De mannetjesmuis zingt

Mannetjesmuizen zingen een ultrasoon lied om vrouwtjes te imponeren. Ieder mannetje is herkenbaar aan zijn eigen melodie.

Muizenmannetjes zingen net zo als zangvogels om vrouwtjes te imponeren. Hun zang is voor mensen onhoorbaar, want zij zingen in het ultrasone gebied, met frequenties die variëren van 30 tot 110 kilohertz. Neurobiologen Timothy Holy en Zhongsheng Guo van de Washington University School in St. Louis beschrijven het fenomeen in het decembernummer van het vrij toegankelijke tijdschrift PLOS Biology (www.plos.org). Daarmee sluiten muizen zich aan bij het selecte clubje zoogdieren dat zingt tijdens de balts: walvissen, vleermuizen, gibbons en de mens.

Holy en Guo waren als neurobiologen op zoek naar iets heel anders, toen zij zich plotseling realiseerden dat de muizen waaraan zij onderzoek deden aan het zingen waren. Ze deden een proef waarbij zij aan mannetjes vrouwtjesurine lieten ruiken, om te zien welke reactie vrouwelijk geurstoffen (feromonen) in de hersenen teweegbrengen. De ultrasone piepgeluidjes die de onderzoekers daarbij opnamen, hadden wel erg veel weg van vogelzang, merkten zij op. Zij zetten hun oorspronkelijke onderzoek opzij om het fenomeen verder te onderzoeken.

De mannetjesmuizen zingen in reactie op vrouwtjes die in hun buurt zijn, of in reactie op de geur van vrouwtjes. Dat dit niemand tot nog toe is opgevallen, komt omdat ultrasone geluiden meestal worden geregistreerd met een batdetector, bedoeld voor het waarnemen van vleermuisgeluiden. Maar deze apparaten zijn meestal ingesteld op een smalle frequentieband, waardoor de akoestische details van de zang werden gemist.

Holy en Guo gebruikten een vocoder die het ultrasone geluid over een breed bereik een aantal octaven naar beneden brengt, zodat het binnen het bereik komt van het menselijk gehoor. De muizengeluiden hebben alles weg van zang, met duidelijk verschillende categorieën geluidjes die herhaald werden en met motieven en thema's die regelmatig terugkeerden. Ook was elk individu herkenbaar aan zijn eigen melodie.

Vergeleken met vogelzang lijkt de muizenzang nog het meest op dat van jonge of in isolatie opgegroeide vogels. Die hebben een zang die nog niet is uitgekristalliseerd tot een vaste riedel. Het verlaagde muizengezang klinkt bijna hetzelfde als dat van jonge moerasspreeuwen, die nog volop `experimenteren' met de structuur van het geluid.

,,Echt verbazingwekkend, dit onderzoek'', roept etholoog Bart Houx uit aan de telefoon. Houx doet onderzoek aan ultrasone communicatie bij ratten bij de groep Ethologie en Dierenwelzijn van de Universiteit Utrecht. Ook bij ratten heeft Houx de indruk dat de geluiden zeer complex zijn, maar dat er onder knaagdieren blijkbaar ook gezongen wordt, is nieuw voor hem. ,,Eerlijk gezegd zou ik de zang eerder bij ratten dan bij muizen verwachten. Ratten zijn namelijk veel vocaler. Ik dacht dat muizen in plaats daarvan veel meer met geuren communiceerden.''

Er ligt een gigantisch onderzoeksterrein open, zegt Houx ,,Het onderzoek aan vocalisaties gebeurt meestal bij apen en vogels. Maar er is bijzonder weinig bekend over de geluiden van huisdieren, zoals honden, katten en varkens, en over de geluiden van laboratoriumdieren als ratten en muizen.'' Vorig jaar ontdekten onderzoekers bijvoorbeeld dat ratten net als mensen kunnen lachen, vertelt Houx. ,,Ze doen dat als je ze op een bepaalde manier kietelt. Hun gegiechel klinkt dan op een frequentie van 50 kilohertz, onhoorbaar voor ons. Maar neurobiologisch is de overeenkomst met de menselijke lach zeer opvallend.''

Dat laboratoriumdieren communiceren in het ultrasone gebied, betekent ook dat zij geluiden horen die voor de mens non-existent zijn. Soms kan dat het welzijn van de dieren verstoren. ,,De invloed van ultrasoon geluid in een laboratorium is sterk onderschat. Neem bijvoorbeeld het gespetter van een waterkraan in een roestvrijstalen bak, dat geeft in het uitrasone gebied een behoorlijk luide ruis. Daar kunnen muizen en ratten flink van schrikken. Ook tl-armaturen en beeldschermen kunnen een heel hoge piep geven, die het gedrag van de dieren beïnvloedt.''

Nu ontdekt is dat laboratoriummuizen zingen, gaan de Amerikanen Holy en Guo ook onderzoeken hoe dat zit met wilde muizen. In het PLOS-artikel suggereren ze dat wilde muizen mogelijk een veel breder zangrepertoire hebben dan de ingeteelde laboratoriumstammen. De muizen in het laboratorium zijn immers nooit geselecteerd op het hebben van een mooie gevarieerde zang, en die eigenschap zou dus verloren kunnen zijn gegaan.

Voor het genetisch doorgronden van zang zou je niet bij vogels moeten zijn, maar bij muizen, merken Holy en Guo terloops op. Alle genen van de muis zijn immers al in kaart gebracht. Maar dat gaat er bij de Leidse vogelzangdeskundige Hans Slabbekoorn niet in. ,,Het vogelonderzoek heeft nu misschien een achterstand wat betreft de genetische ondergrond, maar dat is snel ingehaald. Het genoom van de zebravink wordt in Amerika geanalyseerd en is binnenkort gereed. Andersom is de achterstand op het gebied van geluid bij muizen in vergelijking tot vogels niet te overzien. De vergelijking met het zingen van vogels lijkt mij echter redelijk. De muizenonderzoekers kunnen er daarom nog baat hebben bij wat er allemaal bekend is uit de vogelliteratuur.''

De muizenzang is te horen via www.nrc.nl/wetenschap