt dat de mensen het beste met je voor hebben.'

De begrafenis maakt vriend Frank van der Knoop nog steeds boos. 'Alsof wij een rel zouden maken tijdens de begrafenis van onze vriend. Trouwens: ik kon hem niet eens begraven want ik zat nog in de bak.'

Zoals gebruikelijk bij een dode in een politiecel doet de rijksrecherche onderzoek naar eventuele strafbare feiten van overheidsdienaren. De rijksrecherche is het eigen onderzoeksorgaan van het ministerie van Justitie. Volgens een woordvoerder van het openbaar ministerie staan er nog steeds dertig dozen over de zaak Hans Kok in het archief. Een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur door deze krant wordt afgewezen. Reden: alles over de zaak Hans Kok is ooit al openbaar gemaakt. Inzage in het dossier zou niets toevoegen.

Drie weken na de dood van Hans Kok, op 18 november 1985, komt de rijksrecherche met haar conclusie: de doodsoorzaak kan niet worden vastgesteld en de verklaringen over de gang van zaken 's nachts spreken elkaar tegen. Daardoor is het onduidelijk wie er vervolgd moet worden. Burgemeester Van Thijn en hoofdcommissaris Valken verwijzen het rapport, dat anderhalf a4 telt, naar de prullenbak. Het leidt tot een conflict tussen de burgemeester en de Amsterdamse hoofdofficier van Justitie Cees van Steenderen. Van Steenderen verwijt Van Thijn partijdigheid - wegens de band die advocaat Kersting via Joop Den Uyl met hem zou hebben. Kersting is immers getrouwd met de dochter van Den Uyl. Van Thijn houdt zijn poot stijf. Ook na aandringen van advocaat Kersting namens de familie volgt een nieuw onderzoek van de rijksrecherche dat pas begin april 1986 het licht ziet. Maar ook dan blijft onduidelijk wat de doodsoorzaak was en of Kok nu ontbijt heeft gehad of niet. Minister van Justitie Korthals Altes trekt daarop het onderzoek naar zich toe en geeft opdracht voor een derde onderzoek.

Polaroidfoto

Advocaat Henk Kersting voert gedurende al die onderzoeken de druk op. Uit naam van de familie voert hij menig kort geding om alles openbaar te krijgen. Zo komt de polaroidfoto van Hans Kok boven water, maar het lukt niet om de dienstdoende agenten te dwingen mee te doen aan een onafhankelijk onderzoek. Op advies van Henk Kersting neemt de familie Kok vertrouwensarts Han Schumacher in dienst. Deze doet een deel van het werk van de rijksrecherche over en komt tot geheel andere bevindingen. Volgens het rapport van een toxicologisch laboratorium in Londen en de interpretatie van twee onafhankelijke patholoog- anatomen kan Hans Kok nooit zijn gestorven aan een overdosis methadon. Uiteindelijk neemt men aan dat het een combinatie is geweest van een aantal middelen zoals methadon en librium, een slechte lichamelijke conditie door een beginnende longontsteking en een te lage temperatuur in de cel. Men neemt aan dat Hans Kok een langzame dood is gestorven. Als er vroeg genoeg ingegrepen was, zou hij waarschijnlijk nog in leven zijn.

Ook de rijksrecherche komt na het derde onderzoek, in december 1986, uiteindelijk tot die conclusie. De familie Kok krijgt deze keer een gesprek met minster Korthals Altes van Jusititie. Zwager Geert Bos: 'Maar we kregen geen inzage. We kregen alleen de conclusies te horen die van een papiertje werden opgelezen: er was wederom geen schuldige aan te wijzen, omdat bewijs nog steeds ontbrak. En daarmee konden we het doen.' Wel komt er een geheel nieuw cellencomplex elders in de stad, met een eigen staf en een nieuw protocol. En de affaire leidt tot de oprichting van de commissie Toezicht politiecellen in Amsterdam, die nog steeds functioneert.

Burgemeester Van Thijn stelt zijn aanblijven afhankelijk van de uitkomst van de onderzoeken. Maar de gemeenteraad laat hem niet vallen. Over één moment in die nacht kan Van Thijn zich nog steeds het hoofd breken. 'Dat is het moment van het ontbijt. Vast staat dat hij dat nooit heeft gehad. Maar wat is er gebeurd toen het ontbijt werd uitgedeeld?' Van Thijn maakt het gebaar van het openmaken van een luikje in een deur en het neerzetten van een ontbijt op het opengeklapte luik. 'Heeft de dienstdoende bewaarder hem nu wel of niet gezien? De andere arrestanten kregen namelijk wel een ontbijt. En was Hans Kok toen al dood of niet? We weten het gewoonweg niet, want de verantwoordelijke bewaarders legden tegenstrijdige verklaringen af en hadden hele goede advocaten. Daarnaast waren ze alledrie snel na de dood van Hans Kok niet meer in dienst als bewaarder.'

Zwager Geert Bos: 'Ik had de telefoonnummers van die bewakers en ik heb ze gebeld. Kom nu eens met jullie verhaal. Maar dat hebben ze nooit gedaan.'

Niemands schuld

Voor commissaris Ad Smit zijn de conclusies helder. Aan de dood van Hans Kok heeft niemand schuld. 'Wij hebben nu eenmaal geen gemiddelde populatie in onze cellen. Dat er daar wel eens eentje doodgaat, is niet leuk, maar ook niet zo raar.' Kraker Jack van Lieshout: 'We wisten dat er ooit een dode zou vallen onder de krakers. Nu is Hans niet echt in de hitte van de strijd omgekomen. Maar de politie is in gebreke gebleven. Op het moment dat je in een cel terechtkomt, heeft de politie voor jou te zorgen en dat hebben ze in het geval van Hans niet gedaan. En dat is in mijn ogen nog steeds dood door schuld.' Voormalige politievoorlichter Klaas Wilting: 'Ze hebben hem niet vermoord, maar wel in de steek gelaten.'

De zaak Hans Kok krijgt nog een staartje dat uiteindelijk het einde van de harde kern van de kraakbeweging inluidt. Op de dag dat Hans Kok een jaar dood is, verschijnen er posters in de stad met de kop 'Wij pakken jullie'. Op de affiches staan foto's, namen en adressen van de betrokken agenten, ook van Smit, Wilting, Van Beek en Van Thijn.

Van Beek: 'Een agent beschuldigen van moedwillige moord, dat raakt dienders heel diep. Wij zijn niet opgeleid om iemand dood te schieten. Kijk naar de moord op Theo van Gogh door Mohammed B. Hij provoceerde de politie om gericht te schieten en dat heeft de desbetreffende agenten emotioneel diep getroffen.'

Maar het blijft niet bij dreigen. De betrokkenen op de poster worden per telefoon gestalkt, auto's worden beschadigd en op een dag gaat er zelfs een brandbom bij een agent thuis door de ruiten. Politiewoordvoerder Klaas Wilting: 'Ik ben voortdurend telefonisch bedreigd en op een nacht stond zelfs de brandweer met loeiende sirenes voor de deur.'

Het leidt tot de oprichting van het zogenoemde Pamflettenteam onder leiding van Ad Smit. Hij zet met zijn team de achtervolging in. Joke Kaviaar en Jack van Lieshout zijn dagenlang openlijk geschaduwd met een bruine bestelbus. Er volgden invallen in het holst van de nacht en Van Lieshout wordt op klaarlichte dag van de straat geplukt en opgebracht. Commissaris Smit en Van Thijn geven nu volmondig toe dat die methodes sterk leken op die van de krakers zelf. 'Maar', zegt Van Thijn, 'praktijken als het bedreigen van politiemensen moeten afgestraft worden.' En ook Smit heeft tot op de dag van vandaag geen spijt. 'Het was hard tegen hard.'

De groep arrestanten van de Schaepmanstraat wordt pas berecht, nadat de hele zaak-Kok is afgehandeld, in januari 1987. Justitie probeert voor het eerst de krakers niet individueel aan te pakken maar hen door middel van artikel 140 als criminele organisatie aan te klagen. Joke Kaviaar: 'Het zijn dezelfde wetten waar nu bijvoorbeeld de Hofstadgroep op wordt gepakt.' De risico's van hard actievoeren zijn te groot geworden. Daarnaast raakt de harde kern van de kraakbeweging intern verdeeld en gaat met elkaar op de vuist. Het is het definitieve einde van de kraakbeweging.

Dit artikel is gebaseerd op research in het 'Staatsarchief', het archief van de Nederlandse kraak- en actiebeweging in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (iisg) te Amsterdam.

Boeken en films over de kraakbeweging

ï Eric Duivenvoorden: Het kroningsoproer - 30 april 1980. Reconstructie van een historisch keerpunt. De Arbeiderspers, 2005.

ï Eric Duivenvoorden: Een voet tussen de deur. Geschiedenis van de kraakbeweging 1964-1999. De Arbeiderspers, 2000.

Romans ï Natasha Gerson: Plaatstaal.

Amsterdam, Van Gennep, 1996

Roman over de Amsterdamse kraakbeweging en de dood van een kraker.

ï A.F.Th. van der Heijden: Advocaat van de Hanen. De Tandeloze Tijd deel 4. Amsterdam, Querido, 1991.

Films

ïBarbara den Uyl: Waar de ratten koning zijn. Portret van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt in 1985. Van der Hoop Film-

producties, 1985.

ï Barbara den Uyl: In naam der wet. Van der Hoop Filmproducties/NOS, 1991

Film over de dood van Hans Kok.

ï Joos Seelen: De stad was van ons. 28 voormalige kraaksters en krakers aan het woord over de geschiedenis van de Amsterdamse kraakbeweging. Zuidenwind Producties/NPS, 1996.

De kraakbeweging groeit uit tot een subcultuur waarin je je helemaal kunt onderdompelen

'Als islamitische jongeren nu de stenen uit de straat zouden trekken, is de wereld te klein'

'Het algemene gevoel was dat een burgemeester in elke buurt moet kunnen komen'

'Ondanks al het geweld lijkt de tijd van de kraakbeweging mij achteraf bijna ludiek en naïef'

'Je zag duidelijk dat hij niet in orde was. Als toen was ingegerepen had Hans Kok nu nog geleefd.'

'Hans is die nacht bij het licht van autolampen begraven. Een begrafenis die ik niemand toewens'

Oud-burgemeester Ed Van Thijn breekt zich nog steeds het hoofd over de dood van Hans Kok.

Ex-politievoorlichter Klaas Wilting: 'Ze hebben hem niet vermoord, maar wel in de steek gelaten.'

Rechtszitting in november 1985 in de zaak Hans Kok. Rechts advocaat Henk Kersting.

Anja Vink is journalist. Zij werkt regelmatig voor M.